| Ik
zit op een bankje op de boulevard van een grote stad en heb
het bijzonder naar mijn zin. Ik kijk uit over de brede trechtervormige
riviermonding en gedurende geruime tijd geniet ik op mijn gemak
van licht, lucht en water. Het is werkelijk een fantastisch
schouwspel. De wisselingen van de vele kleuren. Groen en blauw,
rood en bruin, grijs en wit. En alles daartussen in.
Tergend
langzaam verwordt de vloed tot eb. Ik kijk naar het trage voorbijkomen
van de grote vrachtschepen. Naar het silhouet van steden en
nederzettingen aan de overkant van het brede water. Naar het
nijvere heen- en weer varen van de loodsboten. Ik raak er maar
niet op uitgekeken. Voor mij op de balustrade, op een afstand
van ruim twee meter, landt een kolossale stormmeeuw.
Na
een tijdje wordt het duidelijk dat het dier in afwachting is
van enig lekkers dat ik bij me zou kunnen hebben. Enigszins
nerveus trippelt hij of zij heen en weer en zo nu en dan richt
het dier een kraaloog naar mij om te zien of er nog wat van
komt. Ik sta op, doe een paar passen naar voren en steek voorzichtig
mijn hand haar kant op. Wanneer de meeuw ziet dat zich daar
niet in bevindt wat wordt verwacht, slaakt het dier een meeuwenkrijs
en trippelt enigszins aangebrand een metertje verderop, waar
ik er niet bij kan komen.
De
stormmeeuw maakt mij duidelijk dat hij of zij niet gediend is
van grapjes en blikt enigszins bozig mijn kant uit.Ik haal mijn
schouders op, ga maar weer zitten en ga door waar ik mee bezig
was. Het turen in de verste verten en het beschouwen van de
dingen waar ik zo mee bezig ben. En dat is aangenaam, want ook
het weer is aangenaam en langzamerhand verlies ik mij in de
tijd en kom ik meer en meer in een staat van innerlijke reflectie,
zodat de bubbel waarin ik mij bevindt zich gaandeweg uitbreidt,
waardoor tenslotte de meeuw als het ware deel gaat uitmaken
van deze uitgebreide bol van energie.
“Ook
goedemorgen”, zegt de meeuw, nog steeds een beetje pissig. Ik
schrik op. Zoiets had ik niet echt verwacht.“Goedemorgen meeuw”,
antwoord ik. “Het was niet mijn bedoeling je te kwetsen. Ik
wilde alleen maar contact maken, maar het is me nu duidelijk
dat ik het niet op de juiste manier deed”.“Dat kun je wel zeggen,
vriend. Nogal ontactisch. Jullie mensen hebben nog heel wat
te leren. Dat valt me iedere keer weer op”. “Dat is natuurlijk
zo”, antwoord ik de meeuw die inmiddels weer wat dichterbij
is gekomen. “Maar geef ons nog wat tijd en we leren het allemaal
wel”.
“Hmmm”, bromt de meeuw en schakelt over op een ander onderwerp.
“Mooi uitzicht hier, vind je niet? Als je van hieruit over de
riviermonding kijkt, geeft het een beetje de illusie als van
het uitzicht dat wij vogels zien als wij van bovenaf de wereld
gadeslaan. Dit extra perspectief dat je hier ziet is voor jullie
landrotten nogal uitzonderlijk, moet ik zeggen”.
Het
is duidelijk dat het humeur van het dier aan het verbeteren
is en hoopvol zeg ik: “Zo, dat is interessant. Tja, wij hebben
daar grote machines voor nodig om het van boven te kunnen bekijken.
Jullie kunnen het op eigen kracht.” Ik probeer haar een beetje
te paaien. “Zo zie je maar weer dat jullie soort in vele opzichten
superieur is aan ons.”
“Hoho”,
zegt de meeuw, die nog steeds heen en weer trippelt, maar toch
zichtbaar verguld is. “Zo is het niet helemaal. Niets en niemand
is superieur aan iets of iemand anders. We doen het allemaal
op onze eigen manier. We hebben allemaal onze eigen-aardigheden
en we hebben ook allemaal onze goede kanten. Jullie kunnen weer
beter lopen dan wij en zo is elk schepsel op zijn eigen wijze
bezig om het paradijs op aarde te scheppen. “Paradijs uh”. Ik
val stil, want ik weet niet zo gauw wat ik moet zeggen.
Maar
de meeuw gaat verder.“Tussen twee haakjes, je kent me wel; ik
heet Nada en ik nodig je uit om met mij mee op reis te gaan.
Er is iets dat ik je heel graag wil laten zien”.Ineens ben ik
helemaal wakker. “Nada, natuurlijk. Op reis, waarheen, hoe,
wat, wanneer”. Mijn brein is ogenblikkelijk een chaos en weer
weet ik niet wat ik moet zeggen. “Je hoeft niet zo te schrikken
hoor. Het is allemaal nogal eenvoudig. Je vliegt gewoon met
me mee en dan zal ik je het één en ander laten
zien. We gaan nu meteen. En je bent op tijd terug voor het eten,
dat beloof ik je. Je had voor mij wel niets, maar reken maar
dat ik voor jou wel iets heb”.
Het
volgende moment merk ik dat ik ook op de balustrade sta, oog
in oog met Nada, die mij vriendelijk en bemoedigend toeknikt.
Tot mijn verbazing zie ik dat ik nu ook een meeuwengedaante
heb aangenomen. Ik ben nu ongeveer even groot als zij en vol
verwachting klopt mijn hart. Wat zal ik allemaal te zien krijgen?
“Sta nu niet te talmen, vriend en sla je vleugels uit, dan kunnen
we beginnen.” En zo vangt een wonderlijke reis aan die mij vele
dingen leert en die mij al-tijd bij zal blijven.
Eerst
steken we de riviermonding over naar de overzijde en we vliegen
over akkers en weiden, over dorpen en steden. We zien de rivieren
en de kanalen, de wegen en de paden en allengs wordt het weer
steeds helderder en kan ik meer en meer gewaar worden van alles
wat zich beneden mij afspeelt. Ik zie de mensen hun land bewerken;
ik kijk naar anderen die op weg gaan om hun dagelijks brood
te verdienen en ik begrijp dat sommigen belangrijk tegen elkaar
lopen te doen.
Het
is allemaal nogal verwarrend.“Ja, ja”, zegt Nada tegen mij.
“Op het eerste gezicht lijkt het dat al die mensen vooral met
hun zeer aardse dingen bezig zijn. Maar toch, onder de oppervlakte
heerst er bij het grootste deel van hen toch een begin, een
aanzet tot Vrede. Het is een groot goed wanneer een schepsel
in staat wordt gesteld om door zijn eigen innerlijke krachten
te beleven dat de éénheid van alles wat een ziel
heeft de grootst mogelijke waarde heeft en dat wanneer wij ons
dat herinneren het mogelijk wordt voor allen om die éénheid
te ervaren en aldus liefde te zijn.
”Ik
knik. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Maar Nada heeft
nog meer te vertellen. “Liefde is het woord dat steeds terugkeert,
maar dat vaak zo moeilijk te bereiken is; ook en vooral voor
mensen en andere zielen die zich op de planeet Aarde bevinden.
Jullie leven – en daarvoor hebben jullie gekozen en daarvoor
zijn wij oneindig dankbaar – in een toestand van versluiering
en die hoedanigheid maakt het weer mogelijk om de keuzes die
jullie maken een zodanige kwaliteit te geven dat jullie er ook
wat van leren. Er is geen goed of kwaad. Alleen het goed of
kwaad dat jij als zodanig ervaart heeft die waarde meegekregen.
En dat leidt er weer toe dat mensen zich zo vaak tegen elkaar
keren, terwijl het voor ieder persoonlijk beter zou zijn om
zich mèt elkaar te ver-zoenen. Dan zullen jullie in staat
zijn om te beleven wat wij zojuist hebben beleefd, de Eénheid
met ons Meeuwen-beeld. Want eigenlijk is dat Evenbeeld niets
anders dan God/Godin/Bron. Want ieder we-Zen is een deeltje
van God/Godin/Bron en aldus is het mogelijk om de Liefde en
de Eénheid der dingen te ervaren.
”Tja,
dat is natuurlijk waar. Als tijdelijke meeuw zijnde, heb ik
diep in Nada’s ogen gekeken en wat ik daar zag heeft zij zojuist
voor mij verwoord. Ik raak hoe langer hoe meer onder de indruk.
Maar we gaan verder en verder en tenslotte zie ik geen land
meer en vliegen we over een bijna eindeloze zee. Over een oceaan.
Zo nu en dan passeren wij een schip, maar allengs wordt dat
steeds minder en tenslotte vliegen wij – het lijken wel uren
– alleen maar over zacht golvend water dat door niets wordt
onderbroken.
Maar opeens is daar een zwart stipje aan de horizon dat, terwijl
we die kant uit vliegen, geleidelijk groter wordt.Als we dichterbij
komen zien we dat het een klein eiland is dat als een kegel
boven de golven uitrijst. Op de top van het eiland staat een
wit tempelachtig gebouw in een ommuurde tuin. Tot mijn schrik
zie ik dat het hele gebouw in brand staat. De muur, de tuin,
het grootste deel van het huis. Alleen de deuropening en een
halve cirkel daarvoor, zijn nog vrij van het allesverzengende
vuur. In de deuropening staan een man met zijn zoon voor hun
in lichtelaaie staande huis.
Ze
wenken naar ons.“We moeten ze redden”, schreeuw ik tegen Nada,
die knikt. Inmiddels zijn er nog twee of drie andere meeuwen
verschenen en voorzichtig dalen we tot vlak bij het bezorgde
tweetal in de deuropening. We blijven zweven om het duo onze
hulp aan te bieden. Dat weigeren ze echter, kalm en waardig
en derhalve gaan we weer omhoog om ons uit de hitte terug te
trekken. Maar we blijven stand-by om, wanneer het kritiek wordt,
toch in te kunnen grijpen.
We
stijgen nog iets verder zodat de omgeving van het huis en de
tuin geleidelijk zichtbaar worden. Het blijkt nu dat het huis
aan de top is gebouwd van een grote terrasvormige stad. Alles
staat niettemin onder water in deze enorme maar zeer rustige
oceaan van helder azuurblauw doorschijnend water. Slechts de
contouren van de stad zijn daarom zichtbaar, de oceaan en het
brandende huis.Beetje bij beetje rijst de waterspiegel en in
een laatste ‘krachtsinspanning’ stort het water zich over de
brandende muren heen en vrijwel onmiddellijk zijn alle vlammen
gedoofd.
We
dalen weer. De wateren trekken zich terug en het wordt tenslotte
duidelijk dat het huis onaangetast is door de metershoge vlammen.
De vader en zijn zoon staan naar ons te zwaaien. Ze zijn gered.
En ze wisten en hadden vertrouwen dat dit zou gebeuren en wilden
- ook in tijden van doodsnood - niet wijken voor het vuur. Zij
vertrouwden op en geloofden in de allesomvattende liefde van
de blauwe oceaan.
Uitbundig
feliciteren we vader en zoon met hun redding die kalm en vreedzaam
ons en hun omgeving bekijken. Blijkbaar was hun vertrouwen grenzeloos.
Dan zegent de Vader ons. We zijn ontroerd en we gaan opnieuw
ons weegs. De drie meeuwen die ons blijven vergezellen blijken
Magda, Moira en Myriah te zijn. Voor mij oude bekenden. Ik begroet
deze drie prachtige zielen uitbundig en terwijl we verder vliegen
evalueren we wat zich op het brandende eiland heeft afgespeeld.
Nada
neemt als eerste het woord: “zoals jullie hebben gezien, is
niets dat wat het op het eerste gezicht lijkt, wanneer we het
bekijken vanuit een onoverzichtelijk standpunt. Alles wordt
pas duidelijk wanneer je afstand neemt en je het juiste perspectief
bezit. Dit geldt voor alles wat zich in het leven afspeelt.”
“Dat
is zo, antwoordt Magda: “maar ik wil ook benadrukken dat ik
het prachtig vind dat vader en zoon zo’n oneindig vertrouwen
hadden in de purificatie van het vuur en de liefde voor en het
vertrouwen in dát wat het alomtegenwoordige water van
de blauwe oceaan voor hen kan betekenen. Heling in al zijn facetten.
”Ikzelf
doe ook een duit in het zakje: “en dan is de aanwezigheid van
alle elementen ook veelbetekenend: water, de oceaan; vuur, de
brandende tempel; aarde, de halve cirkel onaangetaste grond
voor het huis; lucht, vanwaar het geheel kan worden overzien
en ether waardoor wij, als potentieel reddingsteam, konden voelen
wat zich in de hoofden van de vader en zijn zoon afspeelt.
“Ja
natuurlijk”, valt Moira bij: “Ik heb een gemakkelijke; als de
nood het hoogst is, is de redding nabij.”
“En
toch”, brengt Myriah te berde, “moet het mogelijk zijn om het
geheel vanuit een nog verhevener standpunt te bekijken; ongetwijfeld
zullen zich dan steeds weer nieuwe perspectieven ontvouwen.
De uitzichten vanuit het hogere zijn schier onbeperkt. Bovendien
wil ik er op wijzen dat ook onze Moeder Aarde bij dit alles
betrokken is. Het eiland en de zee maken ten slotte deel uit
van Haar Tedere Aanwezigheid.”
“Waaruit
maar weer blijkt”, beaam ik, “dat het aantal conclusies dat
uit deze episode te trekken valt, zo goed als oneindig is”.Langzaam
wordt het duidelijk dat dit het laatste woord is, want voorlopig
zegt niemand meer iets en gaat onze tocht verder. Opnieuw doemt
er land op en geleidelijk wordt het donker en in het oosten
kunnen we zien dat de zon zich in prachtige kleuren achter de
horizon verliest. Nu zien we de lichten van de mensen en grote
stukken donker land onder ons doorschieten en steeds maar weer
begrijp ik op welk een prachtige planeet ik het voorrecht heb
te mogen leven. Vanuit de hoogten ben ik in staat om de droombeelden
van het mensdom te begrijpen en meer en meer wordt ik vervuld
van ontzag, eerbied en respect voor deze prachtige schepping,
die inderdaad van tijd tot tijd zuivering behoeft, maar die
in we-Zen zo schoon en zo puur is.
Zo
nu en dan is de balans zoek en moeten we met ons allen proberen
om die terug te vinden en met vereende krachten en soms met
een duwtje in de rug van het hogere, heb ik er vandaag alle
vertrouwen in dat het eens gaat lukken. Die gedachte maakt me
zielsgelukkig.Eén voor één nemen onze metgezellen
afscheid en buigen af naar hun respectieve bestemmingen en geleidelijk
kom ik terug op deze aarde en bevind ik mij weer in het hier
en nu op mijn bank bij de riviermonding.Nada bevindt zich weer
vlak bij me op de balustrade. Dit keer heb ik een korst brood
in mijn hand die ik naast haar op de rand leg. Dit is de maaltijd
waarop zij zat te wachten. Ze pikt de korst op, knikt me toe
en in een geweldige zwenking klimt ze in de vleugel en vliegt,
na nog een rondje boven mijn hoofd te hebben gevlogen, de vermiljoenen
zonsondergang tegemoet.
Ik
Ben Dankbaar.
Wij willen op
geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/illustraties
die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken.
Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright
van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet
eigendom van de individuele artiest.
Sommige plaatjes op deze pagina zijn gemaakt met een PSP-tube
van Undina. Via onderstaande banner kun je kijkje op haar pagina
nemen.

Mochten
er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen
zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen
toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit
zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende
item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal
wel te mogen gebruiken. |