Written with Love Written Speciaal

Tankenberg
  Uitzicht vanaf Tankenberg
 

Koepel Tankenberg en uitzicht vanaf de koepel.

Foto's bij dit artikel: © Rudi Klijnstra.

 

T A N F A N A

DeTwentse Godin

© Rudi Klijnstra

Uit: TANFANA, haar mythen, legenden & heilige plaatsen, door Rudi Klijnstra, met de Tanfana wandelroute & beschrijvingen van krachtplaatsen in Twente. ISBN 978-90-9021556-3. rudi-klijnstra.tk


Oost Nederland is rijk aan folklore en lokale gebruiken die soms naar onze Germaanse en Keltische voorouders verwijzen. Vooral het gebied rond de Tankenberg, tussen Oldenzaal en De Lutte, kent veel sagen en legenden. Zij gaan over het bestaan van de Hellehond, onverklaarbare Spooklichten, de Witte Wieven en de godin Tanfana met haar helpers de feeën en kabouters.

Met 85 meter is de Tankenberg de hoogste heuvel in Twente en de provincie Overijssel. Een grote zwerfsteen op de Tankenberg, aangevoerd tijdens de laatste ijstijd, wordt volgens een Twentse legende als de 'offersteen' van een Germaanse tempel beschouwd, een heiligdom die was gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Tanfana (Tamfana, Tanfanae, Tamfanae), de leidster van de Witte Wieven. Over deze 'offersteen' bestaan verschillende overleveringen, waaronder het volgende verhaal:

'Tijdens de heksensabbat in de Walpurgisnacht, 30 april - 1 mei, (Keltisch feest: Beltane) werd een lichtende glans om de grote steen zichtbaar, maar in andere nachten gebeurde dit soms ook. Lichtgevende gestaltes of 'Witte Wieven' verzamelden zich dan om te gaan feesten. Passanten die dit verschijnsel waar namen kregen het gevoel van een loodzware last die hen benauwde. Men leek zich haast niet meer te kunnen voort bewegen. Pas wanneer men op een bepaalde afstand verwijderd was van de steen viel de druk weg. Precies om twaalf uur in de Walpurgisnacht hielden de Witte Wieven gezamenlijk een maaltijd waarbij de offersteen als eettafel werd gebruikt. Zij dronken bier uit de diepe groeven van de kei waarna een wilde dans volgde. Daarna verdwenen de Witte Wieven, op hun bezemstokken vliegend, in de lucht'.

Eén van de vele pogingen van de christelijke kerk om in de Middeleeuwen alle heidense sporen radicaal uit te wissen was de verplaatsing van de offersteen van de Tankenberg naar de binnenstad van Oldenzaal. Wanneer dit precies plaats vond is onbekend maar de steen is met zekerheid voor 1642 op last van de Oldenzaalse burgemeester van de heuvel naar de stad versleept. Daar heeft de markante kei, met één platte kant en een gewicht van circa 7-8 ton in de buurt van de 10e eeuwse St. Plechelmuskerk gelegen. Een goede plek om christenen tegen de slechte invloed van de heidense offersteen en de Witte Wieven te beschermen. Dat blijkt uit de volgende overlevering:

'Er werd eens een meisje uit Oldenzaal vermist die in de ban was geraakt van de Witte Wieven op de Lonnekerberg. Op een dag was ze weg gevlucht van haar ontvoersters. Teneinde raad zocht ze toevlucht bij de St. Plechelmuskerk in Oldenzaal maar de grote offersteen (toen nog naast de kerk gelegen) trok haar naar zich toe. Omstanders herkenden het vermiste meisje, die moeilijk kon praten en fluisterde dat zij verlost wilde worden van de Witte Wieven. De omstanders trokken haar bij de offersteen weg waarna het meisje geheel uit de ban van de Witte Wieven raakte'.

De volksvertellingen over de grote steen van Oldenzaal werden in de loop van de eeuwen als maar gruwelijker. Hoewel daar geen enkel bewijs van bestaat zou de godin Tanfana ‘vroeger offers van haar vereerders hebben gevraagd’. Niet alleen voedsel en dierenoffers, die op gruwelijke wijze werden geslacht, maar ook moesten er kinderen voor haar worden geofferd. Deze bloedoffers zouden op de grote steen hebben plaats gevonden. Deze afschrikwekkende verhalen ontstonden in een tijd waarin de oude 'heidense' gebruiken en natuurverering in diskrediet werden gebracht en er heksenjachten tijdens de ‘Inquisitie’ plaats vonden. De 'met magische krachten geladen offersteen' werd om die reden naar de stad Oldenzaal verplaatst. Het was een poging om de belangstelling voor, of mogelijke verering van, de ‘heidense godin’ Tanfana geheel een halt toe te roepen. Een ander doel om de grote steen te verwijderen, in die tijd een hele prestatie, valt er niet te bedenken.

Tempel van Tanfana
In Twentse sagen wordt de 'offersteen' van Oldenzaal in verband gebracht met ‘een verdwenen tempel van Tanfana’, die ooit op of onder aan de Tankenberg zou hebben gestaan. Nederlandse geschiedkundigen, waaronder kolonel J.A. Ort (1842-1908), waren eind 18e eeuw daar stellig van overtuigd. Zij baseerden hun mening op een tekst van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus (circa 50-116 na Chr.), die beschrijft hoe de soldaten van Julius Caesar omstreeks 14 na Chr. ten Noorden van de Rijn een gerenommeerde heidense tempel vernietigden, die was gewijd aan de godin Tanfana:

Caput LI 1.51.1 Caesar avidas legiones quo latior populatio foret quattuor in cuneos dispertit; quinquaginta milium spatium ferro flammisque pervastat. Non sexus, non aetas miserationem attulit: profana simul et sacra et celeberrimum illis gentibus templum quod Tanfanae vocabant solo aequantur.
(Vertaling):
Hoofdstuk 51 1.51.1  Caesar verdeelde zijn gretige legioenen over vier wigvormige formaties om zo voor een verwoesting over een grotere oppervlakte te zorgen; een gebied van vijftig mijl verwoestte hij te vuur en te zwaard. Geen sekse, geen leeftijd wist te vermurwen: het profane evenals het gewijde als ook het bij die volken zeer gerenommeerde heiligdom dat zij aan Tanfana toewijden, werd met de grond gelijk gemaakt.

De Oldenzaalse offersteen van Tanfana zou volgens J.A. Ort en andere oudheidkundigen die Twente bezochten, een onderdeel van de vernietigde Germaanse tempel zijn geweest. De Latijnse tekst van Tacitus met de vermelding van 'Templum Tanfanae' is daarom verwerkt in de muur van een hedendaagse theekoepel, die in opdracht van een Oldenzaalse burgemeester rond 1850 na Chr. op de Tankenberg werd gebouwd. Onderaan de theekoepel is in zandsteen een gedicht gebeiteld met het citaat:
Hier toch, waar 't heiligdom orakeltaal deed horen, staat nu ter eere Gods het dierbaar kruis geplant.
Dit maakt duidelijk dat de Tankenberg zelfs in de 19e eeuw nog steeds beschouwd werd als een heidense plek die gekerstend diende te worden...


Gouden Beker   De gouden beker van Tanfana
Volgens een andere Twentse sage zou in de tempel van Tanfana, waar de godin haar orakeltaal deed horen, de bezoekers heilzaam water uit een gouden beker hebben gedronken. Dit water was uit een nabijgelegen heilige bron afkomstig, die 'de beker' wordt genoemd. Bij deze bron huisden eens Tanfana's helpers: de Witte Wieven, en natuurwezens, zoals de aardmannetjes, elfen, kabouters en kobolden. Deze natuurwezens, die Tanfana bijstonden, werden in de Germaanse tijd als een soort van huisdieren beschouwt. Men kon hen beter te vriend dan als vijand hebben en daarom werden zij met kleine offers vereerd. Temeer omdat zij de bewakers waren van de Gouden Tanfana beker, die overvloed en vruchtbaarheid in de streek bracht.

De sage over de gouden beker van Tanfana leek, net als de andere Twentse verhalen over deze godin, niet meer dan echo’s uit een ver verleden te zijn. Echter, de eeuwenoude overleveringen over het bestaan van Tanfana's beker werden bewaarheid nadat een meer dan 2000 jaar oude gouden beker werd gevonden ten Noordoosten van het Duitse plaatsje Uelsen (in oud-Twente). Aan de voet van een hoefijzervormige heuvel, de Spöllberg, met acht grafheuvels, waarvan één groot Keltisch vorstengraf, vond boer Pamann in 1840 een 11.5 cm grote gouden beker. Deze sensationele vondst wordt door archeologen geschat op circa 750 - 600 v. Chr. en geldt als de bekendste voorchristelijke gouden beker van Midden Europa. De boer deed zijn opmerkelijke vondst tijdens de bouw van een schaapskooi en verkocht de gouden beker voor een luttel bedrag aan een handelaar. Vervolgens kwam de Duitse Graaf van Bentheim in het bezit van de gouden beker.  

Hellehond Garmt

  Godin Tan
De Twentse sage van Tanfana's gouden beker en de daadwerkelijke vondst van een meer als 2000 jaar oude bewerkte gouden beker bij Uelsen is op dezelfde Germaanse/Keltische godinverering terug te voeren die ooit in Twente en omstreken heeft plaats gevonden. In deze verering nam de maan/watergodin Tan een belangrijke plaats in die onder de Romeinse naam Tanfana (Fana=godin) in Twente is blijven voortbestaan. Zowel de Tangenberg (D) als de Tankenberg (NL) zijn een verbastering van het oorspronkelijke `Tan(ne)’- of ‘Tafana-berg’, o.a. vergelijkbaar met Tan Hill in Wiltshire (UK), die verwijzingen zijn naar de prehistorische namen An en Ann, de Moedergodin uit het Stenen Tijdperk. Tan (en de latere Germaanse variant ‘Hel’ of ‘Vrouw Holle’) is de heerseres van het dodenrijk Helheim, een ondergrondse rijk dat via water (rivieren, zeeën, heilige bronnen en waterputten) in verbinding staat met de mensenwereld. Volgens Twentse sagen zouden haar helpers, de Witte Wieven, en de Hellehond Garmt, de helper van god Wodan, de zielen van overleden naar Helheim brengen. De zwarte Hellehond met zijn lange nek, gespitste oren en gloeiende groene ogen, werd s'avonds in Twente vooral gezien rondom de Tankenberg en op het kerkhof in De Lutte. In de Twentse sagen spreekt men van de ‘verkeerde hond' of de 'kardoes hond' en wanneer zijn geblaf klonk dan zou er binnenkort een sterfgeval in de buurt plaats vinden.

Tanfana's feestdag
Oudheidkundigen menen meestal dat Tanfana's feestdag het herfstfeest (21 september, Herfst equinox) moet zijn geweest wat verband hield met het Germaanse oogstfeest. Als Keltische maan/watergodin is het waarschijnlijker dat Tanfana oorspronkelijk tijdens Samhain (31 oktober) werd geëerd, het Keltisch oud- en nieuwjaarsfeest dat in het teken staat van dood en wedergeboorte. Samhain of ‘zomereinde' is de nacht waarin de zieners en zieneressen de toekomst van het nieuwe jaar voorspelden en hun ‘orakeltaal deden horen’.

Heilige krachtplaatsen
In de christelijke traditie nam Maria de meeste functies van de godin Tan(fana) in Twente en omstreken over. Heilzame bronnen zijn daarom vaak naar Maria vernoemd en aan haar gewijd, De bijbelse Maria staat -net zoals de moedergodin- bekend als Koningin van de Aarde, Koningin van de Hel of de Onderwereld. Bekende Maria-bedevaartplaatsen, zoals Lourdes, waren al voorheen vanwege hun sterke energetische uitstraling al offerplaatsen van de moedergodin. Deze heilige en genezende locaties worden 'krachtplaatsen' genoemd. Ze bevinden zich meestal boven ondergrondse waterstromen en op kruisingen van de energiebanen van Moeder Aarde. De natuurmens van vroeger zag een -etherische- energiebaan als een van levenskracht pulserende lichtlijn van Moeder Aarde en krachtplaatsen als plekken waar de planeet ademhaalt. Hier ontstonden cultusplekken om contacten te onderhouden met Moeder Aarde en de Kosmos. Men trachtte in de oudheid de wervelende ‘vortex’-energie weer te geven, te versterken en te beteugelen door er cirkel-, spiraal- of ringvormige bouwsels bovenop te bouwen, wetende dat de energie van Moeder Aarde daar een heilzame en bewustzijnsverruimende uitwerking had. Op vortexen neemt men van oudsher vaak lichtverschijnselen waar, zoals lichtbollen. In Keltische tradities beschouwd men dit als Deva’s, etherische natuurwezens, en de manifestatie van vrouwelijke spirituele energie ontsproten uit het bewustzijn van Moeder Aarde.

Tempels van An(a)
De schat aan oude sagen en legenden die zich rondom de Tankenberg afspelen en de talrijke verslagen van onverklaarbare (licht)verschijnselen in de buurt maken duidelijk dat in dit gebied een krachtplaats, een vortex,  aanwezig is. Hier haalt Moeder Aarde adem en vindt er een energetische uitwisseling met de kosmos plaats waarbij voor mensen soms iets zichtbaar wordt van de Andere Wereld. De zieners en zieneressen van onze Germaanse en Keltische voorouders beschouwden dit als een heilig gebied en betuigden hier respect voor de Moedergodin. Dat er een stenen Germaanse tempel van Tanfana op de Tankenberg heeft gestaan, die door de Romeinen zou zijn vernield, is een mythe. Mogelijk dat er wel een prehistorisch hunebed (het meest zuidelijke Nederlandse hunebed van Mander ligt op enkele kilometers afstand)  of ander megalithisch complex op de heuvel heeft gelegen, waarvan de offersteen van Tanfana een onderdeel vormde, en op de daar aanwezige vortex was geplaatst. Dit voor de meeste hedendaagse mensen onzichtbare energiecentrum werd in de sjamaanse cultuur als een natuurlijk heiligdom beschouwd. Net als alle andere, wereldwijd aanwezige vortexen werd ook die op de Tankenberg door de sjamanen (zieners) en sjamanka’s (zieneressen) van weleer gebruikt als een heilige krachtplaats en beschouwd als één van de talrijke natuurlijke Tempels van An(a).