Het was Juli. Warm. Een weldadige hitte
die de botten verwarmde en me actief hield rondom mijn blokhut in
Colorado. Niet heet genoeg om te transpireren, nog niet, maar je kon
die mogelijkheid voelen aankomen op de winden. Maar op dit moment
was ik het beu op eieren te lopen om maar vooral niet op de mieren
te trappen die een invasie leken te hebben georganiseerd, om elke
ochtend het hele huis schoon te maken. Ze waren te proper en grondig.
De katten hielpen ook niet echt mee, noch schenen zij zich iets van
de indringers aan te trekken. Echo en Solstice lieten altijd resten
van hun bonte en gevederde prooien achter, en de mieren waren er eenvoudigweg
om de rommel op te ruimen.
Was dat wel zo? Terugblikken is altijd
makkelijker dan vooruitkijken. Als ik nu omzie naar die episode vraag
ik me af of het misschien niet de katten waren die het Mieren Volk
mijn huis in hadden gelokt om een teder verhaal over te brengen. Eén
dat eens te meer en voor altijd mijn begrip zou veranderen van Wereldomvattende
Liefde ten aanzien van mijn weg op deze Aarde.
”Oké!” Zei ik hardop. “Ik heb het
gehad om steeds maar weer jullie kleine lijven op te vegen of om over
jullie heen te stappen. “Wat moet ik met jullie aan?” Ik had besloten
dat het misschien wel tijd zou zijn om in gesprek te komen met deze
ongenode bezoekers. Ik vroeg me wel af hoe het mogelijk was dat ik
niet eerder op dat idee was gekomen.
Ik ging op het tapijt zitten in de ruimte
naast de keuken die als woonkamer dienst deed. Ik sloot mijn ogen
en begon te ademen en me te openen binnen Mijn Gouden Kern Zelf. Die
innerlijke plek waar ik altijd begin als ik met andere wezens wil
communiceren. Het is altijd leuker om met iemand anders mee te reizen.
Er was Iemand die er klaar voor was en me opwachtte, want onmiddellijk
voelde ik dat ik werd omringd door een cocon van roodgetinte gouden
energie, en ik werd Ik terwijl ik het Bewustzijn van het Hogere Zelf
betrad. Naast Me zat een Groot en Glorieus We-Zen. De Mieren Koning.
Oh, Zijn Aanwezigheid was Ontzagwekkend!
Een Grootse Liefde kwam voort vanuit Zijn We-Zen. De top van Zijn
Magnifieke Hoofd was gelijk aan die van Mij en Hij droeg een soort
wonderbaarlijke cape. Hij raakte Mijn arm aan, en samen met Hem hoorde
Ik het kloppen van Mijn Hart. Mijn Zielen-Hart, Boem-boem… boem-boem…
steeds dieper en luider. Ik werd verliefd op Mij en bereisde de Kern
van Mijn We-Zen.
Elegant tuimelde Ik omlaag langs diepe
wortelen die naar de Centrale Kern van de Moeder Aarde reikten. De
muren van deze grot bonsden met dezelfde klop als die van Mijn Hart.
Fluweel en goud, wiegde de hartslag van de Moeder Aarde Mij… troostte
Mij… het Paradijs binnen in de Moeder was niet anders dan het Paradijs
in Mij…
…en toen bevond ik mij in een tunnel,
bij de top van de Aarde. De lichamen van dode mieren lagen verspreid
en verkoold op Mijn pad als dode as. Ik rende door de tunnel naar
boven naar het dagLicht alsof ik een witte veder was in de wind. Een
innerlijk weten vertelde Me dat ik me boven Australië bevond,
en ik zag uitgestrekte landen, verkoold. Kilometers en kilometers
van verkoold land. Oh, om deze ellende te moeten voelen! Om de Gedaantewisselingen
van Natuur te moeten voelen!
En ik zag eerst, dan voelde ik, de Essentie
van de vele Broeders en Zusters Mieren die niet langer de oude sporen
van dit land konden bereizen. Hun zielen zweefden rond de zandkorrels
over heel dit verbrande land. Het een of andere grote vuur was de
brenger van dit ochtendgloren, en verwierp met een geweldig gebaar
Leven tot as.
Toen fluisterde Moeder Aarde tot mij:
“kijk aandachtig naar de zandkorrels”. En Ik keek, en ik aanschouwde
de moleculen van de Oude Aarde ingekapseld in elk molecuul en partikel
van de Aarde. Hun tekst lag daar nu druipend in ongehoorde vormen.
Er was er geen Een meer om het Oude Verhaal te presenteren op het
ritme van zachte voeten. Een weten vervulde Me dat het Mieren Volk
deze kennis levend hield en het met Hun kleine Voeten steeds weer
doorgaf. Generatie op generatie. Zonder ophouden. Onvermoeid. En Ik
werd gewaar dat velen die daarbij het leven lieten, honderden jaren
oud waren geweest. Was ik mij er ooit van bewust geweest dat Mieren
zo lang konden leven?
Het was Verdriet dat Ik toen voelde, vanuit
de nabije aanwezigheid van het Mieren Volk in en rond mijn cabine.
Zij Treurden om het verlies van zo velen. Ik werd vervuld met dit
gedeelde Verdriet, en We bewaarden deze Grondtoon lange tijd. Er waren
geen woorden. Er zouden nimmer woorden kunnen zijn voor deze Eenheid.
Ik begon mij af te vragen hoe Zij hiervan af konden weten, aan de
andere kant van de wereld en zo ver weg. Alsof in antwoord, breidde
deze Grondtoon van Verdriet zich uit. Ik begon de Mieren Broeders
en Zusters in verre landen te voelen. Ook mijn bewustzijn kon het
voelen, alsof Ik een grote en stille wind was die Hun thuis, geweven
door heel de filamenten en gronden van de Aarde. Onder oprijlanen
en op stoepen in de steden, grindwegen, bossen en weiden, de bomen
op en neer. Allerwegen in Amerika bewoog zich Mijn Bewustzijn, dan
door Canada, Afrika, Europa, dan Over-Al.
Over-Al rond de aardbol voelde Ik deze
Eenheid. Het ritme van hun voeten droeg dit moment van Eenheid door
de lucht, golvend in de oceanen. Weerkaatsend. Naar buiten toe rimpelend.
Iedere Mier hoorde het, was daarmee Eén. Het was een verbluffende
ervaring om Getuige te Zijn van deze heilige vorm van communicatie.
We talmden lang in de Stilte en de Kracht van de Ene.
Vele momenten vervlogen, maar er was geen
begrip van tijd. Deze Eenheid die ik voelde werd vergroot door de
gebruikelijke Grondtoon van de Liefde in Onze Harten, en We werden
de samengestelde energie van Dankbaarheid, cirkelend rond de wereld,
de Aarde zegenend in Stil Gebed. En ik Aanschouwde een gouden gloed
die oprees vanuit de Geliefde Moeder Aarde, vanwege Ons Gebed. DIT
is wat het Mieren Volk doet voor de Aarde. Eenvoudig omdat Zij Liefhebben,
en omdat Zij Kunnen.
Dankbaarheid en Tederheid vervulde Me
toen. Mij Hart vulde zich ermee, en het uitte Dankbaarheid naar het
Mieren Volk over heel de wereld voor Hun altijddurende voortgang op
de Aarde, daarbij de kennis van de Ouden levend houdend met Hun kleine
Voeten. Ik ontving nu al beelden van Hen die van plan waren per boot
te gaan of per broekspijp, hoe dan ook, om het werk in Australië
over te nemen. Maar nu begon mijn Bewustzijn terug te keren naar de
cabine, en mijn Gewaarwording bracht mij langzaam terug naar mijn
huiskamer.
Mijn Hart was nog steeds vol. Ik keek omlaag naar mijn gevouwen benen
en blote voeten. En daar zag ik een minuscule mier, die op zijn achterpoten
stond en met zijn voorste poten mijn grote teen aanraakte. Hij had
het Verhaal van de Aarde doorgegeven met zijn pootjestegen mijn voeten!
Oh hemel! Mijn Hart vulde zich opnieuw vanwege de aanblik van dit
tedere We-Zen die zijn Verhaal door zijn poten aan mij doorgaf. Ik
bedankte hem voor zijn Verhaal, en een Ontzaglijke Liefde spoelde
vanuit Het Dier in enorme golven naar me toe. En toen liep Hij door.
De Mieren Koning liep door.
Die dag verlieten de mieren mijn huis
en keerden terug naar hun dagelijkse bezigheden op hun stukje Aarde
buiten. Zij waren Dankbaar dat zij Hun Verdriet hadden kunnen loslaten,
en een rustig en teder weten bleef voor altijd bij ons, en zal dat
Al-tijd ZIJN. Zij droegen kennis over omtrent datgene wat het werkelijk
beoogt om een Tedere Aanwezigheid op deze Aarde te ZIJN. En om voort
te blijven gaan, Al-tijd.
Boem-boem… de Mieren Bidden… Luister Je?
|