. . . Korte verhalen door Hans Brockhuis . . .

------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pleuntje op avontuur

----------------------------------------------------------------------------------------------------------
maart 2011
Den Haag, Alexanderstraat


Langzaam kwam Pleuntje tot zichzelf. Ze merkte dat ze op de grond lag en rechtstreeks in het schijnbaar lachende gelaat van de Maan keek. Die was vol en scheen uitbundig over het beboste landschap Het was allemaal erg verwarrend. Ze zou toch ergens op de Drentse hei moeten zijn? Maar hier was geen hei te bekennen. En waar was Wilbert? Er was hier iets heel merkwaardigs aan de hand. Hoewel het hartje zomer was had ze het behoorlijk koud. Verder had ze een stekende hoofdpijn, overal spierpijn en haar benen zaten vol schrammen. Kortom, ze voelde zich belabberd.

Ze ontdekte dat ze in het struikgewas van een hulstbosje lag, met haar hoofd op een grote platte steen die allerlei tekens bevatte die ze niet kon thuisbrengen. Ze voelde eens aan haar hoofd. H’m, er zat een behoorlijke bult op die er eerst niet was. Bovendien was haar jurk gescheurd en zat ze onder de vuile vegen. “Jurk? – zij droeg toch nooit een jurk, en zeker niet tijdens hun tocht over het Pieterspad van Pieterburen in het hoge Noorden naar de Sint Pietersberg in Limburg.

Zij en Wilbert, en enkele vrienden waren al geruime tijd bezig deze route te lopen. Van Zuid naar Noord deze keer en elk weekend een stuk. En nu waren ze al in Drenthe aanbeland, zodat het nog maar enkele etappes was, voordat ze ook deze uitdaging weer achter zich konden laten.

Maar wat deed ze hier in vredesnaam in dit bos; hoe kwam ze hier? Honderd vragen spookten door haar hoofd. Ze keek eens naar de maan, maar die wist het ook niet. Een vleermuis die voorbij klapwiekte, evenmin. Ze haalde haar schouders op. Het leek er niet op dat ze snel antwoord op haar vragen zou krijgen.

Pleun stond op, klopte haar jurk zo recht mogelijk en keek eens om zich heen. Van het pension waar ze sliepen was niets te zien. Het landschap leek nogal vlak en moerassig. De bossen en de landerijen die ze kon zien leken op niets wat ze eerder had gezien. Ze had geen idee waar ze was, haar hoofd bonkte en ze had het koud, om van de andere ongemakken maar niet te spreken.

Even verderop liep een pad en op goed geluk begon ze te lopen. Ze passeerde via enkele stapstenen een trage beek, waar een baars nieuwsgierig zijn kop boven water stak om te bekijken wie er langskwam. Toen ze weer de oever opstapte liep ze in het donker met haar gezicht tegen een spinnenweb aan. Brr, spinnen waren op dit moment wel het laatste waar ze behoefte aan had.

Opeens merkte ze dat haar hoofdpijn bijna was verdwenen en ze begon zowaar schik in haar lot te krijgen. Bij een kruising sloeg ze op goed geluk linksaf. Misschien was daar wel een hoeve of zelfs een dorp waar ze zich kon opfrissen en de rest van de nacht kon doorbrengen, was haar redenatie.

Ze stapte stevig door in het verlaten maanverlichte landschap. Toen ze een lage heuvel had beklommen zag ze aan de andere kant een meer glinsteren. Het was er doodstil. De bomen aan de oever waren stilgevallen. Op het kleine meer was geen rimpeling te zien. Alles ademde verwachting. Pleuntje knielde neer en dronk van het water. Toen hoorde ze machtige vleugelslagen. Een kleine groep zwanen wiekte in een grote cirkel over het kalme water, waarbij hun vleugeltoppen elkaar soms raakten. Pleun was vol bewondering en volgde gretig de gracieuze bewegingen van deze indrukwekkende vogels. Ze ging op een bankje zitten om daar eens goed over na te denken en uit te rusten. In het Oosten werd het langzaam lichter.

Er kwam steeds meer licht en door een bossage van berken bereikte ze weer de weg. Even verderop stond een eenzame Hazelaar. Op een tak, die over de weg uitstak zat een raaf. Terwijl Pleuntje kwam aanwandelen zag ze dat de raaf haar met zijn ogen volgde. Het dier bleef rustig zitten terwijl ze langs zijn boom wandelde. Dat was bijzonder, want in de eerste plaats kwamen ze op hun wandeltochten niet veel raven tegen en als ze al eens dergelijke vogels hadden ontmoet, waren die altijd schuw en vlogen steeds weg als ze te dicht in de buurt kwamen.

Even later vloog de raaf weg en Pleun keek om. Een donkere gestalte liep op haar toe. Pleuntje aarzelde. Wat moest deze man van haar. De man droeg een grauwgrijze pij. In de verte leek hij wel op Wilbert. Pleun schraapte al haar moed bij elkaar. “Weet u ook de weg naar Rolde, pension Ochtendgloren?” De man keek haar aan met een halve glimlach….

Trrrnggggg. De wekker. Ruw werd Pleun uit haar droom verstoord. Naast zich zag ze Wilbert langzaam wakker worden. Ze was weer terug in het pension. De droom, die zo echt had geleken was maar een droom. Een merkwaardige droom, dat wel….

 

Korte verhalen index