Gedichten
Nada Kronieken
Contact
Running Fox Homepagina
Written with love
Nieuw op Running Fox

Regen

uk   nl

Regen - Rain

Nada Chronicles, # 66

Hans Brockhuis - English by Helen Maijenburg

Wie maakt dit avontuur zonder ontknoping af? Laat je fantasie de vrije loop en kijk, voor meer info, onderaan dit verhaal.

Which of you will finish this adventure without denouement? Let your fantasy run free and look at the bottom of this story for more information.



Regen

Het voelde alsof die onophoudelijk doorgutsende regen al zijn poriën waren binnengestroomd. Moederziel alleen was hij. Niemand waagde zich buiten. Er lagen geen plassen meer op straat. De straten waren rivieren geworden; de pleinen meren; de vijver in het park was buiten zijn oevers getreden en alle bomen stonden onder water.

Nat was hij en huiverig. De kou had bezit van hem genomen. Hij wàs kou; hij wàs water; hij wàs huivering. De straatlantaarns spiegelden zich in het water en terwijl de kletsnatte regen in zijn gezicht priemde had hij nog maar één gedachte. Hij moest hieruit. Vlakbij, herinnerde hij zich, was een overdekt winkelcentrum, daar kon hij misschien wel schuilen. Maar toen hij daar was aangekomen bleken er grote ijzeren hekken voor de deuren te zijn geschoven en de parkeergarage was onder water gelopen.

Verderop maar weer. De klok van de nabijgelegen katholieke kerk sloeg twaalf. Hij veerde op, misschien kon hij daar wel schuilen. Helaas zaten de grote deuren potdicht, maar toen hij achter de kerk ging kijken zag hij dat er in de pastorie een lichtje brandde. Hij had geluk, de achterdeur stond open en toen hij die op een kiertje had geopend en hard “volluk” had geroepen, duurde het een poosje maar uiteindelijk kwam er een jonge vrouw met een angstig gezicht, bangig om de hoek van de binnendeur kijken wat er gaande was.

“Eh, hallo,” zei hij klappertandend. “Ik zag dat er licht op was en dat de deur openstond. M’mag ik binnenkomen?” Hij spreidde zijn armen om aan te geven dat hij er ook niets aan kon doen. De vrouw stond nog steeds achter de deur met haar hoofd in de kier. “Waarom donder je niet gewoon op, in plaats van hier binnen te dringen?” Haar blik was vijandig. Zeker niet welwillend. Het leek erop dat ze niets van hem moest hebben die als een verzopen kat haar bijkeuken stond nat te maken.

“Eh, is de pastoor er niet?,” vroeg Bavo enigszins vertwijfeld. “Pastoor?”, was het vragende antwoord. “Die woont hier allang niet meer. Ik ben hier ook maar huurder en ik ben helemaal niet blij dat je daar staat!”

Haar blik werd iets gematigder. “Oh, eh, sorry. Maar ik heb het zo koud en ik kon nergens heen en toen dacht ik, misschien is het in de kerk gastvrij, maar daar ziet het niet zo naar uit. Nou, dan ga ik maar.” Hij draaide zich om naar de deur. Maar op dat moment klonk er een enorme donderslag en een grote windvlaag blies de deur naar buiten, zodat er meteen weer een golf water naar binnen spoelde.

Rhea gilde: “Doe in Godsnaam de deur dicht en kom binnen!”

~*~*~*~

Rhea van Vriesland was als plattelandsmeisje twee maanden geleden naar de grote stad gekomen om haar droom, arts worden, te verwezenlijken. Op het VWO was ze, terwijl ze door haar klasgenoten meestal werd genegeerd, een briljante leerlinge geweest en met haar hoge eindcijfers was ze gemakkelijk ingeloot voor de numerus fixus van de Leidse universiteit.

Ze had, verlegen als ze was, de introductieweken die bestonden uit allerlei nare karweitjes en een roeitocht in een lekkend bootje over de singel, redelijk goed doorstaan. Ze was, omdat iemand haar had verteld dat het een goed idee zou zijn, lid geworden van de ‘tweede’ studentenvereniging ‘Augustinus.’ Ze liet zich daar echter zelden zien omdat ze, zoals ze zichzelf  wijsmaakte, èn geen behoefte aan gezelschap had, èn zich voorgenomen had ijverig te studeren.

In tegenstelling tot veel van haar jaargenoten was het voor haar niet moeilijk geweest om een kamer te vinden. Haar vader, lid van het plaatselijke kerkbestuur, kende een collega in een dorp vlakbij Leiden die hem desgevraagd had verzekerd dat er in de pastorie van hun kerk een plaats was vrijgekomen. Nadat de pastoor was vertrokken woonden er altijd drie studenten in de grote pastorie, maar één van de jongens was afgestudeerd en had het enigszins afgetakelde gebouw acuut verlaten.

Samen met haar ouders hadden ze eind juli het pand verkend, geconstateerd dat het er mee doorkon en zo kwam het dat Rhea twee weken later haar intrek had genomen in dit merkwaardige huis met zijn krakende trappen, waar het naar werd gezegd soms spookte, met uitzicht op het achterliggende kerkhof met zijn naargeestige bomen.

Haar twee medestudenten, Rob en Lucas, beiden lid van Minerva, zag ze zelden. Die hielden zich of in de soos op de Breestraat op, of bij vrienden en lieten zich weinig gelegen liggen aan magere Rhea. Als ze haar al op de gang tegenkwamen kon er nooit meer af dan: “Ha, daar heb je onze Nul ook weer,” of woorden van die strekking. Dat maakte niet dat zij zich daar welkom voelde, maar aan de andere kant; zo had ze ook geen last van de ‘heren’ die ze ook nooit op enige studieactiviteiten had kunnen betrappen. Studeren daarentegen was bijna het enige dat haar wèl interesseerde. Haar dag zag er meestal als volgt uit. Met de bus pendelen naar de medische faculteit, haar boodschappen halen bij de Appie op het Leidse Centraal Station, een praatje maken tijdens de maaltijd op de mensa met één van haar medestudenten, en weer terugreizen naar haar pastorie om onmiddellijk achter de laptop en de boeken te kruipen.

Vandaag was ze niet naar de stad geweest omdat ze haar eerste anatomie tentamen moest voorbereiden. Dat was een hoop stamp- en leerwerk met al die Latijnse namen die zo op elkaar leken. Maar met Latijn op het VWO in haar pakket, kon ze namen als arteria pulmonalis, hypothalamus of trombocyten, om maar eens wat te noemen, goed uit elkaar houden. Toen de najaarsstorm met alle hoosbuien losbarstte, was ze al lekker opgeschoten.

~*~*~*~

Bavo Breedevoort was diezelfde dag met de trein vanuit de Achterhoek naar Leiden gereisd. Hij was pas afgestudeerd als milieudeskundige aan de Saxion HBO van Deventer en moest die middag op sollicitatiegesprek komen in het gemeentehuis van een van de randgemeenten van Leiden.

Het was een hele reis geweest. Eerst de bus, verschillende treinen, en dan weer de bus. Tegen de tijd dat hij ter plaatse arriveerde was het koud geworden en gaan waaien, maar hij was – voor Bavo een bijzonderheid – wel op tijd en zijn sollicitatiegesprek was, zover hij kon beoordelen, best wel aardig verlopen. Toen hij buitenkwam was het betrokken en vielen de eerste regendruppels. Al snel hield het op met zachtjes regenen en stond hij daar, zonder jas – vergeten - in de stromende regen.

Hij keek om zich heen. Waar was de bushalte ook al weer? Hij kon het zich niet herinneren. Het leek of zijn geheugen was gewist. De laatste mensen haastten zich naar huis en op goed geluk sloeg hij linksaf over het fietspad, waar hij prompt door een voorbijrazende brommer werd geschept en in de struiken gesmeten. Toen hij was opgekrabbeld was er van de brommer niets meer te zien. Met zijn doornatte kleren krabbelde hij op en voelde eens aan zijn hoofd waar een megabult was verschenen. Een stekende hoofdpijn drong zich op maar verder leek alles er nog aan te zitten.

Hij bleef maar dwalen. De bushalte leek onvindbaar, de regen hield ook maar niet op en hij kreeg het kouder en kouder. De hoofdpijn had van hem bezit genomen zo kwam hij tenslotte, doodmoe, doornat en met een hoofd dat leek te exploderen in de bijkeuken van Rhea terecht. De plas die onder hem was ontstaan breidde zich gestaag uit.

~*~*~*~

Hoe loopt dit af? Wat zou jouw lezersoordeel zijn over wat er vervolgens zou kunnen gebeuren? Laat Rhea nu wel of niet Bavo binnen? Raken ze al of niet aan de praat? Klikt het misschien heel erg tussen die twee, of juist niet? Is er misschien een spirituele klik? Enzovoort. Ik ben ongelofelijk benieuwd hoe de door jou bedachte toekomst er voor deze twee mensen uitziet. Ik zou het bijzonder leuk vinden wanneer jij daar eens over zou willen  nadenken en jouw gedachten daarover op (virtueel) papier vast te leggen. Zie het als het scheppen van jouw eigen avontuur in jouw eigen wereld. Ik stel me voor het verhaal dat het meeste aanspreekt op Running Fox te publiceren. De schrijver of schrijfster van dit verhaal ontvangt daarvoor gratis mijn boek: ‘Het avontuur van het leven.’

terug

Rain

It felt as if the incessant gushing rain had poured into his pores. Quite alone he was. No one dared to go outside. The puddles in the streets were gone for the streets had become rivers and the squares had become lakes. The pond in the park had overflowed its banks and all trees stood in the water.

Wet he was and shivery. The cold took possession of him. He was cold; he was water; he was shivery. The lanterns in the street reflected in the water and while the soaking rain stung in his face he only had just one thought; he had to get out of this rain. Nearby, he remembered, was a roofed in mall, there he could get some shelter. But when he arrived there big iron gates were laid upon the doors and the parking was flooded. On he went. The clock of the nearby Catholic Church struck twelve. He perked up perhaps he could get shelter there. Unfortunately the big doors were very close, but when he took a look behind the church he noticed that a light was burning in the vicarage. He was lucky for the back door was open and when he had opened the door ajar, he shouted “Shop!” in a loud voice. After a while a young woman with a fearful face finally looked ‘round the corner of the door to see what was going on.

“Eh hi” he said, his teeth chattering. “I saw the light burning and the door was open. M-may I come in?” He spread his arms to state that it wasn’t his fault. The woman was still standing behind the door. “Why don’t you get the hell out of here in stead of intruding here?” Her look was hostile and certainly not friendly. In fact she didn’t want to have anything to do with this young man who - like a drowned cat – wet her kitchen floor.

“Eh isn’t the vicar home?” asked Bavo somewhat desperate. “Vicar?” was her asking answer. “He doesn’t live here anymore for a long time. I’m just a tenant here and I am not pleased at all you’re standing there!” Her look became a bit moderate.

“Oh eh sorry but I am so cold and I have nowhere to hide and I thought the church might be hospitable, but it doesn’t look like it. Alright, I’m off now.” He turned towards the door but in that moment an enormous thunderclap sounded and a big wind flaw blew the door outdoors, so that a gulf of water spooled inside.

Rhea yelled: “For heaven’s sake come in and close the door!”

~*~*~*~

Rhea van Vriesland was a country girl who came to the big city two months ago to realize her dream – becoming a doctor. At the VWO (pre-university secondary education) she had been a brilliant student even though her classmates ignored her most of the time. With her high final figures she was easily admitted for the numerus clausus of Leyden University. Shy as she was, she had undergone the introduction weeks which consisted of all kinds of dirty odd jobs and a trip in a leaking rowboat on the girth, pretty well. She also became a member of the second best university corporation ‘Augustinus’ because someone had told her that it would be a good idea to do. She seldom showed up there because she made believe herself that she needed no company and she intended to study zealously.

In contrast with so many of her fellow-students it hadn’t been difficult for her to find a room. Her father - member of the local church council – knew a colleague in a village nearby Leiden who assured him when asked that the rectory of their church had a vacancy. After the vicar had left, three students always lived in the vicarage. But when one of the boys had graduated he abruptly left the somewhat decrepit building. At the end of July she and her parents scouted the premises, concluded that it was reasonable and it happened that Rhea had moved in two weeks later into this curious house with its creaking stairs of which was said that it was sometimes haunted. The house had a view on the cemetery on the back with its gloomy trees.

She seldom saw Rob and Lucas, her two fellow-students who were both a member of ‘Minerva,’ the leading university corporation. They sojourned in the club either at Breestraat road or with friends and they weren’t interested at all in skinny Rhea. In case they met her in the hallway all that was said was: “Ha, there’s our Miss Zero again” or words of that tenor. It didn’t make her feel welcome but at the other hand she was not bothered by the two ‘gentlemen’ which she never had been able to trap on study activities.

At the other hand studying was almost the only thing that did interest her. Her days mostly looked as follows. Going to the medical faculty by bus, go shopping at the supermarket at Leyden’s Central Station, have a chat during meals in the mensa with one of her fellow-students and travelling back to the vicarage to immediately sit at her laptop and in the books.

She didn’t go to town today for she had to prepare for her first anatomy preliminary exam. That was quite a lot of study with all those Latin names which looked so alike. But at the VWO she had had Latin in her lesson package. Names like arteria pulmonalis, hypothalamus or trombocytes to give them a name, she could differentiate well. When the blast of autumn with its heavy showers burst she had made fair progression

~*~*~*~

That same day Bavo Breedevoort went by train from the Achterhoek region to Leyden. He had just been graduated as an environmental expert at the Saxion HBO (Higher Vocational Education) in Deventer and he was to have a job interview at the city hall of one of the satellite towns of Leiden. It was quite a journey; first by bus, then several trains and then by bus again. By the time he arrived it had became cold and a wind was blowing, but he was in time for his job interview and for Bavo that was a detail. As far he could judge, his interview went pretty well. As he went out the sky was overcast though and the first raindrops fell down. It stopped drizzling and there he was without a coat (forgotten) in the pouring rain.

He looked around. Where was the bus stop? He couldn’t remember and it seemed as if his memory had been erased. People hurried home and on spec he turned, left over the bike lane where he promptly got shovelled down by a passing moped and was flung into the bushes. The moped was out of sight by the time he had scrambled to his feet. Yet, he was wet to the skin and when he touched his head he felt a huge bump. A stingy headache intruded but for the rest he felt alright. He kept wandering and the bus stop seemed to be unfindable and the rain went on pouring and he got colder and colder. The headache took possession of him and finally he arrived at Rhea’s scullery dead tired and his head seemed to explode. The puddle beneath him continually expanded.

How will this story end? What might be your readers judgement about what could happen next? Will Rhea invite Bavo in or not? Will they start a conversation or not? Are they attracted to one another or don’t they? Do they maybe share a spiritual bond? Etcetera.

I am incredibly curious how you make the fixed future for these two people look like. I would like it tremendously if you would take the time to think about it and fix your thoughts about it on (virtual) paper. Look at it as creating your own adventure in your own world. I intend to publish the story that appeals the most on  my Running Fox website.

back