. . . Korte verhalen door Hans Brockhuis . . .

Koploper
zomer 2007

Ik ben niet verliefd op het spoor. Aan de andere kant; ik ben er wel gek op.

Mijn eerste herinneringen aan het spoor gaan terug naar de jaren 1947/48 toen ik, wonende in Hilversum, met mijn moeder in de trein mee mocht naar Oma, die in Leiden woonde. Meestal was het de stoomtrein die ons vervoerde maar als je geluk had kreeg je een ‘blokkendoos’, het toenmalig elektrisch voortbewogen materieel. Maar van dergelijke details had ik in die tijd natuurlijk geen weet.

Mijn laatste herinnering aan het spoor is van een heel andere orde. Vanuit
mijn huidige woonplaats, Leiderdorp, is gedurende de laatste jaren de HSL tunnel onder het groene hart aangelegd. Dat ik ter plaatse vele malen naar de vorderingen ben wezen kijken is, gezien de aanhef, niet moeilijk te bevatten.

Maar waar ik het thans over wil hebben is een dagje sporen met NS, waartoe ik mij als NVBS-er zo nu en dan geroepen voel. Ik wens mij dan persoonlijk van de ontwikkelingen in de Infrastructuur op de hoogte te stellen, terwijl het berijden van door overigens niet op mijn weg liggende routes ook een voldaan gevoel pleegt te geven. Vandaag staan de z.g. Zuidelijke tak, de Achterhoeklijnen en de oude Betuwelijn op de koersrol. Gewapend met mijn ticket voor een dag vrij reizen, begeef ik mij per bus naar het station van Leiden Centraal.

Het begint al goed. De IC Dubbeldekker heeft een vertraging van ca 10 minuten. Als hij uiteindelijk arriveert blijkt hij overvol te zijn en we hebben Leiden nog niet koud verlaten of de boordomroep weet opgewekt te melden dat er wegens een ‘versperring’ omgereden zal worden over Haarlem en dat voor Schiphol te Amsterdam Sloterdijk overgestapt dient te worden. Ter plaatse aangekomen is het een chaos. De omroep zwijgt in alle talen, dienstdoende NS-ers weten het ook niet en de CTA-bak meldt dat men de omroepberichten dient af te wachten.

Na zo'n 20 minuten geeft men door dat de trein naar Schiphol nog zo'n 40 minuten vertraging heeft, wat maar net is te horen omdat juist de Beneluxtrein naar Brussel over verkeerd spoor voorbij dendert, even later gevolgd door een losse loc, een 1600-er. "Waarom kan de ‘Benelux’, waarin weinig mensen zitten, niet even stoppen om al die gestrande reizigers mee te nemen", vraag ik mij wijsneuzig af. Ik besluit daarom een verdieping lager een trein te nemen die mij te Amsterdam Centraal aflevert, waar ik mij bovenin een andere dubbeldekker installeer voor een bijna non-stop rit naar Arnhem. Te Duivendrecht kan ik nog een vluchtige blik werpen op de Zuidelijke tak die ik noodgedwongen voor een volgende keer bewaar.

Dan volgen uitgebreide boemelritten met veel overstappen en lage snelheden door de Achterhoek en de Betuwe. Maar NS zou NS niet zijn of ik wordt uiteindelijk na veel vijven en zessen te Dordrecht afgeleverd. Daar is het wel even wachten totdat de Intercity naar Amsterdam arriveert, want ik wil nu wel eens meemaken dat NS er echt voor gaat. Ha, daar loopt de driedubbele koploper al binnen. Ik zet mij aan het raam zodat ik tot aan Leiden een riant uitzicht heb op alle werkzaamheden die moeten leiden tot aanzienlijke capaciteit verruimingen. Met grote snelheid bekijk ik de uitbreiding van het rangeeremplacement Kijfhoek waar de Betuwelijn aantakt, de zessporigheid tot aan Rotterdam, en de aansluiting van de Hoge Snelheids Lijn bij Lombardijen. Vervolgens duiken we in de Spoorwegtunnel van Rotterdam waar te Blaak kortstondig wordt gestopt, zodat mij een blik wordt gegund op deze prachtige ondergrondse stopplaats. Verderop rijden we door Delft heen, waar het langgerekte viaduct in de toekomst plaats zal maken voor een ondergronds tracé en in Rijswijk is het daar gebouwde ondergrondse station al enkele jaren in gebruik. Het zijn allemaal maatregelen die het spoorverkeer in de toekomst nog meer ruim baan moeten geven dan nu reeds het geval is. En dat net zoals de vier sporen tussen Den Haag Mariahoeve en Leiden.

Het is dan wel geen hogesnelheidstrein, maar onze koploper doet zijn naam werkelijk eer aan en zet er behoorlijk de sokken in. Voor het eerst waan ik mij aan de kop van het peloton en krijg ik een soort euforische stemming over me. Het gemak waarmee deze trein zijn 130 kilometers-plus in het uur rijdt; de werkzaamheden die betere tijden beloven; het prachtige weer; het comfort van de airconditioning; het mooie uitzicht...

Je zou bijna verliefd op het spoor worden!

 

Korte verhalen index