wolken en water


Waarom zijn de wolken zo snel

De Nada Kronieken, deel 8

© Hans Brockhuis - 2002


Ik zou wel eens willen weten
Waarom zijn de wolken zo snel
Misschien dat het een les aan de mens is
Die hem leert hoe fictief een grens is
Of misschien is het ook maar een engelenspel
Daarom zijn de wolken zo snel

 

Dit lied van Jules de Korte schoot mij op een winterse avond te binnen, terwijl ik de hond uitliet. Het vroor dat het kraakte en opeens werd ik getroffen door de voortjagende wolken boven mijn hoofd. Het had pas gesneeuwd en het was volle maan, zodat het maanlicht, gereflecteerd door de sneeuw, de wolken van onderen bescheen. Een prachtige matwitte glans gaf aan de voortjagende wolken – het had pas gestormd - een heel bijzondere kwaliteit mee. Lange tijd stond ik naar boven te staren, door deze aanblik geroerd en beroerd.

Ik zag ook de sterren die tussen de gaten in het wolkendek waren te zien; het waren er niet veel; maar enkele planeten schitterden in al hun pracht. Mijn blik werd getrokken door een bijzondere formatie van drie vlak bij elkaar staande sterren. Door de snelheid van de voortjagende wolken leek het of ze in beweging waren maar, vergelijking met enkele hoge bomen in de buurt leerde dat het drietal – hoe kan het ook anders met sterren – schijnbaar stilstond aan het uitspansel.

Terwijl ik dat dacht echter leek er een wolk voor de formatie te schuiven maar tot mijn stomme verbazing was dat niet het geval. Ze bleven helder zichtbaar, terwijl de wolk zijn weg vervolgde.”Een vliegtuig dan?”, luidde mijn rationele benadering. Tenslotte was het hier een aanvoerroute voor één van de landingsbanen van Schiphol. Maar nee, weer werden mijn gedachten gelogenstraft, want op dat moment schoten de drie sterren uitéén; allemaal in een andere richting en met een enorme snelheid, zodat de drie lichtpunten in korte tijd geheel waren verdwenen. Weet u wat het was? Ik niet, en het is voor mij nog steeds een raadsel wat dit verschijnsel kan hebben veroorzaakt.

Maar dat is niet waar ik het over wilde hebben. Ik wilde met u spreken over een verblijf van een jaar geleden in de sneeuw van de Franse Alpen. Naar aanleiding daarvan wil ik iets vertellen over mijn spirituele avonturen in het ski-oord Châtel, vlakbij de Zwitserse grens.

We waren daar met onze oudste dochter, haar man, hun twee jonge kinderen en een huisvriend. Wij zouden, terwijl de anderen aan het wintersporten waren, voor onze twee kleinkinderen zorgen hetgeen op zichzelf wonderbaarlijk was. Daarom hoef ik daar verder niet over uit te wijden. Het meemaken van deze jonge levens vertelde ons opnieuw hoe gelukkig we zijn om grootouders te mogen zijn van deze grote kleine mensen, die aan het begin staan van hun eigen pad en weg op deze Aarde van de Geliefde Moeder.

Waar ik het vooral over wil hebben, zijn mijn avonturen in afzondering in het donker van de nacht. Iedere avond, met het oog op het hebben van een moment voor mijzelf, was ik steeds gewend om in het donker op de veranda te zitten die uitkijkt over de vallei. Terwijl ik dan mijn sigaar rookte en uitkeek over de lichten van het dorp beneden, kon ik stil worden, om te mediteren en om te mijmeren over alles wat zich in onze levens afspeelt. Dan waren er ook de kleine lichtjes op de berghellingen aan de overzijde van het dal. Dan waren er de schijnwerpers van de machines die de skipistes gereedmaakten voor de nieuwe dag en er was het altijd veranderende weer. Soms waren er de sterren en heel speciaal was het dan Orion die majesteitelijk zijn briljante sterren tot mij richtte. Soms was het ook donker en mistig en kon je maar weinig gewaarworden en bij één gelegenheid leek het of alle lichten, de sterren en de bergen vanwege de dichte nevel waren weggemoffeld.

Die eerste dag was de temperatuur beneden het vriespunt en het was op dat moment dat ik voor de eerste maal het fenomeen waarnam van het bevriezen van de mistdeeltjes, daarbij van die hele kleine splintertjes vormend, die in de linkse straatlantaren zilver oplichtten en goud in die aan de rechterkant van het appartement waarin wij logeerden. Het was toen, dat ik mij realiseerde dat die deeltjes er exact zo uitzien als de meestal ongeziene, wanneer de engelen aanwezig zijn of er ergens een hemelse sfeer heerst.

Op een andere avond, was er een vallende ster. Natuurlijk verzond ik mijn wens daarbij en op de laatste avond, terwijl het hevig sneeuwde, stak een bijna witte vos rennend de weg over, slechts ongeveer 30 meter van mij verwijderd. Het is daarbij van belang te vermelden dat de vos mijn Totemdier is en dat het lang geleden was dat een deel van mij zeer waarschijnlijk deel uitmaakte van het Noord-Amerikanen Hopivolk, waarbij mijn volwassen naam ‘Running Fox’ zou zijn geweest. Een naam die mij heel vertrouwd voorkomt en die op de één of andere manier bij mij hoort.

De belangrijkste ervaring echter vond plaats op donderdagavond. Mediterend maakte ik contact met Judith, mijn overleden dochter en even later arriveerde Magda, één van mijn geleidegidsen. We denk-praatten een poosje en geleidelijk werd het duidelijk dat zij beiden als het ware naast mij hadden plaatsgenomen, aan weerszijden op de grote houten bank waarop ik zat. Links van mij, heel dicht tegen mij aan, bevond zich Judith, rechts Magda. We zetten onze conversatie voort en het werd meer en meer overweldigend hoe de Liefde, de Warmte en het Mededogen ons stilletjes omringden. Tenslotte werd het glashelder dat wij drieën baadden in die Liefde en het was voor mij onmogelijk om mijn ogen droog te houden. Beide vrouwen omvatten met hun armen mijn schouders en ik kan je verzekeren dat ik op dat moment werd overstraald door Licht, Liefde en Warmte.

Op dat moment keek ik op en werd ik een reusachtige engel gewaar die daar voor ons stond! Hij stond op de grond en torende ruim boven het chalet van drie verdiepingen uit! Hij had zijn enorme vleugels uitgestrekt en op dat moment realiseerden wij ons dat het deze engel was die de liefde die wij uitstraalden reflecteerde en duizendvoudig vergrootte. Er waren op dat moment geen woorden meer. Heel geleidelijk vervaagde dit alles en was ik weer alleen. Ik bedankte de Engel en Judith en ik bedankte Magda en geruime tijd was ik niet in staat om me te bewegen.

Toen ik wat was bijgekomen vertelde ik mezelf dat ik hoegenaamd geen bevestiging van het gebeurde behoefde, omdat dit allemaal zo overweldigend was geweest en zo werkelijk, dat er in mij totaal geen twijfel was of dit allemaal wel werkelijkheid was geweest. Op dat moment wist ik echter nog niet dat er meer zou komen. Ongeveer een kwartier later verscheen, in de bres tussen twee bergen tegenover me, een buitengewone lichtende wolk. En dat in een stikdonkere nacht, zonder maan. De wolk werd groter en helderder en tenslotte bijna wit in de donkere hemel. Plots realiseerde ik me dat deze wolk de Engel representeerde die zo kort tevoren nog bij ons was. Toen, terwijl de wolk niet meer groter werd, vormde zich een tweetal – veel kleinere – satellieten, die Magda en Judith vertegenwoordigden. Korte tijd later kwam alles weer bij elkaar, daarbij de EEN-heid van alles tonend. Vervolgens vervaagde alles geleidelijk weer en enkele ogenblikken later was ik weer alleen met de sterren…

Toen Jules de Korte indertijd met zijn lied kwam, en het lange tijd een hit was op de Nederlandse radio heb ik niet vermoed dat de woorden van dit lied op een dag in 2002 opnieuw tot mij zouden komen en mij in staat zouden stellen om erop door te denken en te beseffen dat de snelheid van de wolken waarover hij zong een dimensie heeft kunnen toevoegen aan mijn denken omtrent de waarheid die wolken ons te vertellen hebben en die mij in dat speciale geval in de Franse Alpen zo veel hebben verteld over de Liefde, over de vraag waarom er grenzen zijn in deze wereld en waarom er steeds maar weer moet worden afgebakend, terwijl de wolken ons leren dat we allen Eén zijn en dat we allemaal deel uitmaken van de mensheid in het algemeen en van alle levende wezens in het heelal in het bijzonder.

Ik kan je verzekeren dat ik ongelofelijk dankbaar ben voor deze les en dat het voor mij vanzelfsprekend was om dit met jullie te delen, want maken wij niet allemaal deel uit van het geheel. Zijn wij niet allemaal een radertje in de grote machine die door het Goddelijke in gang is gezet. Wanneer er een radertje ontbreekt of niet goed functioneert, wordt het tijd dat de reparatieploeg te voorschijn komt en zal trachten om het radertje te repareren en zo opnieuw te komen tot een goed geoliede machine...