Omlaag
kijkend langs een flauwe helling, versierd met onwaarschijnlijk
mooie bloemen en het groenste gras, zie ik een traag
beekje door de bosjes stromen. Vogels kwinkeleren
en alles straalt een weldadige rust uit.
Dat is
het dan; uit met de pret, eindpunt. Ik wandel omlaag,
de glooiing af maar voel ineens een lichte tik op
mijn schouder.
“Niet zo
snel, mijn vriend”, hoor ik en als ik omkijk zie
ik een rijzige bebaarde gestalte die me vriendelijk
toeknikt. Hij heeft een enorme bos sleutels in zijn
hand. “Petrus”, schiet mij door het hoofd, “maar
geen hemelpoort.” Petrus glimlacht. “Dat van die
hemelpoort is een fabel”, zegt hij. “Maar in deze
bos zit ook jóuw sleutel, de sleutel tot
je hart.” Hij rommelt even en laat me een grote
ouderwetse sleutel zien.
1944~Oldenburg~HSB~Leiderdorp~20??
staat erop, maar ook een streepjescode. “Streepjescode,
huh!?!”. Petrus grijnst. “Hier gaan we ook met onze
tijd mee hoor. We waren het zat om met dikke boeken
te sjouwen.”
Hij haalt de code langs een apparaatje en de film
van mijn leven ontvouwt zich. Alles is er. Mijn
geboorte en jonge jaren; Leiden, het Rembrandt Lyceum;
mijn huwelijk met Annie; 38 jaar in de boekhandel;
drie dochters, één zoon en zeven kleinkinderen;
de geweldige muziek van Bach; gemeenteraad in Zoeterwoude;
runningfox.nl; tenslotte een prachtig appartement
met uitzicht op de Houtkamp in Leiderdorp en onze
gouden bruiloft. En ja, ook de missers en de ‘dat
had ik beter niet kunnen doen’ momenten komen aan
bod.
Vanochtend
stonden mijn vrouw Annie en ik nog hand-in-hand
op het balkon te genieten van een overweldigende
zonsopgang met fantastische kleuren in een betoverend
palet van schoonheid, daarbij vele verwachtingen
oproepend. Enkele uren later voelde ik me niet goed.
Mijn hart maakte overuren en nadat Annie 112 had
gebeld was ik in het ‘Rijnlands’ op de IC beland,
waar ik zojuist mijn laatste adem had uitgeblazen.
“Het is
tijd”, hoor ik Petrus zeggen. Ik zie vanaf de oever
van de beek drie prachtige vrouwen naar mij toekomen.
Ze zijn blootsvoets en dragen blauwe gewaden; ieder
in een andere tint. Het zijn Judith, onze dochter,
Paula mijn moeder en Jacoba, mijn grootmoeder. Ik
hol ze tegemoet en hevig geëmotioneerd omhelzen
we elkaar langdurig.
Zoals je
weet is tijd niet lineair, maar loodrecht gestapeld
en dat is het dan ook waarom deze potenties van
wat onvermijdelijk eens komen zal, reeds hebben
plaatsgehad, dan wel op dit moment plaatsvinden.
Toekomst, heden en verleden, vervat in een enkel
woord.
Een merel
zingt als om één en ander te bevestigen.
Maar het is niet de merel die daar zingt. Het is
de wekker die wil dat ik vanuit mijn sluimering
terugkom en aan een nieuwe dag begin. Eén
van vele dagen die zullen verstrijken totdat de
dag komt dat ik Petrus bij de poort ga ontmoeten
èn ‘mijn’ drie vrouwen bij de beek in het
groene dal.
Het is
goed om een glimp te hebben mogen opvangen van wat
ooit komen gaat. Het geeft me vertrouwen en ik weet
nu dat het een grote dag zal zijn wanneer ik uiteindelijk
in staat zal zijn om alles achter me te laten wat
zich afspeelde gedurende mijn huidige levensreis
op deze Aarde.
Ik ben
zeer dankbaar dat ik dit voorproefje heb mogen meemaken
van wat eens was, is, en uiteindelijk zal zijn.