Mijn gebruikelijke route
op mijn wandeling langs een favoriete beek in de wildernis was onbruikbaar
geworden. De touwbrug die jarenlang een veilige oversteek garandeerde
over diep water, had uiteindelijk het loodje gelegd. Maar, iets verderop,
was een alternatieve route beschikbaar. De woorden leken uit het niets
te komen: “Spirit schenkt altijd een weg, hoewel het alternatief mogelijk
je angsten onder ogen laat zien.”
Het was glashelder, de wankele boomstam
lag plat over het snelstromende witte water, maar zag er niet erg
veilig uit. Ik had de keus om echt dapper te zijn en er overheen te
lopen, of toegeven aan de verleiding om op mijn achterste stukje bij
beetje naar voren te schuiven. Ik koos voor het laatste. Het was veiliger,
ik vertrouw niet zo erg op mijn angsten om over een losse stam hoog
boven het water te waaghalzen en wie zou er wat van zeggen hoe ik
eroverheen kwam, als het me maar lukte.
Toen ik er overheen was en tijdens een
steile klim naar de hoofdroute, reikte ik met mijn hand naar een plant
om me aan op te trekken. Oeps, verkeerde plant. Het was een rozenstruik,
en hoewel het volstond met de knoppen van vele kleine roze bloemen
die spoedig zouden gaan bloeien, zaten er ook heel veel kleine doorns
in. Ik dankte de struik voor zijn gaven terwijl ik de stekels uit
mijn hand plukte en haalde vervolgens een roos uit mijn tas. Ik had
drie rozen gekocht waarmee ik van plan was om, terwijl ik wandelde,
de Aarde met de bloemblaadjes te zegenen. Ik liet een blaadje achter
op de plant die mij had gestoken én geholpen en wandelde verder,
waarbij ik, terwijl ik elk blaadje liet vallen, mijn echtgenoot bedankte
voor de gaven die hij met mij had gedeeld.
Mijn man stierf 3 ½ jaar geleden,
en vandaag zou de 10e verjaardag daarvan zijn geweest. Hij had het
er steeds over om op deze dag een her-bruiloft te vieren en zodoende
was het dit jaar voor mij niet gemakkelijk om mijn verdriet opzij
te zetten. Onze liefde was diep en mooi geweest, onze trouwceremonie
uniek op onze eigen persoonlijke wijze en ik miste zijn fysieke aanwezigheid
op deze Aarde verschrikkelijk.
Twee dagen eerder was ik bij een vriendin
in haar winkel ingesprongen. Ik had me afgevraagd of ik misschien
enkele rozen zou kunnen kopen voor vandaag om daarmee een kleine ceremonie
te kunnen houden. Iets wat mij zou kunnen helpen om deze dag door
te komen, en om mijn intentie te kunnen plaatsen. Ik dacht erover
na, maar kreeg het toen druk met andere dingen en vergat het verder.
Enkele uren later liep er een heer de
winkel binnen. Deze man werkte voor een bloemengroothandel en had
een dozijn lange rode rozen te koop voor 15 dollar. Als je weet dat
deze normaal 60 dollar per dozijn kosten, was dit beslist een koopje.
Omdat mijn eerdere voornemens weer op de achtergrond waren geraakt,
bekeek ik de rozen en overwoog dat ik niet zoveel geld had om te besteden
en daarom liet ik de zaak voor wat het was.
Onmiddellijk nadat de deur achter de man
dichtviel, voelde ik de aanwezigheid van een engel die van achteren
zijn armen om me heen had geslagen en zachtjes huilde. De rozen waren
een geschenk geweest! Spirit had werkelijk mijn wens beantwoord en
had deze man gestuurd met een boeket prachtige lange rozen! Hoe kon
ik zo stom zijn! Ik rende de deur uit en vond de man in een ander
deel van het gebouw en liet hem mee terugkomen. En zo was het. Spirit
had me een dozijn prachtige rode rozen gestuurd voor deze herdenkingsdag.
Nu liep ik over het pad en plukte een diep rood bloemblaadje van de
roos en zegende het door te zeggen hoe dankbaar ik was voor bepaalde
kwaliteiten die mijn man met mij had gedeeld. “Dank je wel voor de
les dat liefde nimmer sterft.” Ik liet een bloemblaadje vallen. “Dank
je wel voor de liefde toen je hier op deze Aarde was.” Ik liet een
bloemblaadje vallen. Later sprak ik over de dingen waar ik dankbaar
voor was, of liet blijken dat er ook dingen waren waarvoor ik vergiffenis
vroeg.
Het was een liefdevolle manier om mijn
liefde voor hem met de Aarde te delen, daarbij een stuk schoonheid
in mijn kielzog achterlatend. Het was mijn manier om me te kunnen
richten op datgene wat waarachtig was en me tegelijkertijd te helpen
met mijn verdriet.
Even verderop ontwaarde ik een bruine
vlinder. Hij fladderde voor me uit en landde toen op wat een grote
dode struik leek te zijn. Toch begon hij nectar te drinken uit een
kleine knop aan het einde van een lange dunne tak. Hoewel de struik
er doods uitzag, was het er in werkelijkheid klaar voor om nieuw leven
door te geven. Datgene wat dood en stervend leek, transformerend.
Dat was beslist een passende boodschap
voor vandaag. Rondom kon ik de geluiden horen van vogels, water, wind
en droge bladeren die ritselden in het voorbijgaan, van kleine salamanders
en buidelratten. Een briesje streek langs mijn haren en liet de lange
pijnbomen heen en weer zwaaien alsof ze me riepen. “Myriah, Myriah.
Droog je tranen. Liefde is onsterfelijk.” En dus stopte ik en omhelsde
de pijnboom en voelde diens Tedere Aanwezigheid die me kracht verleende.
Terwijl ik liep, werd ik geheeld. Mijn verdriet werd ontkracht en
ik begon Vreugde en Vrede te voelen. Ik voelde dankbaarheid voor deze
heling.
Weer een mijl, nog meer herinneringen
en tranen. Een verse roos kwam uit mijn zak en meer declaraties van
Liefde hielpen me om mijn intentie te verhelderen. Als de roos volledig
van zijn blaadjes was ontdaan, liet ik diens geurende essentie achter
naast een hoge Ponderosa pijnboom. Ik vind de geur van toffee lekker
en ik bleef hier lang en drukte mijn wang tegen zijn bast.
Soms vraag ik mij af wat er eerst was,
de vraag of het antwoord. Drie mijl verderop langs het pad langs de
Deep Creek, moest ik ineens aan een geleidegids genaamd Kristos denken.
Ik had lange tijd niet met haar gesproken, maar opeens was ze terug.
Ik dacht naar haar: “Kristos, wie ben ik?” Misschien kon ze me helpen
om duidelijk te maken Wie Ik Was, temidden van zo veel gedachten en
herinneringen.
Net nadat ik die vraag had gesteld, kwam
er een zijpad naar links, die steil omlaag liep het ravijn in naar
de beek op de bodem. “Je bent hier,” zei ze, het pad bedoelend. In
het begin was ik onwillig om van het hoofdpad af te stappen. Ik was
van plan om niet van mijn vooraf bepaalde koers af te stappen. Maar
enkele stappen verder zag ik dat zich aan de overkant van de beek
een prachtige waterval bevond. Het was spectaculair en onverwachts
en het pad leidde er rechtstreeks heen. Ik ging terug naar het zijpad
en daalde voorzichtig omlaag naar de bodem van de kloof.
Het pad eindigde direct voor de waterval
bij de oever van de beek. Bemoste stenen zorgden voor een perfecte
zitplaats tussen wild en pijn. Toen ik ging zitten zei Kristos: “Dit
ben jij. Jij bent als deze prachtige onverwachte waterval. Jouw woorden
voegen iets toe aan de bewustzijnsvergroting, een beetje zoals deze
waterval iets toevoegt aan de milddadigheid van de beek.”
“De essentie van de waterval komt van
de top van gindse bergpiek, vers, schoon en puur. Verdriet blokkeert
het bewustzijn van de stroom die doorgaat. Jouw smart laat je aandacht
afdwalen, maar Liefde vloeit nog steeds door je heen.”
Als om dit te bevestigen, kwam er een
bij langs die vlakbij mijn dagboek, die ik net heb gepakt, bleef rondzweven.
“Hallo kleine bij,” zei ik hardop en zonder angst. Ik stuurde hem
een golf Liefde vanuit mijn Hart zodat het wist dat ik geen kwaad
in de zin had. Het dier landde op de spiraal van mijn dagboek en zette
zijn voeten voorzichtig neer op de open pagina. Geen angst.
“Je weet niet wie er van jouw verhalen
zal profiteren, net zoals deze waterval niet weet wie deel zal nemen
aan zijn stroomafwaartse wateren,“ vervolgde Kristos. “Maar zelfs
als slechts één waterval ophoudt om stem te geven en
zijn essentie te delen, wordt er afbreuk gedaan aan het geheel. Begrijp
je dat?”
“Oei.” Vaak had ik het gevoel gehad alsof
ik nauwelijks deel uitmaakte van de samenleving en soms leidde dat
ertoe dat ik me angstig voelde en mijn unieke perspectief en communicaties
met de natuur niet met anderen durfde delen. Kristos stak me een hart
onder de riem.
“Ik weet dat je verdriet diep zit en dat
je tranen alle rivieren op deze Aarde duizendmaal hebben gevuld. Maar
na de regen komt zonneschijn, want de wateren zorgen voor voedsel
voor nieuw leven. Verdriet kan soms niet worden vermeden en het zou
niet moeten zijn dat je hierom op jezelf neerkeek. Probeer alleen
maar in de buitenste schil van je Geest het beeld van deze waterval
te bewaren en zo te weten hoe belangrijk en mooi en teder jouw verhalen
voor ons allemaal zijn.”
Ik pauzeerde een poosje om over haar woorden
na te denken, waarna ze vervolgde: “Mos groeit onder aan de waterval.
Kun je zien dat zijn treden bemost zijn onder de waterlijn? Op dezelfde
wijze floreert overvloed, ondanks jouw tranen.”
De waterval sprak in stilte tot mij. Toen
ik er bewust naar keek, voelde ik blijdschap, levendigheid, vrijheid,
bereidheid en overgave. Het voelde vrouwelijk aan vanwege de goedaardige
wijze waarop zij omlaag spetterde langs de bemoste rotsen, waarbij
ze haar slanke vorm tussen vele wilgen en planten door liet slingeren
die veilig aanvoelden zoals ze daar langs haar oevers groeiden. Het
was geen krachtige mannelijke aanwezigheid die alles uit de weg zou
werken wat in de weg zou staan. Het was een delicate samenkomst van
wit water die zich vanaf de heuvel omlaag stortte.
Als de beek niet zo diep en snel was geweest,
zou ik zijn overgestoken om op haar bemoste zijden te klimmen om daar
te gaan zitten. In plaats daarvan ademde ik haar essentie naar mijn
Hart vanaf mijn plaats aan deze kant van de oever. Ik vroeg haar om
mijn verdriet te schonen en mijn Hart te ontlasten tot waar het teder
was. Ik vroeg Haar essentie om mijn vastberadenheid en moed te bekrachtigen.
Een tak van een pijnboom achter me streelde
mijn arm bij het volgende vlaagje wind en ik voelde de liefdesrijkdom
van een lange slanke den. Ik streelde de tak zachtjes en een groot
aantal dennennaalden vielen van de tak en bleven achter op mijn huid.
“De natuur is in een vrijgevige bui,” realiseerde ik me.
Die dag voelde ik de tedere aanwezigheid
van mijn echtgenoot vele malen, wanneer een zacht briesje zichzelf
tegen me aandrukte. Of zijn glimlach die de mijne zo nu en dan overlapte.
Op andere momenten dook een koosnaampje van hem op binnenin mijn zielenhart.
Zijn Aardse leven was hard voor hem. Hij
ontmoette vele emotionele uitdagingen en worstelde met alcohol tijdens
zijn pogingen om boven zijn moeilijkheden uit te komen. Hoe merkwaardig
troostend was het om nu zijn aanwezigheid te voelen als was het een
engel; een onverwachte vlieg die landde op mijn knie; een vlinder
die dauw dronk uit pas geopende boomknoppen; een komische salamander
die over mijn spoor sprong. Elk van hen met een essentie en een signatuur
dat ongetwijfeld van hem afkomstig was. Op zijn eigen manier, liet
hij me steeds weer weten dat het leven eeuwig is en dat er aspecten
van hem overal existeren.
De waterval leerde mij overgave. De waterval
gaf vrijgevig, waarbij ze Haar essentie van vreugde en levendheid
over liet vloeien voor allen om daar aan deel te nemen, waarbij ze
toegevoegde waarde gaf aan de beek en aan het geheel. Ik denk dat
ik mijn aandacht moet richten op de liefde die ik in me voel wanneer
ik aan de waterval denk. Geen reactie of antwoord zoeken, noch terughoudend
zijn, omdat degene met wie ik dit wil delen, niet langer in menselijke
vorm op deze aarde is. Om eenvoudigweg ieder wezen lief te hebben
die naar me toekomt op een wijze die verantwoord is voor elke relatie.
De waterval nam mijn zorgen, stress, twijfels
en vergissingen weg. Zij was als een Godin, bestaande uit natte witte
schuim. Zo was het onmogelijk om verdrietig te blijven, terwijl ik
hier zat tegenover deze essentie met de vele bemoste rotsen die haar
oevers omzoomden en haar een sponde verschafte, schitterend in het
zonlicht.
Ik werd afgeleid door een aantal kleine
slanke bruine spinnen in het wilgenbosje rechts van me. Er waren ongeveer
een tiental van hen bezig hun achthoekige web te weven op de takken
die over de beek hingen. Een van hen was zo dapper dat ze haar web
slechts enkele centimeters boven het snelstromende witte water weefde.
De oogst zou goed moeten zijn voor zo velen die de ruimte met elkaar
deelden in zulk een kleine ruimte. Getuige de vele vliegen die me
bezocht hadden hoefde ik me geen zorgen te maken over de overvloed
die ze wachtte.
Toen elk zijn weefgetouw had afgemaakt,
trokken ze zich terug naar het centrum van hun web, waar ze ondersteboven
gingen zitten wachten op wat er ging komen. De stroming liet de wilgentakken
op en neer veren, zodat hun kleine lichamen stuiterden op hun zijden
trampolines. Op en neer. Zwalkend.
Een spin ving een klein stukje blad op
in haar net. Snel greep ze het stukje materie en maakte het vast aan
een ankerdraad aan de basis van de tak en keerde toen terug naar haar
zwabberende positie in het centrum van haar web. Toen trok een kleine
vlieg handig manoeuvrerend dit stukje atmosfeer binnen en miste drie
hinderlagen ternauwernood. Opspattende waterdruppels vernielden een
ander web, zodat de wever gedwongen was opnieuw te beginnen. Het loodste
zichzelf als een vaardige acrobaat langs onzichtbare draden, terwijl
vlak onder hem de witte wateren van de beek voorbij flitsten.
Een van de andere spinnen was groter en
zwaarder, en verscheidene sterke windvlagen slaagden erin om enkele
van de ankers van zijn web te lossen, zodat de helft ervan verdween.
Maar de spin moet gedacht hebben dat zijn web toch al groot genoeg
was, want het negeerde zijn tegenspoed en bleef hangen waar hij hing.
De zon zocht haar weg langs de hemel en
vele van de webben verdwenen in de schaduwen en waren op die manier,
hoewel ze zich op nog geen dertig centimeter afstand bevonden, onzichtbaar
geworden. Misschien zien de vliegen de webben ook niet in het zonlicht.
Hoe schitterend weeft de spin en hoe efficiënt waren zij erin
geslaagd om mijn aandacht af te leiden van mijn zorgen en hadden mijn
intenties aan banden gelegd. Ik vroeg me af waar ze in de nacht zouden
blijven. Zouden ze last hebben van de kou? En welke vogels en vleermuizen
zouden op ze jagen?
Ik ademde opnieuw in de essentie van de
waterval. De machtige geluiden van beek en de waterval hadden mijn
sterfelijke geest verdoofd. Ik wilde deze plaats niet verlaten. Ik
wilde hier talmen en de vlinders verleiden om op me te landen, om
het mos met mijn blote voeten te strelen. Maar de waterval zei me
dat ik verhalen had om te vertellen en dus moest ik weer gaan. Toch
zal een deel van mij hier achterblijven, op deze oever. Ze zullen
de spinnen plagen en de tenen van de vlinders kietelen. En ze zullen
lachen en leren, samen met de Godin van de Waterval.
|