Job

‘Gustave Doré – Job hearing of his ruin’.

    

 

Vertrouwen in onze schepper

 

Aloys Leenders

Overweging, uitgesproken op zondag 21 juni 2009. Referenties: Job 38 1. 8-11 en Marcus 4,35-41.


Laten we eens ons oor bij JOB te luisteren leggen. Hij heeft de ene tegenslag na de andere. Alles om zich heen heeft hij verloren: huis, vee, vrouw, kinderen, gezondheid. “Ja, ja, ja, hij zal ’t wel ergens aan verdiend hebben. Want niemand wordt zo gestraft zonder rede!”, zijn de reacties om hem heen.

Van het ene moment op het ander kan het niet alleen Job maar ook ons overkomen: Zomaar, zonder enige waarschuwing vooraf, stort je veilige wereldje in. Het is de gelovige mens, die inziet dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn: dan zit je naast je geliefde, die aan de hartbewaking ligt. Of er blijkt zomaar een tumor in je te groeien. Of je partner is niet zo eerlijk als je dacht. Of jij die zich zo onmisbaar wist, bent ontslagen.

Van het ene moment op het andere spoelen de golven van het leven zomaar over je heen. Zodat alle hoop en houvast verloren lijkt.

We lazen zojuist bij Job dat God aanwezig was bij de geboorte van de zee; die de zee als het ware heeft grootgebracht. Eerst liefdevol gebakerd in windsels van wolkenslierten en vervolgens opgevoed door de zee aan te geven hoever te gaan. Ter bescherming van zichzelf en anderen.

God zegt in dit poëtische zee- verhaal eigenlijk tegen Job, en op afstand tegen ons allemaal en dan vooral als wij ons hopeloos en reddeloos voelen: “Job jouw geboorte was mijn wil. Vanaf het begin was ik bij je. Ik heb voor je gezorgd. Je gevoed met mijn Woord. Want ik ben de Heer, Ik zal er zijn. Vertrouw op mij.”

Kijken we eens naar de 2e lezing. Ook al water en storm; zoals in het dagelijks leven, ontkomen we er niet aan ! Op het Meer van Galilea woedt een storm. We zien een vissersboot met daarin Jezus; en wel rustig slapend.

Voor Job in zijn verhaal; voor de leerlingen in de boot en voor ons mensen zo’n 2000 jaar later; zijn deze woorden bestemd: Jezus brengt de oorverdovende storm tot zwijgen.
En door de stilte, die dan valt, schept Jezus ruimte om te luisteren naar ons binnenste.

De leerlingen benutten deze stilte- waarin Jezus hen voorgaat- niet. Nee; ze beginnen van alles te vragen. Doen wij dat ook niet teveel? Geen stilte, rust inbouwen maar meteen vragen naar het Waarom, Wat en Wie. In mijn leven zijn een boel dingen goed gekomen doordat God achter mijn rug om, in stilte, voor mij oplossingen vond voor allerlei problemen. Nog beter dan wanneer ik mij ermee had bemoeid!

Als er in ons leven storm gaat woeden. Dan zal het je gebeuren, dat jouw roep, jouw schreeuw van hopeloosheid, gehoord wordt. Een stem, die zegt: “Zwijg – Stil – Luister !”

God geeft ons niet als prooi aan de golven. Hij laat ons niet vallen in het niets. Maar koestert en zegt en bewaart ons in de schaduw, in de palm van zijn hand.

Met Job kunnen wij beamen: Niet slechts horen maar Luisteren in de Stilte van de Schepper. In goede dagen. Èn in slechte tijden. Tijdens stormen in ons, in mijn leven.

Even weldadige stilte: Kunnen we het opbrengen te zeggen. Ja, mijn God, op U stel ik heel mijn vertrouwen?
                                                            
~*~*~*~

Job 38 1. 8-11


Gods antwoord aan Job  
38
1 En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei:

8 En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak?
9 Ik hulde haar in een gewaad van wolken en omwond haar met donkere nevels.
10 Ik legde haar mijn grenzen op en sloot haar af met deur en grendelbalk,
11 en zei: “Tot hiertoe en niet verder, dit is de grens die ik je trotse golven stel.”

Marcus 4,35-41

Vijf confrontaties: geloof en ongeloof

35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze stuurden de menigte weg en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38 Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?’ 39 Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’

.

Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/- illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest.

Mochten er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken.