José en haar hond.

 

Hond

José Bianca




Onze hond ligt languit op zijn zij op de vloer met zijn poten languit gestrekt. Het ziet er heerlijk ontspannen uit. Ik ben dol op de hond. Ik hou van al onze dieren, maar deze hond is speciaal. Het is de liefste hond die ik ooit heb meegemaakt. Ik ben nieuwsgierig naar de hond. Ik wil weten wat er in de hond omgaat. Vanbinnen. Ik ben vijf jaar.

Snel ga ik bij de hond liggen. Ook op mijn zij. Ik richt me iets op zodat ik hem in zijn ogen kan kijken, want door de ogen kan ik naar binnen. Dat is logisch. Laatst deed ik dat nog bij mijn moeder. Ik wilde weten of zij de wereld precies hetzelfde zag als ik. Ik concentreerde me op haar ogen en…floep, zat ik zo in mijn moeder. Ik zag de wereld door haar ogen en vond het in eerste instantie erg grappig, maar toen ik er wat langer was vond ik het niet leuk meer. Het deed pijn om in mijn moeder te zijn. Ik ga dat nooit meer doen. Het is vast veel leuker in de hond. Of zou dat ook pijn doen?

Ik tuur in de ogen van de hond. Wat zou er zich vanbinnen bij hem afspelen? Hij doet zijn ogen dicht. Lastig. Ik wacht tot zijn ogen weer open gaan en tuur weer verder.
“ Grrrrrr”, gromt de hond zachtjes. Waarom doet hij dat nou? Ik mag toch wel even naar binnen kijken? Opnieuw zoek ik zijn ogen op. Hij draait zijn kop weg.
Op dit punt ben ik me er niet van bewust dat ik de hond de oorlog aan het verklaren ben. Ik weet nog niet dat mijn ge-tuur voor hem een hele confronterende uitnodiging tot gevecht is. Voor hem ben ik een pup. Weliswaar eentje die hoger in rang staat dan hij, maar toch een pup. Een domme, onwetende en bovendien zeer brutale pup die erom vraagt om even op haar plaats gezet te worden. Maar ja, hij is de laagste in rang en zou de leider van onze roedel, mijn vader, het wel goed vinden als hij mij op mijn plaats zet?

De hond zit in een lastig parket, want ik geef mijn missie om in de hond te gaan nog niet op. Ik ga op mijn knieën zitten en leg mijn hoofd vlak voor zijn kop op de grond. Ik pak zijn kop met beide handen vast en staar in zijn ogen. “Grrrrr”, doet de hond weer. Hij wil echt niet dat ik bij hem naar binnen kijk. Ik voel dat hij boos wordt, maar ik wil het toch. Ik ga de strijd aan. De hond laat zijn tanden zien. Nog ben ik niet gewaarschuwd. Ik voel dat deze hond mij nooit zal bijten. Ik weet dat. Het is een lieve hond en heel erg wijs.

Nu wil ik weten wie van ons tweeën sterker is. Ik wil de hond mijn wil opleggen. “Als ik naar binnen wil kijken, dan moet je dat toelaten hond”, zeg ik in mijn hoofd en “jij bent niet de baas! Ik ben de baas.”

Hap! Doet de hond op dat moment. Zijn snuit schampt mijn wang. Zijn kop heb ik losgelaten. Hij zal me nooit bijten. Lieve, wijze hond. Het is duidelijk nu.
Ik ben niet de baas.


.

Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/- illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest.

Mochten er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken.