Kraai

 

Er was eens… een kraai

© JudithLeigh Bailey 2001

judithbailey@aspectslink.us

vertaling: Hans Brockhuis

 

Ze voelde zich alsof ze uit elkaar zou barsten van genoegen… haar lichaam schokte krampachtig terwijl haar maatje boven haar fladderde. “ Kraaa!” Kraste ze naar hem. “Nog een keer, precies zo…”

Ze hipten, buitelden, onder, rondom elkaar. Van de ene uitbottende tak naar de andere vallend, verrukkelijk in hun liefdesdans.

Tenslotte, ademloos van liefde voor haar volhardende en welwillende partner, vervuld van het moment, keek ze op naar de lentelucht. Hoge dunne stromingen van ongeziene briesjes deden haar veren wapperen en slierden vrolijk door haar boom. Ze wist dat het de perfecte boom was voor hun nest. Ze zou haar nest op deze plek stichten! Daar waar zij en hij gemakkelijk van plaats konden verwisselen om de eieren warm te houden die nu nog in haar lichaam waren en die bezig waren om het leven in stand te houden.

“Kom!” Tjilpte ze gelukkig naar hem. “Laten we het eerste stuk van ons nest gaan zoeken,” riep ze.

Hij maakte het veertiende couplet af van zijn Lied van Glorie, hipte eventjes op wat hij al had besloten dat het Uitzichtpunt zou worden, liet zijn borst opzwellen en sprong hoog in de lucht, waarbij hij in een dwaze duik langs haar roetsjte, en landde op een tak dat uitbundig veerde op het ritme van zijn hartstocht.

Iets langs en donkers brak het heldere licht boven hem. Hij staakte zijn getjilp, net als zij. Samen trokken zij zich terug, weg in een verborgen stilte.

Ik zat aan een picknicktafel en bekeek het tafereel. Ik zag hoe ze zich terugtrokken en stil werden. Toen ik opkeek zag ik, hoog in de lucht, een zwart silhouet. Daar kruiste een eenzame kraai, zoekend naar iets interessants.

Hij had de geliefden al gezien, daarvan was ik heel zeker, omdat zijn nonchalante korte vleugelslag een lange zwaai werd, een omlaag gerichte hoek in de richting van de boom, hun nestboom.

Ik wist dat kraaien slim zijn, en ik denk dat deze daarop geen uitzondering maakte. Hij keek niet eens naar de twee bange jonge vogels die tegen elkaar aangedrukt op hun nestplaats zaten.

Laat ze maar nestelen en hun overheerlijke eieren leggen, zodat hij zijn tijd kon nemen en gedurende enkele cycli van een best ontbijt kon gaan genieten.

En ik keek toe terwijl hij zijn curve door het zwerk afmaakte en zich hoog in de takken van de hoogste boom neerzette, daar waar hij een goed uitzicht had.

De geliefden konden zich geen seconde langer inhouden. “Schaduwen! Daar ben ik zo bang voor!”, rilde ze. “Kom liefje, ik hou zoveel van jou, wees maar niet bang…” Zijn lichaam was alweer vervuld van liefde. Hij voelde de juistheid van het moment aan. Toen vertolkte hij het vijftiende couplet van zijn lied.

Voor mij was het tijd om verder te gaan. Terwijl ik wegwandelde, zond ik hen een beschermingsschild toe vanuit mijn geest, terwijl ik me voorhield dat het altijd beter is om één te worden met de omgeving, in plaats van het te verstoren.

Laat de scène zichzelf maar uitspelen.

.

Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/- illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest.

Mochten er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken.