Mara in Neveralwaysland

De Nada Kronieken, deel 40

Door Mara Oldenburg,

met een introductie van Hans Brockhuis


Niet lang geleden ontving ik een berichtje van Mara, één van mijn lezeressen van het eerste uur. In de loop van de jaren hadden zij en ik enkele malen E-mails uitgewisseld, waarbij zij aan mij enigermate persoonlijke vragen had gesteld, die ik naar beste vermogen heb kunnen beantwoorden. Maar dat was dan ook alles.

Deze E-mail van haar meldde dat zij een verhaal voor mij had die wellicht op de site van Running Fox zou passen. Helaas had zij geen tijd om het op te schrijven, maar stelde voor dat wij elkaar op een dag in de stationsrestauratie van Leiden zouden ontmoeten. Zij verwachtte een uur nodig te hebben om uit de doeken te doen wat zij aan mij kwijt wilde.

Ik was gefascineerd door dit ietwat mysterieuze bericht en na enig E-mail verkeer werd dag en uur vastgesteld. Op mijn vraag hoe ik haar zou herkennen meldde ze dat zij míj zou herkennen. Er staat immers een foto van mij op de portaalpagina van Running Fox.

Een beetje nerveus was ik wel, die ochtend in La Place. Aankomend in het restaurant keek ik om me heen. Het was er niet druk, maar er zaten toch wel een aantal mensen. Maar wie was Mara? Omdat er niemand opstond ging ik aan een tafeltje bij het raam zitten, met uitzicht op de entree en wachtte op de dingen die komen gingen.

Ik hoefde niet lang te wachtten. Even later arriveerde een rijzige dame. Ze keek om zich heen en stevende doelbewust in mijn richting. Hartelijk schudde zij mijn hand. “Hi Hans, long time, no see!”.

Om te zeggen dat Mara mooi is, is een understatement. Ze is lang en ik moet tegen haar opkijken. Ze was gekleed in een grijs mantelpak en liep te sjouwen met een gevulde aktetas en een laptop. Ze droeg haar donkere haar golvend over haar schouders en haar plezierige gezicht straalde. Haar blik was top of the bill. Peilloze amberen ogen keken mij flonkerend aan en ik merkte op dat achter die ogen veel ervaringen verborgen moesten zitten. Kortom, met deze Mara wilde ik wel een kopje thee drinken.

Later vertelde ze me dat ze 36 is, her en der het land doorreist om bedrijven te begeleiden met het in topconditie brengen van hun mensen en hun werkomgeving. Zowel fysiek als geestelijk. Omdat dat een drukke baan is vindt ze dat ze geen tijd heeft om de verhalen die zij heeft en die het waard zijn om verteld te worden, op te schrijven. Het uur dat zij had vrijgemaakt had zij doelbewust ingecalculeerd omdat zij dacht dat anderen er ook wat aan zouden kunnen hebben en daarom had ze deze oplossing bedacht om het persoonlijk aan mij door te geven. Ik vroeg of ik het op mijn meegebrachte taperecorder mocht opnemen. Daartegen had zij geen bezwaar.

~*~*~*~

Mara stak van wal:

“Je ziet het er niet aan af, maar twee jaar geleden was ik ernstig ziek. Ik lag op de Intensive Care bij te komen van een zware operatie en naar ik later hoorde was het allemaal kantje boord geweest. Tijdens de operatie, zo bleek, was er een moment dat de artsen geen cent meer voor mijn leven gaven en eigenlijk de moed al hadden opgegeven.”

“Voor mijzelf was dat allemaal heel anders. Van het auto-ongeluk zelf weet ik niets meer. Het ene ogenblik reed ik op de snelweg in een gehuurde Saab, het volgende moment werd ik wakker in een ziekenhuisbed, ergens in Nederland, en keek ik in de bezorgde ogen van Jochem, mijn Vriend. Fysiek weet ik van de tussenliggende periode he-le-maal niets meer. Op een ander niveau is er echter wel veel voorgevallen en dat wil ik graag aan jou en aan de lezers van Running Fox vertellen, Hans.”

“Terwijl de artsen aan mij aan het sleutelen waren was er een moment dat ik een zachte hand op mijn schouder voelde. Die hand was verbonden met een overweldigend gevoel van liefde. Warmte en gelukzaligheid stroomde door mijn lichaam en voor ik het wist keek ik vanaf een hoek, hoog in de operatiekamer, neer op een groep artsen die om de operatietafel druk aan het werk waren met een in witte lakens gehulde gestalte. Het duurde even voordat ik besefte dat ik daar lag. Het was een merkwaardige gewaarwording!”

“Op dat moment werd ik me weer bewust van het gevoel van weldadigheid dat door me heen spoelde. Woorden stroomden mijn gedachten binnen: ‘Lieve Mara’, hoorde ik, ‘besef je wel dat je een ernstig auto-ongeluk hebt gehad en dat de artsen er alles aan doen om jou weer op de been te helpen?’ Ik keek om me heen. Wie kon die woorden gesproken hebben?. Maar ik zag niets. Ik voelde alleen maar. Ik besefte dat ik me in een hogere staat van bewustzijn bevond. Misschien was ik wel dood. Ik had daarover gelezen, maar er nooit bij stilgestaan dat het mij ook zou kunnen overkomen.”

“Weer sprak de stem: ‘Lieve Mara, misschien heb je wel zin om met mij mee te gaan op een reis naar verre verten. De artsen, die worden bijgestaan door wezens die zij en jij op dit moment niet kunnen zien, zullen nog wel even tijd nodig hebben om je op te lappen en hoewel in de staat van zijn waarin jij je nu bevindt niet zoiets als tijd bestaat, is het nu een goede gelegenheid om – als jij dat wilt – belevenissen te beleven die je tot dit moment voor ongelofelijk zou hebben gehouden en die jou zullen terugbrengen naar gebieden waar je eerder hebt vertoefd. Bovendien zul je voor korte tijd enkele van jouw geliefden terugzien die eerder de tocht naar – wat jij ‘boven’ noemt, hebben gemaakt’”.

“Nou Hans”, zei Mara, “ik kan je wel zeggen dat ik op zijn minst verbluft was. Ik heb natuurlijk jouw verhaal over Judith gelezen en over de gesprekken die jij met haar voert, maar dit was toch wel even iets anders. Toch wilde ik wel wat meer weten. ‘Hallo, daar, wie je ook bent, waar wil je me dan wel heen voeren, wie ben je en kom ik ook weer terug, want ik was op weg naar een afspraak en ik neem aan dat ik dáár niets aan mijn mobiel heb’.”

“De aanwezigheid leek te grinniken. ‘Dat zijn veel vragen in één zin. Wie ik ben is moeilijk uit te leggen. In deze identiteit bevinden zich aspecten van jouw Zelf, van de gidsen die jou begeleiden, van enkele engelen die zich jouw lot hebben aangetrokken, van de schepper en nog enkele anderen. En nee, aan je mobiele telefoon heb je hier niets. Jouw vriend, die inmiddels is ingelicht en op weg is naar het ziekenhuis, zal jouw afspraken annuleren. Dat komt wel goed. Ik kan je zeggen dat Jochem vreselijk ongerust is maar uiteindelijk zal hij merken dat alles goed gaat komen en dat jullie elkaar spoedig weer in de armen zullen sluiten. En waar we naar toe gaan? Met jouw gevoel voor humor zou jij het misschien wel Neveralwaysland noemen.’”

“Hmm, Neveralwaysland”, ik proefde het woord in mijn gedachten en moest toegeven dat het bij mijn manier van denken paste. Ik ben nu eenmaal een eigenwijze tante, dat kan jij beamen, Hans, en ik houd er niet van om platgetreden paden te bewandelen.”

“Opnieuw sprak de stem: ‘Mara, ga je mee? Ik beloof je dat ik je netjes terug zal brengen.’ Natuurlijk ging ik mee. Al was het alleen maar om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Mijn hart gloeide. Ik was vervuld van vele intense gevoelens. Liefde, verwachting, zaligheid, noem maar op. En dat ondanks het feit dat de hele wereld om mij heen vervaagde. Alles loste als het ware op in een wirwar van gewaarwordingen die kop noch staart leken te hebben. Even raakte ik in paniek. Wat was dit nu weer, maar onmiddellijk voelde ik weer die geruststellende hand op mijn linkerschouder. Het leek of ik mij in een tunnel van ervaringen bevond. We begonnen te bewegen en ik merkte dat we accelererend steeds sneller gingen. Waarheen? Wist ik veel. Allerlei gedachten, impressies, indrukken, gevoelens en sensaties schoten in een steeds hoger tempo voorbij. Het leek waarachtig wel of er allerlei gebeurtenissen die in mijn leven waren voorgevallen, de revue passeerden. Maar alles werd slechts zacht aangestipt, geschouwd als het ware. Maar verder werd er niet op ingegaan. Mooie gebeurtenissen, maar ook minder mooie, kwamen voorbij. Zonder oordeel te vellen, accepterend dat het zich had afgespeeld, dat was alles.”

“Heel in de verte kwam een speldenknop van licht in beeld. Groter en intenser werd het licht maar uiteindelijk, het leek een eeuwigheid te duren, kwam er een eind aan de tunnel en plots bevond ik mij op een glooiende groene weide met uitzicht op een vredig dal. Hans, als ik je zeg dat het daar mooi was, is dat de understatement van het jaar. Wat een schoonheid. Bloemen in de meest prachtige kleuren, waarvan ik er vele nooit gezien had. Dit was de keukenhof tot de tiende.”

“Een hele tijd stond ik daar te staan en probeerde mijn gedachten op orde te krijgen. Eindelijk kwam ik tot rust, hoewel ik de aanvankelijke onrust niet eerder had beseft. Weg waren mijn twijfels. Mijn gemoed was vervuld met kalmte, met liefde, met mededogen voor wat mij was overkomen. In een hoekje van mijn geest was er plaats voor mijn vriend, voor Jochem; ik wist dat ik hem spoedig zou weerzien, dat had de ‘Stem’ gezegd, en die vertrouwde ik onvoorwaardelijk, merkte ik.”

“Ik had wel eens gelezen dat wanneer je de grote grens was gepasseerd, je zou worden opgewacht door je dierbaren. Tot mijn verbazing was er echter geen levende ziel te bekennen. Ik was totaal alleen. Niets bewoog zich. Er was geen zuchtje wind en het enige wat ik kon horen was het gemurmel van een tussen het geboomte verborgen beekje onderaan de helling. Toen ik me dat realiseerde werd ik overspoeld door een golf van heimwee. Mijn kalmte, waar ik zo trots op was geweest, was totaal verdwenen. Jochem, mijn ouders, de flat waar ik woonde, mijn poes, mijn werk, waar waren ze? Zou ik ze nog ooit weerzien? Opnieuw raakte ik in paniek. En weer voelde ik die geruststellende hand op mijn schouder.”

“’Je bent nooit alleen, lieve Mara, nooit! Kijk maar eens goed om je heen: laat je bewustzijn zich maar eens uitbreiden naar het gevoel van liefde dat ik je nu geef.’ En weer leek het of mijn hart in brand stond. Geen vernietigende brand, maar een liefdevol vuur vol mededogen en opeens stond daar mijn oma voor me, die zestien jaar geleden was overgegaan. Ik hield zielsveel van haar en miste haar nog steeds.”

“Huilend van geluk stortte ik me in haar armen. ‘Oma’, riep ik uit. ‘Wat heerlijk dat ik u weer zie. Gaat het goed met u, wat ziet u er mooi uit met dat blauwe gewaad. Ik heb zo vaak aan u gedacht en dan wist ik dat u vlakbij was. Soms was ik bang maar als dan de klok stilstond wist ik dat u in de buurt was om mij te helpen en om voor mij te zorgen. En dan kwam alles goed…’ Ik zei nog veel meer, besef ik nu, maar dat kan ik me nu niet meer herinneren. Het ging maar door. Het was net alsof er een loden last van me afviel, of ik in staat was om de remmingen die er blijkbaar nog altijd zaten in één lange stroom van gedachten en zinnen, eruit te persen. De pose van vertrouwen en van ‘ik kan de hele wereld aan’ leek op dat moment niet meer dan een dun laagje vernis.”

“En al die tijd stonden oma en ik met de armen om elkaar heen geslagen en stroomden de tranen over mijn wangen. ‘Mijn lieve kind, Mara toch. Kalm maar meisje’. Met een liefdevol gebaar streek oma de natte haren uit mijn gezicht en droogde mijn tranen. ‘Het is goed dat je emoties eruit zijn gekomen’, zei ze. Je hebt een ernstig auto-ongeluk gehad en hoewel je je er schijnbaar niets van herinnert heeft het hele gebeuren een enorme inwerking op jouw ziel veroorzaakt. En die emotie is er nu uitgekomen. Zijn er nog tranen?’, vroeg ze. ‘Laat ze maar komen hoor, dat lucht op.’ Oma pakte me bij mijn bovenarmen en hield me op een afstandje en keek me aan. ‘Wat ben je toch een mooie meid geworden. Uit het tere en kwetsbare vogeltje is een prachtige jonge vrouw gegroeid, een kraanvogel, die alles en de hele wereld aankan. Ik ben zo geweldig trots op je…’”

~*~*~*~

Plots keek Mara op haar horloge en leek te schrikken. “Hans”, zei ze, ik moet weg, mijn trein gaat zo en ik moet naar een belangrijke afspraak. Is het goed om de rest van het verhaal in een volgende sessie af te handelen? Ik mail je!”

En weg was ze. Mij confuus achterlatend met het bewijs van haar spraakwaterval frank en vrij op tape vastgelegd. Thuisgekomen merkte ik dat haar woorden vrijwel zonder redactie geschikt waren om op papier te worden gezet. Ziehier het resultaat. Inmiddels heeft Mara per E-mail een nieuwe afspraak gemaakt, weer in de stationsrestauratie. Ik ben heel benieuwd naar haar verdere avonturen in ‘Neveralwaysland’.


Mara