|
Teruggaand
in de tijd laat ik mijmerend mijn memorie werken en ga ik terug
naar het voorjaar van 1794. Het zijn turbulente tijden in Europa.
De Zuidelijke Nederlanden bevinden zich nog onder de overheersing
van Oostenrijk en elders is een zekere Bonaparte druk doende
zijn idealen van een verenigd Europa werkelijkheid te doen worden.
Ook voor de Nederlanden dreigen donkere tijden en ergens in
de Borinage, in het stadje Farciennes, niet ver van Charleroi,
woont de familie Labruyère in een krom en smal straatje,
vlak bij de bakstenen kerk. Vader Pierre werkt in de mijn, slechts
enkele honderden meters verderop en huwt op 3 april 1765 zijn
geliefde Agnès uit het naburige Fleurus.
In de loop der jaren krijgen zij, als goede katholieken, zes
kinderen. Eerst komen er drie zonen, waarvan de oudste, Pierre,
in 1765 wordt geboren. Dan dienen zich in een rap tempo, Guillaume,
Arien en de oudste dochter Mathilde (Thila) aan. Tenslotte wordt
nog een zoon, François geboren en in 1774 de jongste
telg, Juliëtte (Julie).
Maar moeder Agnès is ziekelijk en als gevolg daarvan
dienen zich in huize Labruyère geen nieuwe wereldburgers
meer aan. Om deze reden wordt al snel van de meisjes verwacht
dat zij meehelpen in het huishouden en dat houdt in dat zij
naast de uren dat zij op het schooltje zitten, lopen te poetsen,
eten te koken, water te halen wat er al niet meer komt kijken
om een gezin met vijf mannen die successievelijk allemaal in
de mijn te werk worden gesteld, draaiende te houden. Ook als
zij te oud worden om naar school te gaan, blijven zij in het
ouderlijk huis om moeder te helpen het huishouden gaande te
houden en om de mannen te verzorgen.
De
twee meisjes, Thila en Julie, zijn ook als zij ouder worden,
bijna altijd samen. Zij praten met elkaar over alles wat hun
harten beroert en kennen hoegenaamd geen geheimen voor elkaar.
Zij leven samen als hadden zij één ziel. En in
de schaarse uren dat zij vrij zijn, en dat is meestal ‘s-avonds,
beklimmen zij de heuvel aan de overkant van het dal van de Sambre
en vertellen elkaar over hun dromen. Over de vreemde landen
die zij samen zullen gaan bezoeken.
Over
de sterren die zoveel beloften inhouden en over de gewoonten
van de mensen in andere landstreken die andere talen spreken
dan zij, die eigenlijk alleen maar hun eigen dialect kunnen
spreken. In het schooltje hebben zij wel correct Frans geleerd,
maar dat was alleen maar iets voor in de school. Thuis – en
met hun schaarse vriendinnen, de bakker en de slager wordt alleen
maar het plaatselijke dialect gesproken.
Thila, die ruim vijf jaar ouder is dan Julie, deelt met haar
zusje alles wat zij meemaakt en het jongere zusje is altijd
één en al oor voor de verhalen van haar oudere
zus, die zij adoreert. En Thila is niet te beroerd om haar zuster
deelgenoot te maken van haar eigen hersenspinsels die, naarmate
de jaren vorderen, steeds meer in de richting gaan van de aantrekkelijkheid
van de jonge mannen in het dorp. Maar vrijwel altijd zijn de
zusjes bij elkaar en verder dan erover mijmeren wil het maar
niet komen.
Op deze speciale avond zitten de twee meisjes weer onder hun
favoriete eik en kijken uit over het dal. Het schemert al en
zij bewonderen de lichtjes in het stadje die één
voor één worden ontstoken. De avondploeg van de
mijn wordt omlaag geholpen in de schacht. Zij weten dat Guillaume
en Arien nachtdienst hebben. Het weer is helder en er waait
een zwoel windje die hun lange blonde haren zo nu en dan doet
wapperen in de bries. Allebei hebben ze hun knieën opgetrokken
en met hun armen houden zij hun lange rokken tegen hun benen
aangeklemd. Daar verschijnen de eerste sterren en zo zien zij
dat langzaam de Poolster en de grote en de kleine Beer vorm
beginnen te krijgen. Ook zijn daar Orion en de Pleiaden.
Maître
Plon heeft hun indertijd daarvan verteld. En zij hebben altijd
naar deze prachtige verhalen over alles wat zich in het firmament
afspeelt geluisterd, met een grote honger naar meer. Nu maakt
zich een gevoel van verwachting van het tweetal meester en opeens
verschiet, iets rechts van hen een vallende ster. Snel zeggen
de beide meisjes in gedachten een wens op en beetje bij beetje
wordt het gevoel sterker dat er iets te gebeuren staat.
Ze schrikken op. Ineens wordt de helling overladen met een buitengewoon
helder en wit licht. Van de omgeving is niets meer te zien.
Geschrokken kijken de twee elkaar aan. Wat is hier aan de hand?
De donkerte die zo-even nog maakte dat ze elkaar bijna niet
meer konden zien, is nu veranderd in een ogenschijnlijk huiveringwekkend
licht die een halo om hun hoofden heeft getoverd waarvan de
losse uitstekende haren glashelder in het tegenlicht zichtbaar
zijn. Het lijkt alsof hun huid een fluorescentie heeft aangenomen
die uitstraalt tot ver voorbij het gebladerte van ‘hun’ eik.
Maar ze hebben niet veel tijd om hierover na te denken, want
plotseling staat daar een verschijning voor ze. Een lange gracieuze
vrouw is daar opeens vanuit het niets voor hun ogen verschenen.
Ze draagt een lang gewaad in twee prachtige tinten blauw en
het klassieke gezicht is omkranst met lange blonde haren, zoals
die van henzelf.
“Niet
bang zijn kinderen”, zegt de vrouw met uitgespreide armen tot
het huiverende tweetal. “Elke zondag komen jullie bidden in
de aan mijn nagedachtenis gewijde kerk, beneden in de stad.
En nu kom ik naar jullie toe om je gebeden met mededogen te
vervullen. Hoe mijn naam is, is niet van belang, maar ik draag,
evenals jullie Godshuis, de essentie van Maria van Magdala in
mij. En ook jullie dragen die essentie, want het was heel lang
geleden dat wij allen samen over deze planeet wandelden. Vaak
praten jullie met elkaar over vreemde verre landen die jullie
zouden willen bezoeken, en over de wonderen van het firmament,
maar weet dat er een tijd geweest is dat jullie daar al waren
en als jullie hierover babbelen spreken jullie eigenlijk over
de her-innering van de avonturen die jullie al eens hebben beleefd”.
Thila en Julie kijken elkaar met grote ogen aan. Wat is hier
allemaal aan de hand? Veel begrijpen ze niet van wat er allemaal
tegen hen wordt gezegd. Maar de prachtige vrouw gaat verder.
“Maar dat is niet waarover ik met jullie wilde spreken lieve
kinderen. Ik wil met jullie praten over Liefde. En dan bedoel
ik niet de liefde die jij, Thila, lijkt te voelen voor die heel
speciale jongen uit het dorp. Nee, dan bedoel ik de Liefde van
mensen voor elkaar, van mensen ten opzichte van de planten en
dieren, voor jullie ouders, voor God en voor alle mensen die
jullie pad kruisen. Weet dat er zeer binnenkort een aantal gebeurtenissen
in en rond het dorp zullen gaan plaatsvinden, waarvan het op
het eerste gezicht lijkt dat die niets met Liefde van doen zullen
hebben. En dat is ook zo. De gebeurtenissen op zichzelf zullen
het karakter hebben van haat, van afgunst en van verdriet. Haat
van mensen ten opzichte van elkaar, voortvloeiende uit de schijnbare
behoefte van enkelen die honger hebben naar macht, naar geld
en naar bezit. Afgunst van velen omdat zij de bezittingen van
anderen begeren en verdriet van de lijdzamen die dat alles zullen
moeten ondergaan”.
“En ik raad jullie. Datgene wat zal gebeuren zullen jullie niet
kunnen ontlopen. Maar probeer te allen tijde in gedachte te
houden dat je de Liefde in je hart bewaart, ook en juist ten
opzichte van je vijanden. Geef aan die vijanden mededogen en
maak op deze wijze aan hen duidelijk dat het de Liefde, de Eénheid
en de Kracht van de Goedertierenheid is die uiteindelijk zal
overwinnen. Probeer dat te onthouden lieve kinderen. Want als
je dat idee kunt vasthouden, zal het lot dat je zult ondergaan
iets makkelijker te dragen zijn”.
“Midden in jullie gemeente bevindt zich een vijver. Verbeeld
je dat er om die vijver een heleboel mensen staan die allemaal
stenen in die vijver gooien. Al die stenen veroorzaken golven
die elkaar raken en de turbulentie in die vijver zal hevig zijn.
Maar bedenk dat al die mensen eens zullen ophouden met stenen
gooien. Eerst één en later meer. En tenslotte
zullen er geen stenen meer in het water worden gegooid. En geleidelijk
zullen de golven verdwijnen en rimpelingen worden. En te langen
leste zal het water weer rustig, kalm en sereen worden. Klamp
je aan die gedachte vast lieve kinderen, dat zal jullie helpen…
Vaarwel dan, het ga jullie goed en weet dat – wat er ook gebeurt
– ik altijd ergens op de achtergrond zal zijn om jullie lotsbestemming
te delen en waar mogelijk te verzachten”. Voordat zij weggaat
legt zij nog even liefdevol haar handen op het hoofd van de
verblufte meisjes.
Twee maanden later vindt op 10 kilometer ten noorden van Farciennes,
de Slag bij Fleurus plaats, waar de troepen van Napoleon onder
generaal Jourdan een grote overwinning behalen op die van de
Pruisen en de Oostenrijkers en waardoor de gehele Zuidelijke
Nederlanden een deel van Frankrijk worden. Vader Pierre en drie
van zijn zonen, Guillaume, Arien en François worden geronseld
door het Pruisische leger en zij komen allemaal in die vreselijke
slag om het leven. Omdat moeder Agnès al in december
1793 aan een slepende hartkwaal is overleden blijven de twee
in het huisje in Farciennes achter. Over het lot van Pierre,
die in al het tumult verdwenen is, tasten ze vooralsnog in het
duister en het zijn voor de ineens tot jonge vrouwen getransformeerde
zussen, bange dagen.
Ze zijn vreselijk bang omdat geleidelijk duidelijk wordt dat
vader en de andere broers niet terugkomen van het slagveld.
Ze zijn bang voor de groepen rondtrekkende soldaten die slecht
zijn betaald en die hun magere rantsoen trachten aan te vullen
met wat de bevolking hen kan “lenen”. En ze zijn bang voor de
plunderende troepen die zich gewapenderhand verlustigen aan
éénzaam achtergebleven vrouwen.
Ze moeten terugdenken aan de verschijning op de heuvel en ze
spreken elkaar moed in en ze weten dat al deze ellende met een
doel over hen is afgeroepen. En hoewel dat doel voor het moment
in de nevelen gehuld blijft, weten zij dat Maria van Magdala
over hen waakt en hen zal behoeden voor nog groter onheil.
Feit of fabel, dat is de vraag. Maar in ieder geval zijn de
gedachten van Liefde en Mededogen die uit dit verhaal spreken
van groot belang voor het functioneren van de mensheid in het
algemeen en die van de twee meisjes uit dit verhaal in het bijzonder.
Wij
willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse
kunstwerken/illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor
onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door
ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft
expliciet eigendom van de individuele artiest.
De
plaatjes op deze pagina zijn gemaakt van een schilderij van
Josephine Wall. Meer van haar werk kun je bekijken door middel
van een klik op onderstaande plaatje
Mochten
er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen
zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen
toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit
zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende
item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal
wel te mogen gebruiken.
|
/tr>