|
Toen ik op een avond in bed kroop, werden
mijn benen tegengehouden door een stevige aanwezigheid van kat. Omdat
ik weet hoe hun vacht aanvoelt, weten mijn vingers altijd om welk
dier het gaat. Solstice’s vacht is zacht, maar die van Angel’s Echo
voelt aan als zijde. Ik masseerde haar rug, kromde me om haar heen
en zonk weg in de kussens.
De matras veerde op en neer toen ze bewoog.
Ik moest plotseling met mijn ogen knipperen toen het dier nieste voordat
het zich naast mijn hoofd oprolde. Ik werd besproeid met een fijne
nevel van kattenspeeksel. Het was een delicate nies, niet vol in het
gezicht. Ik giechelde. Ze likte mijn neus verscheidene keren en beet
er toen liefhebbend in. Stevig genoeg om mijn gezicht te laten tintelen
met die vreemde prettige pijn die in mijn kin vloeide en na een minuut
of twee verdween.
Ik was lang opgebleven, geboeid en geïnspireerd
door Stephen King’s boek ‘On Writing.’ Als hij moedig genoeg is om
over het bizarre en magische te schrijven en het vervolgens fictie
te noemen, dan kan ik moedig genoeg zijn om over de non-fictie ervaringen
te schrijven die ik heb gehad en die oprecht magisch zijn. Ik viel
in slaap terwijl ik het verhaal vorm gaf dat ik eindelijk zou gaan
vertellen over Angel’s Echo. Het is een verhaal dat er meer dan drie
jaar over heeft gedaan om op papier te worden gezet. Ik viel in slaap
met Angel’s Echo’s idee in mijn geest geplant, dat ‘het tijd was om
het verhaal te vertellen.’
Boeddhisten zeggen vaak dat mensen terugkeren
als dieren of insecten. Er is een scène in de film ‘Seven Years
in Tibet,’ waar de monniken voorzichtig wormen terugplaatsen, opgegraven
door arbeiders die een theater bouwden. Die wormen kunnen je grootmoeder
zijn, of zuster, of broeder en ze beschouwen ieder dier als heilig
en zegenen ze, voordat ze voorzichtig in andere aarde worden teruggeplaatst.
Ik voel overeenkomsten aan van mensen
die ik heb gekend met exemplaren uit het dierenrijk. Ik bedoel dat
niet onaardig. Het voelt goed wanneer ik zeg dat Angel’s Echo me aan
mijn moeder doet denken. Niet dat ze de volle verpersoonlijking van
haar is, dat zeker niet. Ik ben haar dikwijls genoeg in dromen tegengekomen
om te weten dat ze heel erg levend is nu ze aan de andere kant verblijft.
Het is meer dat Angel’s Echo een aspect van haar is. Zoiets alsof
ze de gedachte heeft: “Ik wil bij mijn dochter zijn,” en dat denkbeeld
vorm gaf in de gestalte van een kleine grijze poes die naar me opkeek
vanuit de etalage van Marc’s Toys and Pets, vier jaar geleden.
Eigenlijk had ik haar identieke tweelingzuster
uitgekozen en kroelde haar onder de kin, toen de bediende kwam en
Echo oppakte. Terwijl we over prijs en inentingen spraken, verwisselde
hij de poezen, waarbij degene die ik toen vasthad zich oprolde in
mijn armen en haar pootjes om mijn hals legde. Ik was de deur uit
voordat ik me realiseerde dat er een verwisseling had plaatsgevonden.
Ik verliet de zaak niet met degene die ik had gekozen, maar met degene
die mij had uitgezocht.
Ze genoot van de autorit en maakte het
zich gemakkelijk. De rit van 45 minuten bedaarde haar opwinding en
het duurde niet lang voor ze zich in mijn schoot had uitgestrekt tegen
het portier. Ze keek naar de voorbijglijdende rivier en gaf kopjes
tegen mijn gezicht. Groene ogen die gloeiden van plezier. Ze was zes
weken oud en straalde een Tedere Aanwezigheid uit die nooit verdwenen
is.
Haar nieuwe broer, Solstice, verwelkomde
haar opgewekt en nieuwsgierig. Na hun formele begroeting en toen ze
een beetje gewend was geraakt, was het tijd voor een naam. Terwijl
ik haar onder mijn kin hield woelde ik met mijn gezicht over haar
zachte vacht en vroeg me af hoe haar te noemen. “Zij is de echo van
een engel,” hoorde ik in mijn geest. Heel helder en duidelijk. En
zo ontstond Angel’s Echo.
In het begin begreep ik de bedoeling van
die naam niet zo erg, hoewel het me bekend voorkwam, maar de intentie
ontging me vooralsnog. Herkenning ontstond later. Een roze aura zweeft
vaak zichtbaar vanuit haar hart als ze ligt opgerold. Soms wordt het
subtiel regenbooglicht dat van haar vacht uitwaaiert. Nog nooit eerder
had ik aura’s in een kat gezien.
Het was alsof haar grijze streepjes nooit
strepen werden, maar zich verdeelden in een wervelend patroon van
donkere grijze vlekken die me deden denken aan een luipaard en het
luipaard kostuum dat moeder een keer voor Halloween had gemaakt. Het
was de manier waarop ze altijd op mijn schoot lag wanneer ik over
mijn moeder, of Moeder Aarde schreef. Soms placht ze haar poot op
mijn hand te leggen terwijl ik typte. Ze lag daar toen ik de eerste
versie schreef van de meditatie over ‘De Tuin,’ en opnieuw toen ik
er kortgeleden weer mee bezig was voor de nieuwsbrief.
Het werd duidelijker toen ik op een middag
ziek op bed lag. Ze lag naast me met haar voorpoten om mijn nek geslagen.
Terwijl ik sliep hield ze me vast en keek me diep in de ogen. Ze gaf
me Moederliefde. Ik heb dat nooit eerder meegemaakt met een kat.
Voordat moeder overging, werd ik me ervan
bewust dat zij en ik aspecten van elkaar waren. Als twee facetten
van een prachtig juweel, maar toch met de vrijheid van individuele
expressie. Angel’s Echo was niet de totale belichaming van moeder.
Zij was een deel van haar gedachten, haar essentie, haar Moederliefde
en haar tederheid. Het is alsof je tussen twee spiegels in staat en
je de echo van je reflectie eindeloos ziet voortgaan. Het Droste effect.
Ieder een aspect van het originele spiegelbeeld. Angel’s Echo is zo
een reflectie.
Ik speelde lange tijd met deze gedachten.
Mijn ziel wist dat het waar was, maar het is ook waar dat de mens
in ons zulke dingen pleegt af te wijzen. Alle twijfel werd totaal
weggenomen door iets wat drie jaar geleden gebeurde en wat ik nooit
zal vergeten.
Die namiddag zit ik achter mijn computer
als er een energieverschuiving plaatsvindt. Ik zie een bijna onzichtbare
schemering ontstaan aan mijn rechterkant, tussen het aanrecht en de
keukentafel. Ik kijk op en een portaal naar gene zijde opent zich.
Het was geen obscure optische illusie, noch een uitzicht op de innerlijke
niveaus. Het was zuiver, onmiskenbaar en het gebeurde in mijn keuken.
Zonder het me te realiseren sta ik op en word erdoor als magnetisch
aangetrokken, terwijl moeder daar opeens verschijnt, met een lach.
Een kleine gouden vijver ligt aan haar voeten. Haar lach wenkt me
en mijn menselijke geest roept: “Dit is echt!” Ik voel een krachtige
Liefde zich openen in Mijn Hart. Het is een indicatie voor de validiteit
van deze ervaring.
De keuken lijkt bijna te zijn verdwenen
als ik me dichter naar moeder toe beweeg. Dan stap ik in de vijver,
die helemaal geen vijver is maar een gouden plakkerige stroopachtige
substantie, waarin ik tot mijn knieën wegzink. Ik probeer weg
te komen uit dit moeras van etherische substantie, maar het blijft
kleven als elastische modder. Zodra ik erin stap ontstaat een innerlijk
bewustzijn – de soort die men intuïtief herkent maar naar menselijke
maatstaven niet kan definiëren. Ik weet dat ik zojuist ‘in mijn
contract’ ben gestapt.
Steve Rother heeft veel over zulke contracten
geschreven, maar ik was daar nooit in meegegaan. Het is als een verklaring
over datgene wat wij hier op aarde willen realiseren en wat we, zoals
hij zegt, creëren voordat we hier aankomen. Dit concept voelde
te star aan voor mijn begrip van vrije wil en intentie en ik heb deze
ideeën dan ook nimmer nagestreefd als iets dat voor mij belangrijk
zou zijn. Nu bevond ik mij er middenin. Ik was er letterlijk ingestapt.
Woorden stegen op vanuit de gouden plakkerigheid alsof het was geschreven
op een onzichtbare boekrol. BIED JEZELF AAN. Het was mijn contract
om mijn bewustheid aan te bieden en mijn levensverhaal te delen. Maar
ook om mijzelf niet alleen aan te bieden als een eenvoudig mens, maar
ook als de Aanwezigheid van de ware geest die Ik Ben. Het woord ‘aanbieden’
was duidelijk uit elkaar getrokken als twee losse woorden, die elke
gedachte aan mijn vorige zelf losmaakte en de ware natuur van het
werk dat moest worden gedaan onthulde.
Moeder lacht nog steeds, de humor rimpelt
door me heen als getijdengolven van energie. Een grote kosmische grap
staat te gebeuren en ze is gelukkig dat ze daar deel van mag uitmaken.
Ik ben er niet zeker van dat ik blij ben om daar het mikpunt van te
zijn, maar ik moet toegeven dat het erg grappig is. Ik kan niet uit
de vijver te komen voordat ik mondeling akkoord ga met de aanvaarding
van mijn contract! Op het menselijke vlak ben ik ook geschokt dat
ik er überhaupt een heb! Het mijne is geen geschreven document
dat met bloed is bezegeld, maar een intentie die gevormd is in een
gouden energetische substantie die nu dienst doet als een brug tussen
mijn moeders domein en het mijne. Ik begin te lachen, de echo van
moeders vreugde resoneert in mijn oren als het visioen begint te vervagen
en ik weer alleen in de keuken ben. Toch voel ik nog steeds de gouden
modder aan mijn onderbenen plakken.
Op dat moment schrijdt Angel’s Echo plechtig
de keuken in, waarbij ze een stuk gouden stof tussen haar tanden vasthoudt.
Ze zwaait ermee zoals een medicijnvrouw doet als ze de kamer met heilige
rook zou reinigen. Ze heeft het gouden materiaal gepikt van een edelstenen
altaar op de stereo-installatie. Een golf van kippenvel spoelt door
me heen als ik daar naar sta te kijken en me een voorval te binnen
schiet.
“Ik wil de gouden blouse. Ik wil haar
zien,” zei moeder tegen mijn zuster Nancy en pappa, toen ze op haar
sterfbed lag. Het was dag twee van haar overgang; een verschuiving
die vijf dagen in beslag zou nemen. Het was de gouden glinsterende
blouse die ze alleen in de Kersttijd droeg en de kleur daarvan leek
heel belangrijk voor haar te zijn.
Uren later, toen ik mij op haar afstemde,
ontving ik een visioen. Ik zag haar samen met Christus zitten aan
een kleine tafel. Voor hen ontvouwde zich een nieuwe visie op de toekomst.
De gebieden aan gene zijde. Zij bestudeerden een dik opengeslagen
boek – het boek van haar leven. Achter hen ontstond een glanzende
gouden muur die zich, terwijl zij de overgang maakte tussen het hier
en het daar, steen voor gouden steen aan het vormen was. De muur was
toen slechts gedeeltelijk klaar, maar later – tijdens een nieuw droombeeld,
zag ik dat hij bijna af was. Hij glansde met een gouden glans, net
als de blouse die we aan het eind van haar bed hadden opgehangen,
zodat ze het zou kunnen zien als ze wakker werd uit haar vele dromen.
Nu was daar Angel’s Echo die daar met
die glanzende gouden lap aan het zwaaien was, net als een Godin die
bezig was de energie te zuiveren. Ze stapte doelbewust rond, langzaam,
en overlapte elke vierkante centimeter van de keuken – rond de poten
van de tafels en de stoelen, rond de ruimte waar het portaal zich
zojuist had geopend. Tranen biggelden over mijn wangen. Toen pauzeerde
ze en keek me recht in de ogen, terwijl haar gloeiende groene ogen
leken te zeggen: “Herken je me nu?” Toen ging ze door waar ze mee
bezig was. Het duurde een volle 10 minuten voordat de ban werd gebroken.
Toen liet ze de doek vallen en ging op de keukenvloer liggen slapen,
tussen het aanrecht en de tafel. Daar waar slechts enkele ogenblikken
tevoren de aanwezigheid van mijn moeder had staan lachen. Ik was verbluft.
Een andere keer had ze een uilenveer van
de tafel gepikt en zegende daarmee op ongeveer dezelfde wijze het
huis. Eerst mopperde ik op haar en probeerde de veer af te pakken
maar ze ontweek me met een zware grom. Ik herkende dezelfde krachtige
energie binnenin haar toen ze opnieuw het huis zegende met haar katachtige
aanwezigheid, luid spinnend en met gloeiende groene ogen. Ik heb heel
wat merkwaardige dingen gezien, maar deze gebeurtenis staat in de
toptien, zoveel is zeker.
Angel’s Echo is een gracieuze grijze kat
van bont en been, haar voeten zijn gitzwart. De buurvrouw noemt haar:
‘Baby Zwartvoet.’ Ze speelt verstoppertje met Solstice, is een fervente
muizen- en vogeljager en is erg bang van honden. Ze is moeder van
twee nesten kittens die langgeleden zijn verhuisd naar nieuwe woningen;
en allemaal hebben ze haar Tedere Aanwezigheid gespiegeld. Ze dineert
op een maaltijd van Chef’s Blend, Little Friskies, en Nine Lives,
en ja, ze is de echo van een engel. De gedachten van Moederliefde
omvat in zijdeachtig grijs bont, die ‘s-nachts aan mijn neus knabbelt
en zachtjes spint: “het is tijd om het verhaal te vertellen.”
|