|
|
Twee winters geleden winter hebben wij
voor het eerst een week in de Franse sneeuw doorgebracht, samen met
kinderen, kleinkinderen en een vriend van de familie. Naar aanleiding
daarvan wil ik iets vertellen over mijn spirituele avonturen in Châtel,
Frankrijk
Moet ik dan spreken over de zorg voor
onze twee kleinkinderen, wat wonderbaarlijk in zichzelf was. Zeker
niet. Het meemaken van deze jonge levens vertelde ons opnieuw hoe
gelukkig we zijn om grootouders te zijn voor deze grote kleine mensen
die aan het begin staan van hun eigen pad en weg, op deze Aarde van
de Geliefde Moeder.
Waar ik het vooral over wil hebben, zijn
mijn avonturen in afzondering in het donker van de nacht. Iedere avond,
met het oog om een moment voor mijzelf te hebben, was ik steeds gewend
om in het donker op de veranda te zitten die uitkijkt over de vallei.
Terwijl ik dan mijn sigaar rookte en uitkeek over het dorp beneden
in het dal, was het voor mij mogelijk om stil te worden, om te mediteren
en om te mijmeren over alles wat zich in onze levens afspeelt. Dan
waren er ook de kleine lichtjes op de berghellingen aan de overzijde
van het dal. Dan waren er de schijnwerpers van de machines die de
skipistes gereedmaakten voor de nieuwe dag en er was het altijd veranderende
weer. Soms waren er de sterren and heel speciaal was het dan Orion
die majesteitelijk zijn briljante sterren tot mij richtte. Soms was
het ook donker en mistig en kon je maar weinig gewaarworden, en bij
één gelegenheid leek het of alle lichten en de sterren
en de bergen vanwege de dichte nevel waren weggemoffeld.
Die eerste dag was de temperatuur beneden
het vriespunt en het was op dat moment dat ik voor de eerste maal
het fenomeen waarnam van het bevriezen van de mistdeeltjes, daarbij
van die hele kleine splintertjes vormend, die in de linkse straatlantaren
zilver oplichtten en goud in die aan de rechterkant van het appartement
waarin wij logeerden. Het was toen, dat ik mij realiseerde dat die
deeltjes er exact zo uitzien als de ongeziene, wanneer de engelen
aanwezig zijn of er ergens een hemelse sfeer heerst.
Op een andere avond, was er een vallende
ster. Natuurlijk verzond ik mijn wens daarbij en op de laatste avond,
terwijl het hevig sneeuwde, stak een bijna witte vos rennend de weg
over, slechts ongeveer 30 meter van mij verwijdert. Het is daarbij
van belang te vermelden dat de vos mijn Totemdier is en dat het lang
geleden was dat een deel van mij zeer waarschijnlijk deel uitmaakte
van het Noord-Amerikanen Hopivolk, waarbij mijn volwassen naam ‘Running
Fox’ zou zijn geweest. Ik heb geen idee wat dat in de taal der Hopi
is, maar die naam komt mij heel vertrouwd voor; die hoort op de een
of andere manier bij mij.
De belangrijkste ervaring echter, vond
plaats op donderdagavond. Mediterend maakte ik contact met Judith,
mijn overleden dochter en even later arriveerde Magda, een van mijn
geleidegidsen. We denk-praatten een poosje en geleidelijk werd het
duidelijk dat zij beiden als het ware naast mij plaats hadden genomen,
aan weerszijden van mij op de houten bank waarop ik zat. Links van
mij, heel dicht tegen mij aan, bevond zich Judith, rechts Magda. We
zetten onze conversatie voort en het werd meer en meer overweldigend
hoe de Liefde en de Warmte en het Mededogen ons stilletjes omringden
en het werd tenslotte glashelder dat wij drieën baadden in die
Liefde en het was voor mij onmogelijk om mijn ogen droog te houden.
Beide vrouwen omvatten met hun armen mijn schouders en opeens voelde
ik dat – heel erg intiem – Magda mijn rechteroor kuste, net zoals
zij dat placht te doen, toen we maatjes waren, terug in de 17e eeuw
in Duitsland. Oh, dat heerlijke gevoel!!
Op dat moment keek ik op en werd ik een
reusachtige engel gewaar die daar voor ons stond! Hij stond op de
grond en torende ruim boven het chalet uit met drie verdiepingen!
Hij had zijn enorme vleugels uitgestrekt en op dat moment realiseerden
wij ons dat het deze engel was die de liefde die wij uitstraalden
reflecteerde en duizendvoudig vergrootte. Er waren op dat moment geen
woorden meer. Heel geleidelijk vervaagde dit alles en was ik weer
alleen. Ik bedankte de Engel en ik bedankte Judith en ik bedankte
Magda en geruime tijd was ik niet in staat om me te bewegen.
Toen ik wat was bijgekomen vertelde ik
mezelf dat ik hoegenaamd geen bevestiging van het gebeurde behoefde,
omdat dit allemaal zo overweldigend was geweest en zo werkelijk, dat
er in mij totaal geen twijfel was of dit allemaal wel werkelijkheid
was geweest. Maar toen wist ik nog niet dat er nog meer zou komen.
Ongeveer een kwartier later verscheen, in de bres tussen twee bergen
tegenover me, een buitengewone lichtende wolk. En dat in een stikdonkere
nacht, zonder maan. De wolk werd groter en helderder en werd tenslotte
bijna wit in de donkere hemel. Plots realiseerde ik me dat deze wolk
de Engel representeerde die zo kort tevoren nog bij ons was. Toen,
terwijl de wolk niet meer groter werd, vormde zich een tweetal – veel
kleinere – satellieten, die Magda en Judith vertegenwoordigden. Korte
tijd later kwam alles weer bij elkaar, daarbij de EéN-heid
van alles tonend. Geleidelijk vervaagde alles weer en enkele ogenblikken
later was ik weer alleen met de sterren…
|