. . . Korte verhalen door Hans Brockhuis . . .

Cape Wrath
maart 2008
cape wrath

Het is een warme zomerdag, een jaar of acht geleden, ergens aan de Botnische Golf. Elders vallen de mussen van het dak, maar dit is een klein strandje, omgeven door rotsen. Er is rugdekking van een bos met prachtige statige groene dennenbomen. Eeuwig zingende bossen bevinden zich wat verder landinwaarts. Ik lig in mijn eentje, tussen twee grote keien te zonnen en denk in het bijzonder aan helemaal niets. Althans dat probeer ik, maar alleen al het feit dat ik deze gedachten denk doet me beseffen dat ik mijn geest die ik hier tot bedaren dacht te brengen, al het werk laat doen.

Ik ben alleen. Het is hier behoorlijk stil. De geluiden van de stad worden gesmoord door de dennenbossen en hier is er slechts een rondscharrelende meeuw die zo nu en dan zijn krassende geluid laat horen en de af en aan duikelende trage branding die zich keer op keer laat uitrollen op het strand of zich verliest tussen de rotsen. De wind die eerder vandaag nog met enige kracht over het beboste land heeft gewaaid, is gaan liggen. Een wit zeil, zichtbaar aan de einder, schiet voor geen meter op. Geen wolk bespikkelt de hel-blauwe hemel.

Toeval bestaat niet maar toch was het niet gepland dat ik hier terecht ben gekomen. Tot voor kort waren de plannen dusdanig dat ik mij op een congres in Llublijana, de hoofdstad van het nog jonge land Slovenië, zou moeten bevinden. Door een politieke speling van het lot, wat een hoogdravende woorden bedacht ik me, ging dat niet door en daarom heeft de bedrijfsleiding me uitgezonden naar Zweden, voor contractbesprekingen in Sandviken. En nu lig ik hier neergevleid, op mijn vrije dag, beschermd door factor tien of zo, in de brandende zon op een verlaten strandje ergens aan de Botnische Golf.

Dan hoor ik voetstappen naderbij komen. Dat betekent dat er iemand aankomt, merk ik scherpzinnig als ik ben, op. Het blijkt een jonge Zweedse te zijn met van die geweldig lange blonde manen tot op haar zitvlak. Op haar blote voeten komt ze het bos uit, loopt in de richting van de zee en scharrelt dan een poosje langs de waterlijn. In gedachten als ze is ziet ze me niet en ik bedenk dat ik haar ook niet zou moeten zien want ik besef dat ik lig te gluren. Na een tijdje heeft ze blijkbaar genoeg heen en weer gebanjerd, schudt haar hoofd waardoor haar haren uiteenwapperen, en legt haar grote zwarte tas die ze over haar schouder had geslagen, neer op een rots, niet ver bij mij vandaan.

Terwijl ze zich van haar kleren ontdoet en een prachtig goudkleurig hoog opgesneden badpak zichtbaar wordt, ziet ze me eindelijk liggen. Ze glimlacht een mysterieuze glimlach, waarbij een kuiltje in haar linkerwang ontstaat, zegt “hälsningar” en rommelt vervolgens wat in haar tas wat eigenlijk een soort buidel is. Er bevinden zich nochtans veel spullen in want ze kan blijkbaar maar niet vinden wat ze zoekt. Uiteindelijk komt er een lange ivoorkleurig kam te voorschijn waarmee ze haar lange sluike haar in fatsoen brengt. Het lijkt me toe dat het eigenlijk niet nodig is want het kapsel hangt toch al patent sluik over haar ranke schouders en langs haar prachtige lichaam. Maar omdat ik zelf een vrouw ben weet ik hoe het is; het kan altijd nog beter.

Inmiddels heb ik deze ‘gouden’ vrouw in gedachten Agneta genoemd, want ze doet me, hoewel ze blond is, denken aan Agneta van Abba, en bovendien bezorgt ze me een déja-vu gevoel, als was het iemand die ik zou moeten kennen, maar wat me maar niet te binnen wil schieten.

Met een vaag schuldgevoel blijf ik naar haar kijken. Ja, ik heb deze fantastische vrouw beslist eerder gezien, maar waar en wanneer wil maar niet helder worden. De vrouw is klaar met haar kapsel, zwaait even naar me en rent met grote reeën passen de zee in waar ze met krachtige slagen heen en weer begint te zwemmen. Rozig bedenk ik me dat zij straks weer haar haren in fatsoen zal moeten brengen en val in slaap.

Als ik wakker word ligt de vrouw op een meter of vijf afstand op haar handdoek te zonnen. Ze heeft haar badpak uitgedaan en laat de zon op haar nog behoorlijk witte lichaam het werk doen. Ik val ook weer in slaap maar een poosje later worden we tegelijk wakker wanneer een wolk voor de zon schuift en het ogenblikkelijk een aantal graden kouder wordt.

Eerst kijken we elkaar aan, dan omhoog en zien dat er nog veel meer wolken in aantocht zijn. Bovendien is er een briesje gaan waaien. Gelijktijdig halen we onze schouders op en beginnen als in een woordeloos duet onze kleren aan te trekken.

Ik kuch even om haar aandacht te trekken. Ze kijkt me vragend aan. “Eh, hallo, mitt Känt är Laila, du förhindrar mig bekänna.” Een inleiding om je dood te schamen, maar het is wel de waarheid en hoewel mijn Zweeds beperkt is lijkt ze me toch te begrijpen. “Oh ja, är det hitåt”, antwoordt ze een beetje uit de hoogte, “Tala dig som är Engelsk?”

“Yes”, zeg ik en schakel prompt over. Wacht eens even, er gaat me een licht op. “Zegt ‘Southend’ je iets?”
“Jazeker, daar ben ik geboren”, antwoordt ze. Haar Engels klinkt inderdaad authentiek. Het meisje waarvan ik dacht dat ze een Zweedse schone was blijkt dus op en top Engels te zijn. Daar ging mijn mensenkennis weer eens naar de knoppen. Maar ik verman me.
“Zie je wel. Twee jaar geleden was ik daar op een groot feest en als ik me niet vergis hebben we samen zitten kletsen”.

We zijn inmiddels allebei klaar met aankleden en inpakken en gezamenlijk wandelen we naar de parkeerplaats. Een eerste druppel spat op mijn neus uiteen, gevolgd door een tweede, en nog een. Even laten valt er een flinke plensbui op ons neer en rennend tuimelen we in onze respectievelijke huurauto’s, die naast elkaar geparkeerd staan.

Met ons raampje omlaag gedraaid stelt ze me voor achter haar aan te rijden om in een restaurant in de stad verder te praten en een kwartiertje later zitten we tegenover elkaar achter een bak koffie in een moderne bar op de hoek van Nygatan en Södra Kungsgatan in Gävle. De ongeïnspireerde formica grijze tafeltjes doen nauwelijks hun best ons op het gemak te stellen, maar daar hebben wij geen erg in.

We spreken over die avond in Southend en beschrijven elkaar de enorme zaal met de grote kristallen kroonluchters aan de zoldering en zware gobelins en een groot aantal schilderijen met heldhaftige mannen aan de wanden. Er staan zware eikenhouten antieke tafels met van die ouderwetse pluche zetels. Op een kleine verhoging speelt een antiek salonorkest zachte gedateerde dansmuziek. De paren golven door de zaal maar dat is niet aan ons besteed. Hoe we elkaar ontmoet hebben weten we geen van beiden meer. Het gebeurde zomaar en als een eiland tussen de dansparen spreken we uren met elkaar over het leven, over onze liefdes, ons werk, het milieu, auto’s en spiritualiteit.

We blijken allebei voor Procter en Gamble te werken, zeg maar Unilever, maar dan Amerikaans. Zij voor de Londense vestiging; ik voor die in Brussel. Lang spreekt ze over haar leven met John, die zelden thuis is en ze denkt erover om een einde aan haar relatie te maken. Ik vertel haar over mijn leven in Brussel, waar niemand op me wacht en ik toch zelden kom omdat ik drie keer per maand ‘voor de zaak’ op reis moet om contracten af te sluiten met leveranciers en erop toe te zien dat er ook daadwerkelijk wordt geleverd wat er is afgesproken. Julie is juriste en blijkt een vinger in de pap te hebben in het voortraject van de contracten die ik afsluit. Over een kleine wereld gesproken.

Dat was drie jaar eerder en ondanks de klik verloren we elkaar toch uit het oog en nu we hier weer tegenover elkaar zitten aan dat sfeerloze tafeltje in Gävle, komt het ons onbegrijpelijk over dat dit is gebeurd, want opnieuw is die aantrekkingskracht er en weer blijken we een groot aantal dingen gemeen te hebben. Het eind van het liedje is dat Julie me meeneemt naar het hotel Gävle aan de Staketgatan, wat hetzelfde hotel blijkt te zijn als waarin ik logeer. In de bar nemen we er eentje op onze hernieuwde ontmoeting en kijken we elkaar diep in de ogen zodat we ontdekken dat we soulmates, zielenmaatjes, moeten zijn.

De synchroniteiten rijgen zich aaneen en het blijkt dat wij beiden de volgende dag voor de zaak in Edinburg, Schotland worden verwacht waar we in het statige Scottsman Hotel aan de straat die North Bridge heet zowel zullen logeren als een meeting moeten bijwonen met vertegenwoordigers van een plaatselijke handelsfirma die zich, zoals het prospectus verraadt waarvan wij allebei een exemplaar in onze bagage blijken te hebben, bezighoudt met international finance, import & export of all kinds of commodities and products.

En daarna hadden wij allebei vier dagen vrij en na een flink aantal glazen port besluiten wij die in elkaars gezelschap door te brengen en een rondrit te maken door het mooie Schotland waar wij beiden nog nooit zijn geweest. We bezoeken onder meer Lockerbie om naar het monument voor de 272 slachtoffers van de Boeing vliegtuigramp uit 1988 te kijken. Er hangt een ijzingwekkend drukkende sfeer. We spreken met een echtpaar uit Glasgow, waarvan de man indertijd als politieofficier heeft geholpen bij de rampenbestrijding. Net als wij, is de man erg aangedaan. Elk jaar keert hij terug naar de plaats waar zich zoveel ellende heeft afgespeeld. Op deze plaats word je zeer direct geconfronteerd met de gevolgen die de ‘grote’ politiek op het leven van alledag kan hebben.

Dan is het tijd om naar het eiland Skye te gaan. Alle mysteriën en betoveringen van de Hebriden kunnen hier worden gevonden. In Noordse en Gaelic vertellingen wordt Skye het Eiland van de Wolken of ook wel het Gevleugelde Eiland genoemd. Het is een bastion van de Gaelic taal. Meer dan 85% van de bevolking spreekt het nog. Naast het Welsh, het Bretons en het Iers zijn het de enige overblijfselen van de eens in Europa zo wijdverbreide Keltische cultuur. De opschriften en alle verkeerstekens zijn dan ook tweetalig.
Enkele dagen later willen we naar Cape Wrath, de kaap der Gramschap, in het hoge noorden van Schotland. Maar helaas, dat is balen; de autosleutels zijn zoek. Dit is niet leuk meer. Goede raad is duur. We zoeken ons het apenzuur maar ze blijven onvindbaar. Ook het aanroepen van de heilige Antonius helpt deze keer niet. Het is duidelijk, Cape Wrath is een plaats waar we niet moeten zijn en door de vertraging die we hebben met het zoeken naar de sleutel lukt het niet meer om de dagtocht erheen te halen. Als we terugkomen uit het dorp waar we met het autoverhuurbedrijf hebben gebeld blijkt de hospita van de B en B waar we verblijven de sleutel gevonden te hebben achter de kussens van de pluchen bank. Maar het is inmiddels laat in de middag en daarom blijven we nog een nachtje. `s/Avonds in de pub wordt gedanst op de waanzinnige muziek van een jengelende harmonica.
Inverness blijkt een drukke stad te zijn die behalve door mensen wordt bevolkt door een groot aantal vierwielers. We worden op een onoverzichtelijke rotonde bijna gesneden door een enorme dubbeldeksbus zodat we op een haar na één van onze voorwielen kwijtraken die van een hoge stoep afraakt en geen grip meer heeft, terwijl linksvoor de bodem van de auto op het trottoir rust. Het ziet er echt heel lelijk uit. We kunnen geen kant meer uit en goede raad is duur. Julie weet het ook niet, maar na een kort moment van besluiteloosheid, lijkt de oplossing zomaar mijn hoofd binnen te vloeien. Ik vraag Julie het stuur naar rechts te draaien en voorzichtig til ik de auto aan de voorkant op! De zware kant, daar waar de motor zich bevindt! Langzaam geeft ze gas, waarna het wiel ‘pakt’ en we uit de problemen zijn. Ik word dan wel eens een struise tante genoemd maar zomaar een auto optillen lijkt ten enenmale onmogelijk. Ik heb het later trouwens nog eens een keer geprobeerd. Er was geen beweging in te krijgen. Hoe het ook zij, we zijn geweldig dankbaar voor degenen aan de andere kant van de sluiers die verantwoordelijk zijn voor deze flits van inspiratie én de extra kracht die nodig is om het geduvel de baas te worden.
Zo zetten we de eerste schreden op een soort latrelatie die nu al vijf jaar bestendig is. We zien elkaar ééns in de maand, maar dan steeds wel bijna een week. De ene keer is dat in Londen, waar Julie inmiddels woont, de andere keer in Rotterdam, waarheen ik ben verhuisd en elke keer weer vertellen we tegen elkaar dat het zo mooi is dat we elkaar gevonden hebben en dat het onbegrijpelijk is dat we er twee keer over hebben moeten doen om erachter te komen dat we voor elkaar bestemd zijn. Het is zo mooi om de mogelijkheid te hebben om beiden ons eigen leven te leiden, maar om steeds weer naar elkaar terug te kunnen keren om alles met elkaar te delen en er onvoorwaardelijk voor elkaar te zijn.

Niet Cape Wrath, maar de Botnische Golf is van onze eerste gezamenlijke schreden getuige geweest en elk jaar zorgen we ervoor dat we elkaar daar weer treffen om tussen de rotsblokken op het zand de liefde voor elkaar te kunnen vieren. Julie en ik; we zijn dankbaar en weten zeker dat we elkaar in vorige levens ook al waren tegengekomen; weliswaar in andere gedaanten maar toch zeker als twee zielen die samen Zijn en dat altijd zullen blijven.

Korte verhalen index

Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest

Mochten er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken.

We do not in any way want to claim the copyright of the various works of art/illustrations that we use to make pictures for our pages. These illustrations have been made by us, but the copyright of the original works of art/illustrations continues explicitly to be the property of the individual artist.

In the case that, notwithstanding our carefulness, parts are used on which copyright is applicable, and/or for which we do not have granted permission to use, we ask you to contact us about this as soon as possible. In that case we will take all necessary steps to acquire the right of use, or otherwise we will remove the image immediately.