Running Fox
Papers
December 2002 ~
Lessen vanuit de andere wereld
Inhoud
| Probeer
te beseffen |
Citaat
van de maand |
| Voorwoord |
Hans
Brockhuis |
| Devotie |
Marian
van Lier |
| De
Reiger |
Hans
Brockhuis |
|
|
| |
|
| |
|
Citaat
van de maand:
“Probeer te beseffen
wat het is om licht te zijn, te voelen en te verschaffen. Probeer je
bewust te zijn dat de zwaarte en de donkerheid die je steeds hebt gevoeld
slechts schijn is. En dat de dualiteit die je steeds opmerkte slechts
een manier is om te kunnen onderkennen dat er licht bestaat. Dat is
het licht om te kunnen zien; het licht om te kunnen zijn, het licht
om te kunnen schenken. Soms kijk je omhoog en binnenin je is er dan
een vraag. Je wilt weten wat het licht is dat zich in de hemel bevindt.
En nu vraag ik je: heb je gevonden wat je zocht?”
Judith
Voorwoord
Het citaat
van de maand, dat hierboven is afgedrukt, is afkomstig van onze overleden
dochter Judith. Tot mijn grote vreugde is het voor mij, en wat dat aangaat
ook voor mijn twee andere dochters die nog op deze Aarde existeren,
mogelijk om met haar op een innerlijke wijze in contact te treden. Het
bovenstaande maakte onderdeel uit van een communicatie van enige tijd
geleden en kwam gisteren door bepaalde omstandigheden weer op mijn pad
op een zodanige manier dat ik ‘wist’ dat het een goed idee zou zijn
om met jullie te delen. Bovendien past het op wonderbaarlijke wijze
in het thema van deze ‘Papers,’ ‘Lessen vanuit de andere wereld,’ vanuit
welke gedachte ook de andere twee artikelen zijn geschreven.
Rest mij niets anders
dan jullie allemaal een hele goede kersttijd toe te wensen en de hoop
uit te spreken dat wij elkaar ook in het nieuwe jaar op deze of andere
wijze weer zullen ontmoeten. Als dat in de vorm mag zijn van een bijdrage
aan dit medium, dan zijn jullie allemaal van harte welkom om jullie
inbreng aan het bekende e-mail adres in te zenden.
Espavo,
Hans
~*~*~*~
Devotie
Marian van Lier
Ik
had een droom waarin ik een lichtblauwe jurk droeg en een witte trap
opliep. Een dag later tekende ik wat ik had gezien en terwijl ik daar
mee bezig was zei een stem; “devotie.” Ik zeg: “hoe?” De stem herhaalde;
“devotie.” Ik had van dit woord nog nooit gehoord en een paar dagen
later wilde ik eigenlijk wel eens weten wat dat woord devotie betekende.
Als eerste keek ik in het occult woordenboek, maar daar stond het niet
in. Vervolgens het esoterie woordenboekje, maar daar stond het ook niet
in. Tenslotte pakte ik het gewone Nederlandse woordenboek en daarin
stond het woord wel, met als betekenis: vroomheid. Ik snapte er niets
van. Wat moest ik daar nou mee?
Ongeveer twee maanden
later liep ik in Eindhoven in de buurt van V&D. Ik zag een witte
geest lopen met een wit gewaad aan en lang wit haar in pijpenkrullen.
“Ga jij ook boodschappen doen?”, ging het door mij heen. Als vanzelf
ging ik bij V&D rechtsaf en door de zijdeur de winkel binnen. Onmiddellijk
liep ik tegen de boekenstand aan met afgeprijsde boeken. Automatisch
haalde ik het boek: 'De weg van Eenvoud' van Moeder Teresa eruit voor
fl 5,- .
Ik vertelde dit
verhaal ‘s-avonds aan mijn man die zei: “Hij zal je wel een weg of doel
willen wijzen.” Een dag later haalde ik het plastic van het boek en
begon erin te lezen. Het verrassende is dat het woord devotie veelvoudig
in dit boek voorkomt. Weer een dag later had ik het boek uit en ging
naar boven naar mijn kamer. Enige tijd daarvoor had ik een boek over
religies gekocht, maar ik had daar nog niet echt in gelezen. Dit keer
maakte ik dat boek op een willekeurige plaats open en daar stond met
grote vetgedrukte letters te lezen:
DEVOTIE EN MEDITATIE…
Toeval?
Op een of andere manier wordt er ons mensen steeds iets duidelijk gemaakt.
Feitelijk zit vaak al in de kleine dingen een boodschap voor ieder mens.
Wij mensen moeten alleen onze ogen openen, om het te kunnen zien.
Ongeveer 10 jaar
geleden deed ik mee aan een chakra meditatiedag. We kregen de opdracht
om buiten bloemen te gaan plukken voor op de tafel. Op het stukje grond
stond van alles door elkaar heen gegroeid. Toen we later weer bij elkaar
waren, had ik een bosje met allemaal kleine bloemen. Ik had tussen de
grote bloemen, de kleinste bloementjes ertussenuit gehaald. Vaak zitten
de kleine dingen verborgen in het grote en het helpt ons mensen om verder
te kijken.
~*~*~*~
De
Reiger
De Nada Kronieken, deel 13 ~ Hans Brockhuis
Voor
het decembernummer van de Running Fox Papers leek het me een goede gedachte
om iets te scheppen waarin de kerstgedachte tot uitdrukking zou komen.
Ik heb daar even over moeten nadenken, maar schijnbaar als vanzelf werden
mijn gedachten teruggeroepen naar datgene wat zich afspeelde gedurende
de kersttijd van 1998. Het is een gouden herinnering die ik door middel
van dit verhaal met jou, lezer, wil delen.
Na een turbulent
en werkzaam leven en een lange periode van ziekte en narigheid, stierf
mijn moeder vlak voor kerstmis, nu vier jaar geleden. We konden het
van tevoren zien aankomen. Een aantal malen daarvoor waren er al momenten
geweest dat wij als nazaten werkelijk hadden gedacht dat het afgelopen
was, maar steeds weer was gebleken dat het nog geen tijd was. Wanneer
je uiteindelijk dan toch met het onvermijdbare wordt geconfronteerd
en opeens is de vrouw die jou het leven schonk er niet meer, is dat
op zijn minst schokkend. Ik ben er zeker van dat dit voor velen van
jullie herkenbaar zal zijn.
Het leven van mijn
moeder liet zich lezen als een gedicht. Soms kabbelend op de ritmische
rustieke woorden van een kalme woordenvloed. Soms heftig en verlangend
naar betere tijden, de strofen worstelend om tot de zoete helling van
het kalme strand te geraken. Altijd was daar dat bos met zijn vele bomen
waaruit zij maar geen keus kon maken. Maar steeds was haar leven een
boeiend woordenspel, doordrongen van een hevig geloof, en immer zoekend
naar de bevrediging, naar de voleinding, naar een juist getroffen cadans.
Reeds in haar jonge
jaren ontdekte zij het onzienbare. Zij was spiritueel avant la lettre
en herkende zich al vroeg in de pinksterbeweging. Krishnamurti kwam
naar Nederland en op de Paasberg luisterde zij ademloos naar de boodschap
van deze verlichte grote kleine man uit het oosten. Later leerde zij
de Antroposofische beweging kennen, waarin zij gedurende vele jaren
datgene vond wat haar gelukkig maakte. De liefde voor een liefdevolle
God, de liefde voor mens en dier, de eurythmie, tekenen en schilderen,
muziek. Het bijbehorende filosofische gedachtegoed gaven haar een handvat
om met de dingen des levens in het reine te komen. Om zich soms los
te kunnen maken van de dagelijkse beslommeringen, om zich te verliezen
in de grote denker die Rudolf Steiner toch was, in een levensovertuiging.
Ook was zij een
niet onverdienstelijk dichteres die in 1953 het volgende voorspellende
gedicht maakte:
“O dit te dragen
en te sterven niet
de tijd te lijden die een leven biedt,
te treden van het kruis van tijd en ruim
zich voeden met de wijn, van brood het kruim
te nemen, oogst van overvloed in eeuwigheid.
God neemt ons tot zich en heeft alle tijd.”
In het voorjaar
van 1992 gaf zij een dichtbundeltje uit: ‘Proeven van taal en teken,’die
onder een klein groepje belangstellenden is verspreid. Zij beschouwde
dit als haar levenswerk, maar helaas heeft haar gezondheid daarna grote
schade opgelopen en begon de ziekte van Parkinson haar langzaam te slopen.
De laatste jaren van haar leven putte zij troost uit de gedichten van
Ida Gerhardt, waarvan ik hier een voorbeeld wil geven. Een voorbeeld
die een bijzonder licht werpt op de laatste jaren van haar leven, waarin
haar lichaam het stukje bij beetje liet afweten, maar waarin haar geest
tot het laatst toe helder bleef als glas.
De grassen
Als ik nog ouder
ben, en helderder mijn ogen
door zachte tranen en zacht geluk gewassen zijn,
dan valt veel arbeid stil - dàn zal ik toeven mogen
waar op de zomerwei de hoge grassen zijn.
Veel schoons
heb ik aanschouwd, veel zware vreugd gedragen,
en wèl was elk seizoen tot aan de rand gevuld;
maar dit vraagt klare rust, de vree der late dagen,
de stilte en de wijsheid van een rijp geduld.
Daar ligt de
weide, trillend, schemerend van schrifturen
waarin door de eeuwen eend’re wetten staan verteld;
ik zie hen tegen ‘t blauw in ongebroken uren,
getakte tekenen op een azuren veld.
Oneindig is
de rijkdom der verscheidenheden
van haakjes, tittels, lijntjes in het strakke schrift,
soms zwevend overdonsd - bij het naar buiten treden
de bloeisels, grijs op grijs - met stippelende stift.
En ik zal, als
een kind, dit langzaam leren lezen,
tot vast in mij geprent de ranke aren staan;
en in het donk’re huis zal ‘s-avonds òm mij wezen
de wiegeling der grassen vóór het slapen gaan.
Ik heb haar leven van terzijde altijd kunnen gadeslaan als een zoektocht.
Een speuren naar die enige boom die haar alles had kunnen geven wat
zij in dit leven zocht. Vele malen vond zij er een die haar welgevallig
was en haar voor kortere of langere tijd vervulling kon schenken. Maar
altijd weer was daar, vroeg of laat, die teleurstelling, het afkeren
en opnieuw het hunkeren naar iets wat voorbij de einder lag.
Maar plotseling
was zij er niet meer. Ineens maakte zij geen deel meer uit van dit ondermaanse.
Zij en ik waren 54 jaar lang tijdgenoten geweest. De laatste jaren waren
voor haar een zware strijd. Parkinson, diverse hartstilstanden, longembolie,
een gebroken heup, borstkanker. Weinig is haar bespaard gebleven.
Vlak voor kerst
troffen mijn vrouw en ik haar aan in een beschut kamertje van het tehuis
waar zij haar laatste maanden doorbracht. Enkele minuten daarvoor had
zij voor het laatst haar moede ogen gesloten, maar om haar tot rust
gekomen gelaat speelde een halve glimlach en ik wist op dat moment zeker
dat zij tenslotte haar boom had gevonden....
Na de crematieplechtigheid
gingen mijn vrouw en ik, samen met een twintigtal vrienden en familieleden
naar ons huis om wat te drinken en om te praten over de gebeurtenissen
van de laatste tijd die hadden geleid tot deze op zich treurige gebeurtenis.
Zoals zo vaak na begrafenissen, was het een geanimeerde bijeenkomst
met mensen die je in het drukke leven van alledag niet al te vaak ontmoet.
Maar opeens was
daar het moment dat een van ons ontdekte dat een reiger was geland op
het dak van de kleine schuur achter ons huis. De vogel was, met zijn
snavel wijzend in onze richting, daar neergestreken en keek – zoals
reigers dat kunnen doen – gedurende lange tijd met een zeer intense
blik in onze richting.
Geleidelijk verstomden
de conversaties en er was een moment dat we allemaal in de richting
van deze reiger keken en het was duidelijk dat hij of zij zich intens
in ons aller aandacht mocht verheugen. Precies op dat moment vloog de
statige vogel weer op en wiekte herwaarts. Ik kan je verzekeren dat
de stilte in de kamer langdurig en oorverdovend was. Ieder van ons achterlatend
met zijn eigen gedachten en deze gebeurtenis op zijn of haar eigen wijze
interpreterend.
Hierop terugkijkend,
kan ik niet anders dan aannemen dat dit waardevolle, dit gouden moment,
een geschenk uit de hemel was, waarbij duidelijk werd gemaakt dat alles
goed was en dat mijn moeder niet zonder intentie was overgegaan naar
de andere wereld. Bovendien maakte het voor mij mogelijk om op een positieve
manier met dit verlies om te gaan en ik dank degenen aan gene zijde
die hiervoor verantwoordelijk waren, voor de mogelijkheid om me te her-inneren
dat het leven niet eindigt bij een sterfgeval, maar tegelijkertijd kan
worden gezien als een wedergeboorte in een wereld die voor ons niet
tastbaar is.
Deze kersttijd was
er een die ik niet licht zal vergeten en heeft mij doen beseffen dat
de geldende kerstgedachte soms kan overstijgen naar iets wat veel dieper
ligt. En toch, vieren we met kerstmis niet elk jaar een geboorte? |