Running Fox Papers

November 2002 ~ Vakantie en spiritualiteit

Inhoud

Tegemoetkomen Citaat van de maand
Voorwoord  
Binnestebuiten Myriah Krista Walker
Vol verwachting klopt mijn hart Caroline Groeneveld
   

~*~*~*~

Citaat van de maand:


TEGEMOETKOMEN


Wie mij tegemoet gaat
in de stilte
van zijn hart,
Zal Mij ontmoeten


Deze woorden zijn door Jakob Lorber (1800 - 1864) ontvangen als goddelijke openbaring door het innerlijk woord.

Voorwoord

Dit nummer van de Running Fox Papers is gewijd aan het onderwerp vakantie en spiritualiteit. Het is mij gedurende de laatste jaren opgevallen dat er zich op vakantie soms gebeurtenissen voordoen, die waarschijnlijk niet zouden hebben plaatsgehad, wanneer je thuis, met je dagelijkse beslommeringen, bezig bent. Vandaag treft u twee artikelen aan van lezers die deze gedachte lijken te ondersteunen.

Hun verhalen lezende, kan je alleen maar tot de conclusie komen dat de voorvallen die zij beschrijven, ‘thuis’ niet plaatsgevonden zouden hebben. Lees en geniet van deze twee prachtige verhalen. In een volgend nummer zal ik mijn eigen reisverhalen met jullie delen.

Hans 

~*~*~*~

Binnestebuiten
Myriah Krista Walker

website: www.grassesroots.com

Nederlandstalige verhalen en meditaties van Myriah zijn te vinden op: www.runningfox.tk

In augustus 2000 pakte ik alles in wat ik nodig had om in de camper van mijn Nissan pickup te kunnen leven en reed naar British Columbia. Mijn vriendin, Freedom, woonde daar. Ik had tijdelijk geen baan en wilde ongeveer een maand weg blijven. Ik had nog nooit de uitgelatenheid van de vrijheid beleefd door van huis te vertrekken zonder vaste datum van terugkomst. Joepiedepoepie, ik was echt helemaal vrij als een vogeltje.

De structuur van lemurische landen begon door mijn Coloradische ziel te resoneren toen ik langs de kust reed van Oregon en Washington State en toen de veerboot nam naar Vancouver Eiland. Wat begon als een vakantie zou spoedig transformeren tot een spirituele test van de hoogste orde.

Ik maakte vrienden met zowel de rijken als de armen van geest. Ik sprak met 800 jaar oude bomen, ontmoette een nieuwe indiaanse zuster, Rose, onderging een Regenboog samenkomst op Sand Cut Beach en drumde rijkelijk totdat de zon opkwam. Freedom en ik reisden naar de westkust van het eiland en liepen een acht kilometer lang strand op en neer, blootsvoets en in de regen. Eens kropen we in een grot bij een meer langs de weg en keken uit over een verre berg die eruitzag als een lachende Boeddha.

Twee raven landden op een nabije boom en spraken in tonen die we niet kenden. Toen ze eenmaal ontdekten dat wij daar zaten, veranderden zij hun stemmen terug tot het normale krassen en kraaien. Inderdaad, raven hebben iets magisch over zich. Een andere keer kropen we in een bosje struiken in een park in de stad Victoria en zongen en chantten liederen over Liefde en Licht, terwijl voorbijgangers zich afvroegen waar die geluiden vandaan kwamen. Zou ik dat hebben gedurfd in mijn eigen omgeving? Ik denk het niet. Maar wanneer niemand je kent, wordt het gemakkelijker om je voortdurend vanuit je gevoel te gedragen. Dit werd het thema van de gebeurtenissen die zouden volgen.

Na drie weken kwam ik bijna zonder geld te zitten maar wilde nog niet terug. Rose suggereerde dat ik op het festival van de Dag van de Arbeid in de plaats Saanitch zou komen werken. Het was het 104e jaarlijkse festival en de eigenaars plachten mensen voor het weekeinde in te huren. Ik kreeg een baantje bij de ‘Moonwalk,’ voor de kleintjes. Ik ontving 400 dollar voor drie dagen werk en zo kon ik hier nog een poos blijven, als ik zuinig was.

Ik besteedde 25 dollar en kocht voor twee weken voedingsmiddelen. Pindakaas gaat lang mee als je het echt wilt. Freedom moest er, vanwege haar baan, voor een paar dagen tussenuit, en ik besloot om naar een strand te rijden om daar in mijn eentje te kamperen. Het kampeerterrein was 800 meter van de parkeerplaats verwijderd. Toen ik voor de tweede en laatste lading benodigdheden en mijn portemonnee die ik achter de zitting had verborgen terugkeerde, ontdekte ik dat er was ingebroken en al mijn geld gestolen was. Een stille paniek dreigde bezit van me te nemen. Dat onderdrukte ik, pakte mijn rugzak en keerde terug naar mijn kamp.

Ik was niet bang voor de beren, of voor de bergleeuw die ‘s-nachts sporen achterliet in het zand rondom de tent. Ik was bang voor de vraag hoe thuis te komen. Tweeduizend kilometer is ver, wat meermalen tanken vereiste, én voedsel. Ik had voedsel voor twee weken en genoeg benzine voor 150 kilometer. Toch maakte een innerlijke vastberadenheid zich van mij meester. Twee dagen lang leefde ik in stilte en gebed, evenals met zandvlooien, getijden en stenen. Ik besloot dat het tijd was om naar huis terug te keren. Ik zou geld lenen en naar huis gaan. Het was allemaal zo eenvoudig.

Ik keerde terug vaar Victoria en belde Freedom. Het bericht op haar antwoordapparaat maakte duidelijk dat zij een nieuwe baan had gevonden op een belendend eiland, Saltspring. Zij had het huis en de baan van haar dromen gevonden en ik kon zo lang als ik wilde komen logeren. Het was verleidelijk. Natuurlijk kon ik daarheen gaan voor een bezoekje en misschien wel werkend mijn weg terug naar huis verdienen. Ze verwees me naar een vriendin die me het geld voor de veerboot leende en daarin bleek de ware aard van deze vakantie te liggen.

Ergens binnenin me klonk er een belletje. Er was daar iets dat de vezels van mijn wezen wilde testen, om te zien wat nodig was om te komen van helemaal niets naar iets. Er was niets dringends dat mij onmiddellijk naar huis terugriep, omdat ik gemakkelijk vanuit deze situatie kon ontkomen, maar waarom zou ik me daarmee niet eerst bezighouden? Terugkijkend kan ik nog steeds niet helder formuleren waarom ik besloot te blijven om dit uit te zitten, maar het bleek het beste besluit te zijn geweest dat ik ooit had genomen.

Ik vond vrijwilligerswerk in een dierenopvangcentrum. Ik had de baas mijn ‘Een blauwe vogel maakt een keuze’ verhaal laten lezen en daarom mocht ik zonodig mijn healing kwaliteiten toepassen. Elke morgen maakte ik groenten klein, op formaat arend, formaat kraai en stukjes voor de kleine vogels. Ik voederde baby zeehonden vis en dronk de liefde in die vanuit hun ogen straalde. Ik maakte kooien schoon, deed de was én de afwas. Ik sprak met de uil die er al zes weken woonde. We wisten dat ze gezond was, maar ze wilde niet vliegen. Ze vertelde me dat ze walgde van de lucht van de arenden in de vliegkooi. Ik vertelde haar dat alles wat ze te doen had was om ons te laten zien dat ze kon vliegen en ze zou vrij zijn. Twee dagen later werd ze losgelaten. Misschien was dat het dat ik bleef.

Ik kookte voor een echtpaar, waarmee ik wat verdiende, liet lekkernijen achter in hun oven en verliet het huis voordat zij terugkwamen omdat haar echtenoot niet van Amerikanen hield en ze wilde niet dat ik in beeld kwam. Ze zei me hoe dankbaar ze was om thuis te komen en de liefde en de aandacht te voelen die elke avond op haar tafel terechtkwam na een lange dag werken. Misschien was dat het dat ik bleef.

Ik ontmoette een man die vanuit Washington State was komen zeilen. Ik zeilde in die kleine boot rond het eiland en voelde de helm en de schoot en manoeuvreerde door de kracht van de wind. Nog nooit eerder had ik de kracht van de wind in mijn vingertoppen gevoeld. Misschien was dat het dat ik bleef.

Ik hielp een oudere vrouw met klusjes op haar erf. Zij was gepensioneerd psychologe en leed aan ernstige brandwonden en handicaps, veroorzaakt toen haar huis enkele jaren eerder afbrandde. Ik begreep haar toen ze me vertelde over haar contact met haar grootvader in de andere wereld en we spraken over spirituele belevingen en alternatieve geneeswijzen. Misschien was dat het dat ik bleef.

Ik voelde wat het is om een Amerikaan in Canada te zijn. Geliefd en gehaat. Ik kon alleen maar illegaal werk doen. Ik hield lezingen in een esoterische boekwinkel en verkocht een keer zelfgemaakte chocoladekoekjes op de hoek van onze straat. DAT was winstgevend! Ik droomde vaak met de babyzeehonden die ik voederde in het centrum en op een keer kon ik helpen om een groep ervan terug te brengen in het wild. Misschien was dat het dat ik bleef.

Ik bezocht een schuilplaats voor daklozen en luisterde naar hun pijn. Ik sprak met hen en heb nu een beter begrip over hoe het werkelijk is om dakloos te zijn. Ik ontving etenswaren uit een voedselbank en ondervond wat dankbaarheid en geven werkelijk betekent. En op een dag liet een onbekende drie zakken vol etenswaren voor ons op de stoep achter. Ik had nog nooit aan de ontvangende kant van iets dergelijks gestaan, terwijl ik wel enkele malen de gever was geweest. Dat gevoel van een volkomen cirkel was iets wat ik moest ondervinden. Misschien was dat het dat ik bleef.

Ik ontmoette mensen die zeiden spiritueel te zijn maar die anderen slechts manipuleerden en ik ontmoette mensen die onbewust wijd open waren en niets verwachtten. Ik kon bakken, schoonmaken, tuinieren, schrijven, schilderen, lezingen geven, dierenhokken schrobben en met de dieren praten. Ik stond van aangezicht tot aangezicht met mijn fundamentele bekwaamheden. Als ik gratis kost en inwoning had gehad zou ik waarschijnlijk in staat zijn geweest om op eigen kracht naar huis te komen. Maar het was nu november. Mijn bestaan was goed genoeg maar financieel gesproken kwam ik geen stap verder. ‘In Gesprek met de vier seizoenen’ zou spoedig worden uitgegeven en vanaf deze plek kon ik er geen eind aan breien. Op een nacht droomde ik van Colorado en zag binnenin de grond dat dàt de plek voor mijn wortels was. Daar lag kracht voor me om af te tappen en het was tijd om naar huis te gaan. Ik telefoneerde, liet geld naar mijn bankrekening overmaken en zocht mijn spullen bij elkaar.

Vlak voor vertrek vroeg een vriend die ik in Victoria had ontmoet, of ik voor zijn wolfshond Santos wilde zorgen, waarmee ik tijdens onze eerste ontmoeting een sterke band had gevoeld. Hij wekte mijn wolvenhart van jaren eerder toen ik een andere wolf als vriend en metgezel had gehad. Craig wilde naar India reizen en kon dat niet tenzij hij voor Santos een liefhebbende verzorger had, die net zoals hij van zijn hond hield. Zou ik hem in huis nemen? OH JA! DAT was de gift die ik ontving omdat ik was gebleven.

Ik keerde terug naar huis in het besef om volledig binnenstebuiten te willen leven, met een wolf als gezelschap aan mijn zijde om te helpen mijn hart open te houden. Ik begon aan een nieuwe baan met geestelijk gehandicapte volwassenen, maakte ‘In gesprek’ af en begon voedsel uit te delen aan vrienden waarvan ik wist dat die dat konden gebruiken.

Deze vakantie veranderde mijn hele wezen. Ik leerde het belang om oprecht te blijven aan je spirituele principes, maar dan op een gegronde wijze, die werkelijk nuttig was voor anderen. Terugkijkend, zou ik mijzelf opnieuw op deze manier laten stranden? Terugkijkend, wens ik mezelf toe dat het jaren eerder was gebeurd.


~*~*~*~

Vol verwachting klopt mijn hart 
© Caroline Groeneveld 

We zitten samen op een terras midden in het mondaine Mytilini, de hoofdstad van het Griekse eiland Lesvos. Het is al laat. De zon gaat bijna onder, mijn vliegtuig stijgt bijna op. Het lijkt onwerkelijk. De gesprekken zo vertrouwd. Zijn humor zo vol zelfvertrouwen. Zijn lach die mij zoveel diepe vrede geeft. Ik ga niet weg. Ik blijf. Zo lijkt het. Maar de zon gaat onder. Het vliegtuig wacht. Hij betaalt de twee kopjes ijskoffie en we rijden samen naar het overvolle vliegveld. Hij regelt nog een laatste goede zitplaats geeft me nog een allerlaatste knuffel. Vol verwachting klopt mijn hart... Zou ik hem ooit nog weder zien? Maar juist die verwachting, weet ik, moet ik laten gaan. Voorbij verwachting, voorbij de hoop, dat is de enige weg terug naar huis. En ik wacht. Op het vliegveld. Op de Schipholtaxi (twee uur!) In mijn huis. Thuis. Ik wacht, waar dan ook. Stil staan is soms juist vooruitgaan. Toch?

Het is al weer zo’n twee jaar geleden dat ik een intense relatie had met deze man. We waren stapeldol op elkaar. Hemels verliefd. Hij gaf huis en haard op voor mij. En ik voor hem. Ik emigreerde drie maanden naar Griekenland. Hij 9 weken naar Nederland. We hebben samengewoond, gelat, geruzied en weer bijgelegd. Het ging niet samen. En toch ging het zo geweldig goed. Ik heb altijd geroepen dat ik weiger een oordeel uit te spreken. Weiger een ander de schuld te geven. Want immers, iedere irritatie in een ander, is in feite een schaduw van jezelf die je niet wilt zien of is een kant van jezelf die je graag zou willen hebben maar die je niet zo een twee drie voor elkaar kunt krijgen.

Bij hem was het zijn zelfstandigheid, zijn geslotenheid, zijn tot aan het ongelooflijk grenzende zelfvertrouwen. Wow, wat zou ik die eigenschappen graag willen hebben! Eens niet afhankelijk willen zijn van de mening van een ander. Eens niet immer weer wachten op de goedkeuring van een ander. Eens niet zo draaien en konkelen om het iedereen maar naar de zin te maken. Geen leugentjes om bestwil meer, niet mee roddelen met de meiden over de laatste veroveringen. En uiteraard, nog veel beter, over de laatste dumpingen. En toch, op de een of andere manier, kreeg ik dit toen niet voor elkaar. Ik had andere mensen nodig, dacht ik, om mij gelukkig te maken. Ik voelde me pas in mijn element als ik onder de mensen was. En tegelijkertijd, maakten deze mensen mij diep ongelukkig. Daarom kapte ik ermee. Koos ik voor mezelf. Dacht ik.

Lotje uit de loterij?
Ik ging mijn eigen weg. Werd volledig zelfstandig. Werd gesloten en straalde een gigantisch zelfvertrouwen uit. Ging bij verenigingen, clubjes, muzieklessen, full time werk. En ik verveelde me. Bij alles wat ik deed, merkte ik, dat ik het deed om me niet te vervelen. Ik ben druk om de tijd te doden. Om niet alleen te hoeven zijn. Om niet het gevoel te voelen dat ik geen thuis heb. Geen eigen gezin, weinig vrienden, veel te veel losse kennissen. Maar jee, wat had ik het voor elkaar! Ik werd zo zelfstandig dat ik zelfs niemand vinden kon om op vakantie te gaan dit jaar. Tot en met de laatste restkennis werd gebeld, allen hadden andere plannen. Of gewoon geen zin. Ik zat letterlijk met mijn handen in mijn blonde haar. Tot drie weken voor vertrek een vriendinnetje van Lesvos belde. Ze was tegenwoordig reserveringsmanager bij een lokale agent en had een piepklein huisje op de hei voor me gevonden. Ideaal om de hele dag klarinet te spelen (mijn andere grote liefde), te genieten van zonsondergangen, vlak aan het strand en een half uurtje lopen van mijn geliefde Molivos. Een speld in een zomerse Griekse hooiberg en ook nog voor een vriendenprijsje! Omdat ik ook geloof in kosmische sturing, of toeval bestaat niet, net hoe je het noemen wilt, dacht ik een lotje uit de loterij gewonnen te hebben. In alle eenzaamheid midden in de natuur, en mensen waarvan je houdt toch zo dichtbij... Vrijheid, zelfstandigheid en tevredenheid met lieve mensen gecombineerd in een vakantiepakket. Het gaat toch immers om de juiste balans te vinden in het leven? Tickets waren dus zo gekocht en met stoute schoenen aan, heb ik gevraagd of hij mij van het vliegveld af wilde halen...

Ik kwam voor vier weken terecht in een andere wereld. Vier weken met hoogte- en dieptepunten. Vier weken waarin ik weer een hele andere belangrijke les heb mogen leren. Een les die ik eigenlijk wel ken. Maar kennen is een heel ander verhaal dan kunnen, dan toepassen. En dat was de les van verwachting. Wat verwacht ik eigenlijk van andere mensen? Verwacht ik nu werkelijk dat zij mij gelukkig kunnen maken? Verwacht ik nu echt dat een ieder maar opspringt op het moment dat daar een klein Carolientje aan komt huppelen? Hoe arrogant! Hoe minachtend! Hoe veroordelend! Hoe eenzaam wordt het leven dan! Maar hoe zou het leven er dan uit zien als je voorbij die verwachting leven kunt? Of, om nog een stapje verder te gaan, zelfs voorbij de hoop? Loslaten is meer dan het loslaten van materiele zaken. Echt loslaten is ook de verwachting en de hoop erop, te laten gaan.

Pluk de dag!
Dag voor dag werd het langzamerhand duidelijk. Wat is zelfstandigheid als je het uit eenzaamheid doet? Maar wat is tegelijkertijd zelfstandigheid als je je lekker voelt in je eigen kleine levensweg? Hoe intens kun je genieten van een wit Lymnos wijntje op je eigen terras met een eigenaar die je kilo’s tomaten en aubergines toestopt? Van de zinderende zon die langzaam haar warmte afgeeft aan de horizon in het westen? En tegelijkertijd realiserende dat je zoekende medemens haar vertier niet vindt in overvolle barretjes in het dorpje. Dat de ene relatie daar al vaak begint voordat de andere beëindigd wordt. Dat een mens alleen maar praat over de ellende van een ander om zijn eigen verdriet te vergeten. Dat het letterlijke afstand nemen onneembare kilometers overbrugt. Maar vooral, dat je je nooit moet focussen op wat je niet hebt, maar je juist moet richten op hetgeen je wel bezit. Ik heb mijn vriend niet meer, maar wel zijn vriendschap. Ik heb geen een op een relatie meer, maar wel de verbondenheid met velen uit vrijheid.

Ik hoef niet meer vermaakt te worden. Ik vermaak mij als anderen plezier hebben. Als ik de verhalen hoor. Als ik de gelukkige gezichten zie. Ik hoef het verdriet van een ander niet te horen. Het mag wel, maar het is geen noodzaak meer. Verdriet is namelijk alleen een uiting van eenzaamheid. Eenzaamheid die verdrongen wordt op het moment dat het verdriet aan je uitgesproken wordt. Waardoor een klein beetje tevredenheid de tranen vervagen kan. En ik word steeds stiller. Met de dag meer tevreden. Genietend van de kleine dingen uit het dagelijkse leven. Van een sprinkhaan, die urenlang, doodstil op mijn avondterrasje zit. Wat zou hij te vertellen hebben? Van een tweetal roodbruine vossen, die flitsend in de nacht, vlak voor mijn voeten de straat oversteken. Wat een schrik, maar, ik laat me later op die avond verzekeren dat vossen echt geen Hollandse blonde meiden lusten... Van een ontbijtje, onverwacht gebracht door een vriend. Maak ik me druk dat mijn haar nog niet zit? Van een (nee, twee!) flesjes wijn, samen met een vriendin opgedronken op het nachtelijke strand. Hoe later de avond, hoe dieper we in onze ziel en glas keken! Van een intens verdrietig levensverhaal, verteld door een onverwachte voorbijganger. Wat een geschenk van vertrouwen! En van een laatste namiddag op een terras met twee kopjes ijskoffie in het mondaine stadje Mytilini... Vier weken in een andere wereld. Vier weken, waarin ik heb mogen leren dat je alleen in de details van het leven van alledag de ware grootsheid van het kosmische daarboven vinden kunt. Hoe simpel kan ons bestaan toch zijn...

Vol verwachting klopt mijn hart. Wat zal de dag van vandaag weer brengen? Maar, nog veel belangrijker: wat heeft diezelfde dag voor jouw in petto? Pluk het. Geniet het. Leef het. Carpe Diem!

Reacties?
Caroline Groeneveld; E-mail haar door
hier te klikken.

 


   

 


Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest.

Mochten er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken.