|
Vervolg op de Honingvlakte,
De Nada Kronieken, deel 11 en Dorestad,
De Nada Kronieken, deel 14.
We schrijven het jaar Anno Domino 866.
Vodo van het Wiel, een jonge tenenvlechter uit Dorestad heeft zich
als verstekeling verstopt op het vikingschip ‘de Kolding’, omdat hij
zijn zuster Almina wil bevrijden die door kapitein Ragnar, bijgenaamd
de Vorkbaard, als oorlogsbuit gevangen is genomen. Na veel omzwervingen
komen zij in de plaats Lyngstuven, in het hoge noorden terecht, waar
zij aanvankelijk als lijfeigenen tewerk worden gesteld, maar waar
zij naarmate de jaren verstrijken meer en meer in de Noordse samenleving
integreren.
Drie maanden na hun vertrek uit de lage landen, arriveerde het schip
in de Altafjord, de thuishaven van de Kolding. De vader van Ragnar,
Halvard, had het hier voor het zeggen en was, in tegenstelling tot
zijn zoon, een beminnelijk mens.
De beide kinderen vonden de man daarom al direct erg sympathiek en
zijn vrouw Selma Gøstadottir, afkomstig van het Grote IJs Eiland,
nam hen op in hun huis. Toch maakten Almina en Vodo technisch deel
uit van de inventaris van het groothuis en dienden alle mogelijke
karweitjes op te knappen voor de andere bewoners. Ook werden ze gebruikt
als drager bij de grote jachtpartijen. Allengs leerden ze de taal,
zodat de communicatie steeds beter ging. De woonstee was een eenvoudig
langgerekt houten onderkomen, met verhogingen aan weerszijden van
het lager gelegen middenpad die bekleed waren met ijsberen en rendierhuiden.
Op een dag in het najaar moesten ze weer meekomen op een grote jachtpartij.
De weg leek eindeloos terwijl ze in een lange colonne voort sjouwden.
Eerst ging het langs de fjord, later over een hoogvlakte. Vooraan
liepen de jagers met hun scherpe ogen, daarna de horigen, die de geschoten
rendieren moesten gereedmaken om ze mee naar huis te kunnen nemen.
Het landschap was rauw, kaal en woest en het weer was grauw en kil
en bij iedere bocht verwachtte Almina dat er een grote boze trol,
waarvan ze zoveel had gehoord, over het pad zou schieten. Dat gebeurde
echter niet, maar het slechte pad, met hier en daar een hoopje op
elkaar gelegde platte stenen dat als markering diende, zorgde voor
veel oponthoud.
Nu ging het weer langs een fjord waarboven de prachtigste luchten
en wolkenformaties zich ontvouwden. Schuine lichtbanen en wolken in
vele kleuren speelden rond de afgeplatte bergtoppen. Regenboogkleuren
deden het water van kleur verschieten en veroorzaakten de meest onwaarschijnlijke
effecten. Een groep bruinvissen speelde in de fjord, onbevreesd voor
de mensen. Verderop lag een school zeehonden te zonnen op een grote
ronde rots, die hoog uit het water oprees.
Opeens toonde een blinkende gletsjer zijn pracht met zijn gesluierde
gelaat. Dan weer schitterde hij fel oplichtend in de schel weerkaatste
zon, die zo nu en dan door de wolken keek en de mannen en vrouwen
verblindde. De bergen hadden de meest grillige vormen. Een naamloze
monoliet die vele, vele ellen de hoogte inprikte rees bijna verticaal
vanuit de fjord omhoog.
Op de hoogvlakte was het winderig en bitter koud, waarbij de miniatuur
berkenboompjes hun best deden om er toch nog iets van te maken.
Zo schreed de tijd voort. De beide Bataven raakten steeds meer ingeburgerd
en op midwinterfeest in het jaar 870 werd hun lijfeigenschap opgeheven
en daarom maakten ze vanaf dat moment officieel deel uit van de kleine
gemeenschap Lyngstuven. Iedere zomer was er de middernachtzon, terwijl
het in de winter bijna drie maanden niet licht werd. De natuur was
hard voor de mensen van de kleine nederzetting. Almina trouwde in
972, ze was 18 jaar, met Rorik, genaamd de Idhammer, zoon van de hoofdman
en broer van Ragnar. Vodo had zijn leven een jaar eerder verbonden
met Eyra Vestfold en kon al na enkele jaren bogen op een sterk nageslacht,
want zij kregen drie stevige zonen. Het huwelijk van Rorik en Almina
bleef helaas kinderloos, maar nadat Jarl (stamhoofd) Harvald tijdens
een jachtpartij van een rots te pletter was gevallen, werd Rorik hoofdman,
zodat Almina, hoewel buitenlandse, als vanzelf in hoog aanzien kwam
te staan. Haar prettige uitstraling en haar vriendelijkheid ten opzichte
van alle stamleden, waren daar mede oorzaak van.
Rorik en Vodo bouwden samen een nieuwe woning. Met de jaren werden
Vodo’s zonen meer en meer gezien en gewaardeerd als waren ze zonen
van Rorik en Almina, zodat de oudste, Himert, daardoor bijna automatisch
werd bestemd om later zijn oom Rorik als Jarl op te volgen, zodat
de merkwaardige situatie ontstond dat het kroonprinsschap werd bekleed
door een Laaglander.
Niet ver van het dorp lag een kleine hoogvlakte. Steile rotswanden
leidden ernaar toe en het was de favoriete plek van Vodo en uitstekend
geschikt om je tijdelijk te kunnen afzonderen. De eerste maal dat
Vodo deze formatie had beklommen moest hij terugdenken aan de grote
wolkenformatie die hij had gezien toen hij onderweg was naar deze
landen. Hoewel deze vlakte niet al te hoog was, gaf het hem een heel
bijzonder déjà vu-gevoel en wanneer hij zich eenzaam
voelde, placht hij naar boven te turen met een onvoorstelbaar gevoel
van heimwee.
Eénmaal op een prachtige
zomermorgen voelde hij dat deze kleine hoogvlakte was vervuld met
een harmonie die hij bijna kon voelen vibreren. Natuurlijk werd zijn
aandacht ook getrokken door de vele bijen die hier rondzwermden en
allengs werd hij verzadigd door de warmte, liefde en vrede van dit
hoge land. Hij schrok op, want onverwacht sprak er een stem in zijn
hoofd. Een stem met hetzelfde speciale timbre en van de kwaliteit
die hij had gehoord toen hij zich als verstekeling op de Kolding bevond.
Herinneringen flitsten door zijn gedachten. Opeens wist hij dat hij
deze stem al veel eerder had waargenomen.
“Goddag Vodo.” Hij hoorde de welluidende altstem weer in zijn hoofd
resoneren. “Wij hebben al vaker op deze wijze met elkaar gesproken,
Vodo. Je bent nu heel erg ver van huis en je bent, zonder dat je hiernaar
hebt gestreefd, onderdeel geworden van de kleine gemeenschap hier
in het hoge Noorden. Het is zeer waarschijnlijk dat jij binnenkort
tot leider zal worden gekozen van deze nederzetting. In die hoedanigheid
zul je beslissingen moeten nemen die datgene waarvoor jij dan verantwoordelijk
bent, in alle goedheid zullen vertegenwoordigen. Bij het onderhouden
van deze belangen zal jouw lot zich te gelegener tijd brengen naar
Dorestad waar je tegenover je familieleden en vroegere vrienden zult
komen te staan. Omdat je deel hebt uitgemaakt van die gemeenschap
en nu deel uitmaakt van die van Lyngstuven, zul je de mogelijkheid
hebben om die besluiten te nemen die het voor beide partijen mogelijk
zullen maken om in de toekomst in vrede met elkaar te leven. Dat was
de strekking van het verhaal dat ik je vertelde toen je nog lid was
van een heel andere gemeenschap, die op de planeet Amadis.”
“Vanwege de mogelijkheid dat je alles vanuit een hoger perspectief
zult kunnen bekijken, Vodo, of moet ik zeggen: Vodelm, zoals je op
Amadis heette, zul jij in staat worden gesteld (de mogelijkheid hebben)
om bewustwording, spiritualiteit, hoop en liefde te verspreiden. Je
zult de keus hebben te trachten om, door middel van geestelijke beïnvloeding
– zonder je daarbij in te mengen in de aan hen door God gegeven vrije
wil – de loop van de politiek te wijzigen zodat het voor de Noorderlingen
en voor de mensen van de Lage Landen mogelijk wordt om in harmonie
met elkaar samen te leven. En dat is mijn gift voor jou Vodo, de mogelijkheid
om precies dát te doen.”
Een aantal jaren later wordt Vodo inderdaad tot Jarl, leider van de
gemeenschap van Lyngstuven, gekozen. Rorik had er met een aantal volgelingen
voor gekozen om zijn geluk in het land der Angelen te gaan beproeven,
zodat het voor de achtergeblevenen niet moeilijk was om Vodo, die
door zijn wijsheid in hoog aanzien stond, met die hoge post te vereren.
Op een goede dag scheepte hij zich met zijn volgelingen in op een
nieuwe ‘Kolding’ om terug te keren naar de Lage Landen bij de zee,
om te trachten vrede te brengen en om zijn vroegere landslieden over
te halen zijn mensen toe te staan een nieuw leven op te bouwen in
het land van water, riet en wilgen. Vodo had de meeste van zijn volgelingen
weten te overtuigen dat het ruwe bestaan in het hoge noorden kon worden
ingewisseld voor een beter leven met voldoende vis, graan en gevogelte
om alle mensen zonder moeite te kunnen voeden.
De geschiedenis heeft ons geleerd dat grote groepen vikingen gedurende
enkele eeuwen in dit gebied leefden en zich geleidelijk met de plaatselijke
bevolking vermengden in de gebieden die toen Frisia heetten. Friesland
omvatte in die dagen een veel groter gebied dan tegenwoordig en heeft
het kustgebied bestreken van de mondingen van de rivier de Rijn, tot
aan die van de rivier de Weser in het huidige Duitsland. We kunnen
aannemen dat de groep Noormannen onder leiding van Vodo van het Wiel,
in Noorwegen Vodo af Hylr genaamd, zich daar ook heeft gevestigd.
Het is wetenschappelijk vastgesteld dat ‘de gemiddelde Nederlander’
genetisch materiaal bezit, afkomstig uit de Scandinavische landen.
|