|
Het was 1 januari 2000, de eerste dag
van een nieuwe eeuw en een nieuw millennium. Ik besloot te gaan wandelen
langs Norman’s Creek waar laaghangende bewolking King Mountain en
de bergpieken van de Flat Tops Wildernis helemaal aan het zicht onttrokken.
Toch was mijn eigen kleine wereld verlicht. De zon scheen door een
ongewoon grote cirkelvormige opening in de wolken, met een omtrek
van zo’n vijf kilometer, en ik baadde mij in een onverwachte warmte.
Het was alsof de wolken gewoon uiteendreven als ik eraan kwam.
Regenbogen spetterden door de lucht rondom
mij alsof ik een prisma was die de ethers doorkliefde met kristallijnen
energieën. Toen maakte ik iets magisch mee.
De verschillende salies, jeneverbessen
en grassen langs de weg glinsterden en bewogen alsof ze door een briesje
werden aangeraakt. En toch was er geen wind. Gracieus bogen zij zich,
en toch was er geen luchtstroom verantwoordelijk voor hun beweging.
Ik voelde dat zij reageerden op de innerlijke
Aanwezigheid die ik voelde, de Liefde en de tijdens het wandelen uitgestraalde
energie beantwoordend. De bosjes knikten hun instemming. Ik voelde
me koninklijk. Een Prinses van het Licht, wandelend temidden van de
zon, de salie en de sneeuw.
Achter me, waar ik zojuist was gepasseerd,
vielen de bosjes weer stil, net zoals die, verscheidene meters vooruit.
Maar in de kring van waar ik me bevond, wuifde de salie groetend alsof
de wind ze trof. Het was heel bijzonder.
Toen riep een deel van de Aarde rechts
van mij, me onverwacht aan. Het was een groot breed ravijn uitgehold
door wind en regen als een cirkelvormige schaal gevuld met eeuwenoude
rotsen en salie. De aardlagen kwamen bekend voor alsof daar ooit een
oude beschaving was gevestigd. Het was een intuïtieve bekoring.
Mijn impuls volgend liep ik van de weg af, omhoog, en bleek me al
gauw op een vaak betreden dierenspoor te bevinden. Een elektrische
energie zoemde door me heen alsof Coyote en Elk hier zojuist gepasseerd
waren. Er heerste een zekere vitaliteit op dit pad en mijn voeten
bewogen zich moeiteloos omhoog langs het steile spoor naar de top
van de heuvel.
Toen zag ik ZE. Drie Bomen. Stokoude Jeneverbes
Godinnen die zich aan de Aarde vastklampten, met Hun armen opgeheven
naar de zon.
Hun stemmen waren niet omfloerst, maar
vol en vibrerend en onmiddellijk was Hun Aanwezigheid beKrachtigend.
Direct toen ik Ze zag, herkende ik een deel van mijzelf. Alsof Mij,
Mijzelf en Ik altijd op deze heuvel hadden gestaan. Ik ben mezelf
in verschillende tijdlijnen tegengekomen, was getuige van vele alternatieve
of ‘vorige’ levens, en toch was ik hier in wéér een
andere vorm. Een drievuldigheid van bast, hout en blad en van standvastigheid.
Ik benaderde eerbiedig de eerste boom,
en wikkelde mijn armen rondom Haar als een kind dat bij haar moeder
doet. Ik voelde haar Troost, en onmiddellijk welden er tranen op uit
mijn ogen. Zij was de Boom der Herinnering.
Terwijl ik Haar vasthield, grondde Ze
me, en troostte me. Ik werd gebaad en gereinigd in de essentie van
Veiligheid en Verlichting. Het deed er niet toe waarheen ik reisde;
er was altijd een deel van mij die me veiligheid en heelheid en geborgenheid
beloofde.
Ik had me kwetsbaar gevoeld en beschadigd
sinds een meningsverschil met een familielid. Veel pijnlijke energie
was tussen ons uitgewisseld. Een impasse diende zich nu aan en de
hele gebeurtenis had me pijnlijk getroffen. Verraden voelde ik me
en verlaten.
Maar nu klopte de Boom der Herinnering
Haar hartenklop in een ritme dat met het mijne overeenkwam. Zij omgaf
mijn menselijke vorm met Morele kracht. En terwijl ik haar nog steeds
omhelsde, voelde ik iets in mij anders worden en kon ik zonder gevaar
huilen en mijn zorgen in de plooien van Haar bast uitstorten.
Geworteld op een steile helling, lagen
meer dan de helft van Haar wortels bloot, een groot deel bungelend
in de lucht terwijl de rest zich aan de aarde vastklampte. Wat was
ik één met deze Boom. Soms voelde ik mij ook onbeschermd.
Te veel van het Licht en te diepgaand in mijn staat als Sjamaan, om
met Anderen op deze Aarde te vertoeven. En zie. Deze Boom maakte zich
daar niet druk over. Zij was er gewoon. Moeder Aarde had een plaats
en ruimte voor Haar uitgezocht – net als voor mij.
Terwijl ik Haar knuffelde, was het alsof
ik dat bij mijn Zelf deed. Terwijl ik mijn armen rondom deze grote
Moeder sloeg, vergrootte zich de energie van Kracht die mijn gedaante
omvatte.
Minuten later, draaide ik mijn hoofd om
en legde mijn andere wang op Haar schors. Toen aanschouwde ik de tweede
Boom, een eindje verderop, en begon ik haar aantrekkingskracht te
voelen en Haar uitnodiging om nader te komen.
Zij stond ongeveer drie meter van me af, met een groot aantal wilde
en dikke takken rondom Haar stam gewaaierd. Toen ik naderbij kwam,
versnelden mijn stappen en klopte mijn hart luider en toen mijn handen
en mijn armen Haar aanraakten, voelde ik Haar bewegen in mijn kern.
Ze hield me gedurende enkele lange en stille momenten stevig vast.
Het was een omhelzing van de puurste liefde.
Twee grote takken waren uit haar bast
gerukt en dat herinnerde mij aan het familiale geschil waarvan ik
deel had uitgemaakt. Twee heel grote delen van Haar waren verdwenen
en toch stond ze daar, zinderend van leven en er hadden zich een aantal
dikke takken in een spiraal rond het midden van Haar stam gedraaid.
Terwijl ik mijn lichaam door Haar liet
strelen en omklemmen, zag ik hoe Haar stam zich had weggebogen nadat
de takken uit Haar waren gerukt. Ze had zich in de tegenovergestelde
richting gekeerd en ging altijd door met groeien. Alsof Ze met opzet
Haar aandacht van de disharmonie afwendde.
“Ik ga niet dood,” zei Ze hoorbaar en
alle moleculen van mijn lichaam trilden bij Haar woorden. Mijn tranen
stroomden als een stortbui terwijl ik nog meer van mijn narigheden
in de ravijnen en over de sporen van hout en bast liet ontsnappen.
Ik zag wat het was dat me weerhield om
stoïcijns te blijven en onbewogen of aangeslagen door hen die
me kwaad toewensten. Het was de energie van Vergiffenis.
Dadelijk wist ik Haar naam. Zij was de
Boom der Volharding. Opnieuw hoorde ik Haar woorden: “Ik ga niet dood”,
die galmden door heel mijn we-Zen. Ik voelde de enormiteit van Haar
Geest. Het deed er niet toe of Ze werd begrepen, of dat Haar woorden
werden gehoord. Belangrijk was dat Ze Volhardde, in onverschillig
wat.
Ze WIST dat de ware essentie van Haar
een gouden vorm van Spirit was. Reusachtig en oneindig. Deze expressie
van het leven binnen hout en bast en blad was eenvoudigweg een oefening
in de Sterkheid van Haar Ziel.
Met een helderheid van waar begrip wist
ik dat het noodzakelijk was om mij af te wenden van hen die me niet
begrepen en hen hun eigen pad te laten gaan. Ik herinnerde me dat
mijn werk belangrijk was, en dat ik iets had bij te dragen. En toen
wist ik ook dat het er nooit toe deed wat anderen van mij dachten.
De obsessie van het menselijke denken die me op twee gedachten had
laten hinken, was volledig opgelost. En vanaf die dag deed het ertoe
dat ik me her-inner dat ik nimmer sterf en weet Wie Ik Werkelijk Ben.
Met vernieuwde innerlijke kracht verliet
ik de Boom der Volharding. Mijn kern was naar de oppervlakte gebracht.
Hoewel ik kwetsbaar was en gevoelig voor aanslagen van buitenaf, kon
mijn ware essentie nooit kwaad worden gedaan of aangeraakt. Haar woorden:
“Ik ga niet dood”, zouden nog lang door mij heen resoneren.
Ik voelde mij schoongewassen door de eerste
twee Bomen. Van binnen en van buiten geïnspecteerd, maar niet
afgewezen. Gedurende de gehele tijd dat ik bij de eerste twee Bomen
had doorgebracht, voelde ik energie vanuit de derde Boom ontspringen.
Ze had rustig afgewacht; wetend dat Haar tijd zou komen. Zij hoefde
mij niet zonodig magnetisch aan te trekken zoals de Anderen, maar
raakte me liefdevol met een Glimlacht van het Hart.
Zodra mijn vingers de derde Boom aanraakten,
kende ik Haar en ik wist Haar Naam. Haar Naam was Moeder Genade.
Toen ik Haar aanraakte, verdween alles,
behalve Zij en ik. Er was geen grond, geen Aarde, geen Heelal. Geen
bomen, salie, sneeuw of dierensporen. Alleen maar Moeder Genade en
ik, een kunstwerk scheppend, de Leegte in.
Elk antwoord en elke vraag die ik daarvoor
had gehad verdween zomaar en de antwoorden ontsnapten aan Haar en
vervulden mij. Ik voelde de kracht van de Moeder. Godin. Vrouwelijk.
Moeder Aarde, Schepping. En ik voelde die kracht door mij heen stromen.
Het maakte me vol-ledig.
Deze ledigheid was meer dan welkom. Het
is hetzelfde holle buis gevoel dat een ‘kanaal’ kan creëren als
hij zich overgeeft en het voor spirit mogelijk maakt om door hem heen
te stromen en te spreken. Of het gevoel van het weggeven van Jouw
Hogere Zelf. En terwijl ik me overgaf, liet ik toe dat de energie
van Genade Haar gang kon gaan.
Ik voelde de energie der Genade door me
heen trekken. Ik voelde de Aanwezigheid van Moeder Genade bij me en
toch was ze niet van mij afgescheiden, noch was ze dat ooit geweest.
Elke gedachte die mij voor de geest kwam was gekleurd en was helder
gemaakt door Haar Wijsheid.
En ik omarmde Haar niet, zoals ik bij
de Anderen had gedaan. Ik legde alleen maar mijn hand op Haar houten
gestalte en werd vervuld van Haar Genade. Er was geen probleem dat
niet kon worden opgehelderd door de Hemelse Liefde van Moeder Genade.
Deze Drie Bomen hebben ledematen die door
de eeuwigheid reiken. Misschien ben jij vandaag ook meegereisd met
deze Geliefde Vrienden. De Boom der Herinnering, de Boom der Volharding,
en Moeder Genade. Je hoeft alleen maar aan ze te denken en Je bent
er al.
|