‘Vision Quest’

Door Hans Brockhuis

 

Koud, hongerig en eenzaam zat hij onder zijn afdakje in de stromende regen. Een regen die maar niet wilde ophouden en ondanks de zomer, niet aflatend naar beneden drensde, de aarde doordrenkend met een vochtigheid die zijn weerga niet kende. Dit jaar zou beslist de geschiedenis ingaan als ‘Het Jaar van de Doorweekte Zomer.’ 

Hij was erop uit gestuurd om, aan de vooravond van zijn initiatie als krijger, op zoek te gaan naar zijn naam. Voordat het zover was, was hij blootgesteld geweest aan de gebruikelijke beproevingen die moesten uitwijzen of hij zich wel in bedwang kon houden en niet als angsthaas de hoon van hun stamleden over zich uitgestort zou krijgen. Maar hij had alles doorstaan en was, hongerig van twee dagen vasten en slechts gekleed in een lendendoek, de prairie opgestuurd om tijdens zijn vision quest te gaan zoeken naar de bevestiging van zijn man-zijn.  

Met de weinige bessen die niet waren verrot, had hij nog iets kunnen eten, maar omdat de regen maar aanhield en de grote vlakte in een omfloerste afwachtende atmosfeer had gehuld, was er van zijn queeste nog niets terechtgekomen. Het was hondenweer, en zelfs de coyotes hielden het voor gezien. Slechts zelden kwam een muis of een eekhoorn tevoorschijn maar het was hem niet gelukt er een te verschalken. Hij zou die toch rauw hebben moeten opeten, want hij mocht geen vuur maken. Als er vuur aan deze tocht te pas zou komen, zou het hem vinden en niet andersom, was de redenatie van de stamoudsten

Het was middag, wat te zien was aan de plaats aan de hemel waar het iets helderder was en hij besloot, om niet van kou om te komen, in de richting van het licht te rennen en te zien wat zich zou voordoen.

Urenlang hield hij dat vol, steeds de zon volgend, zodat hij bij het vallen van de avond, met een grote bocht naar het westen was afgebogen. Geen levend wezen had zich laten zien. Zelfs de vogels leken verdwenen. Alleen hij bevond zich daar, slechts getooid met zijn jongensnaam Pride, op deze kale prairie. Toch was hij door het draven wat warmer geworden. De grond liep naar beneden een ondiep ravijn in, waar een kleine rivier zich meanderend door de bossages een weg zocht. Het was een goede plek om een schuilplaats te bouwen voor de nacht. 

Hij bad tot de Grote Geest en droomde van geroosterd bisonvlees en van Springblossom, de mooie dochter van de Hoofdman. Bij het eerste licht werd hij huiverend wakker en realiseerde zich dat er vandaag iets zou moeten gebeuren want met lege handen naar de stam terugkeren, was een schande die hij niet over zich wilde afroepen.

Opnieuw begon het te regenen en in de verte hoorde hij het donderen. Even hagelde het en de onweersbui kwam onmiskenbaar zijn kant op. Langzaam liep hij stroomafwaarts de regen in en schuilde zo nu en dan onder een grote boom. Toch ging hij altijd maar voort want hij wist dat wanneer hij op één plek zou blijven er nooit iets zou komen van zijn zoektocht.

Ineens was daar een enorme lichtflits en vrijwel direct daarop het donderende geraas van de donder. Dat was vlakbij en onverwachts zag hij dat een bramenstruik, honderd meter verderop, vlam had gevat en bovendien zag hij een schim zich vanuit de brandende bladeren uit de voeten maken. Het was een rode vos die een hazenpad koos. Dat stond voor passie en kracht als positieve eigenschappen en woede, agressie en impulsiviteit als negatieve aspecten, wist hij. Bovendien was het er maar één, hetgeen oorspronkelijkheid en leiderschap zou moeten betekenen.

Hij rende achter de vos aan, daarbij bedenkend dat er nu toch vuur was gekomen, ondanks het vele water dat zich de laatste maand aan de stam had geopenbaard. Water en vuur. Twee uitersten, maar beiden onmisbaar voor het overleven van zijn volk. Zou dit mijn totemdier kunnen zijn, vroeg hij zich af. Zou hij voortaan als Running Fox door het leven gaan? Alleen maar deze ontmoeting was daarvoor niet genoeg, besefte hij. Hij zou met iets beters moeten komen.

Opnieuw lichtte de hemel op en nu sloeg de bliksem gelijktijdig met de donder in de boom waaronder hij zojuist passeerde. Hij werd tegen de grond geslagen en raakte onmiddellijk buiten bewustzijn...

Pride, Pride, wordt wakker! Langzaam sloeg hij zijn ogen op en keek in het bezorgde gezicht van Morning Thaw, zijn moeder. Hij schudde zijn hoofd om wijs te worden uit de warrige beelden die hij zag en om zijn gedachten te ordenen. Geleidelijk werd het allemaal wat helderder. Hij zag een kring gezichten om zich heen. Prominent daarin aanwezig was de rijzige gestalte van Grey Eagle, zijn vader en sjamaan van de stam die met een ondoorgrondelijk gezicht en zijn armen over elkaar, de situatie stond op te nemen.

“Ik heet geen Pride meer, vader. Mijn naam is nu ‘Running Fox’”, hoorde Pride zichzelf trots zeggen. “Je zult je relaas aan de Raad moeten voorleggen, zoon. Sta op”. Met enige moeite lukte dat en ondersteund door zijn moeder werd hij naar de grote staande steen gebracht waar de Raad van Oudsten altijd bij elkaar kwam.

Onder het lopen voelde hij zijn linkerzijde branden en ontdekte dat die kant van zijn lichaam zwartgeblakerd was. Bovendien stond hij nog wat onvast op zijn benen en ook de vingers van zijn linkerhand tintelden behoorlijk. Maar over het algemeen gesproken kon je zeggen dat hij zijn ontmoeting met de dondergeesten wonderlijk goed had doorstaan.

Staande voor de Raad der Oudsten vertelde hij het verhaal dat in zijn onbewuste toestand tot hem was gekomen. Nadat hij had uitgelegd hoe hij achter de vos was aangerend in de hoop zijn lotsbestemming te vinden verhaalde hij over de dromen die hij had gedroomd, voordat hij door zijn moeder was gewekt.

“Het eerste wat ik zag was een rijzige jonge vrouw, gekleed in een gebroken wit lang gewaad, voorzien van lichtblauwe bloemen. Zij had een lichte huid met donkere wenkbrauwen en droeg lang en golvend geelachtig haar. Heel eigenaardig allemaal. De kleur van haar amandelvormige ogen was lichtblauw als de bloemen op haar kleding. Zij straalde liefde, geluk en vrede uit en hoewel ze niets zei, wist ik dat ze blij was met deze vluchtige ontmoeting.”

“Even later verdween het beeld maar het intense blije en warme gevoel bleef nog lang bij me. Ik was gelukkig en ik besefte dat de vos mij op een plaats had gebracht van Liefde, Geluk en Overvloed. Maar dat gevoel verdween na verloop van tijd en weer voelde ik me koud, hongerig en eenzaam.”

“Weer zag ik een beeld. Nu was het een eekhoorn die vrolijk naar me toe huppelde. Vlak voor me begroef hij een paar noten. Tenslotte keek hij naar me op en zei: “Je bent nimmer alleen. Je Begeleiders zijn zo zeer een deel van jezelf dat ze je nooit zouden kunnen verlaten. Je spreekt regelmatig met Spirit. Toch kijk je steeds  weer naar buiten voor de antwoorden. Vertrouw jezelf. Je bent volledig Heel binnen in jezelf. Denk aan de rennende vos die je hierheen heeft gebracht en bedenk dat Geest eens van je gevraagd heeft om de Goddelijke Vonk in jezelf te eren en voort te zetten naar de vervulling van datgene wat voor de vooruitgang van je ziel werkelijk van belang is.” Ik was blij met deze uitspraak, maar het was allemaal wel wat mysterieus en ik voelde me licht in het hoofd. Toen dit allemaal  ophield was ik weer alleen en verlangde ik vurig naar warmte. Ik wist dat Moeder Aarde mij onderdak bood en dat de Luchtgeesten mij van zuurstof voorzagen, maar ik wist ook dat mijn zoektocht nog niet ten einde was.”

“Opnieuw verscheen er een beeld. Nu was het een grijze adelaar die me plechtig toesprak.” (Zijn volk aanbad de grijze adelaar. Niet voor niets had zijn vader, de Medicijnman, de naam van Grey Eagle aangenomen. De adelaar vertegenwoordigde de symbolen van de ziel, en deed de stam leren om een nieuw bewustzijnsniveau te bereiken.) 

“Welkom thuis, ‘Running Fox’, zei de adelaar. “Dit is een verhaal van vrede binnen jezelf, waardoor het mogelijk zal worden vrede met anderen te sluiten. In je nog jonge leven heb je vaak in onmin met jezelf en anderen verkeerd. Je besefte eigenlijk niet dat het leven tot nu toe een leerschool is geweest om op een dag als vandaag daarvoor toegerust te zijn. Vaak heb je anderen, maar ook jezelf, veel te serieus genomen en je hebt dan niet beseft dat het hele leven een spel is. Ook heb je de krijg gadegeslagen tussen jouw stam en de ‘anderen’. Je hoopte dat wanneer je de leeftijd daartoe zou hebben bereikt, je mee ten strijde kon trekken. Maar je besefte niet dat deze oorlogen hun functie hebben. Het creëert voor allen die daarmede te maken hebben een kans om met het hart te leren luisteren en aldus innerlijke vrede te verkrijgen. Om te groeien naar Liefde jegens anderen. Want Liefde is het sleutelwoord voor alle stammen.”

“Want dit gaat ook over Liefde, Wijsheid en Vergiffenis. Over de Band tussen het hier en daar. Over communicatie met de Grote Geest. Er schijnt een gouden pilaar van licht vanuit jouw kruin, ver het universum in, waar het kan worden opgevangen door vele wezens. De zaadjes van moed, kracht, vertrouwen en liefde die jij uitstraalt, kunnen op grote afstand in het universum worden gevoeld. De rennende vos was de boodschapper die jijzelf zult zijn en heten. Straks zul je worden gevonden door je moeder en je zult de stam vertellen over de ontmoeting met ons drieën en dat het tijd voor je is om je eigen boodschap uit te dragen. In de eerste plaats binnen de stam, maar later ook naar anderen toe en naar de vreemde witgekleurde volkeren die spoedig jullie bestaan zullen binnendringen.”

“Maar denk er voor alles aan om vrede en liefde in je hart te bewaren want jij en zij zijn één en ondanks dat deze anderen daar misschien anders over lijken te denken, zul jij, Running Fox, bij machte zijn om deze boodschap van vrede uit te dragen zodat je overal zaadjes kunt planten die hun tijd zullen afwachten om uit te botten. Ik wens je veel succes, Running Fox, en ik weet dat je deze taak waardig zult zijn…”