Blauwe reiger

nl       uk

Haar leven; een gedicht

Life as a poem

Nada Chronicles # 97

Hans Brockhuis

Haar leven; een gedicht

Na een turbulent en werkzaam leven en een lange periode van ziekte en narigheid, stierf mijn moeder, nu 15 jaar geleden. Het was niet onverwacht. Eerder waren er momenten geweest dat wij als nazaten werkelijk hadden gedacht dat het afgelopen was, maar steeds weer was gebleken dat het nog geen tijd was. Wanneer je uiteindelijk dan toch met het onvermijdbare wordt geconfronteerd en opeens is de vrouw die jou het leven schonk er niet meer, is dat op zijn minst schokkend. Ik weet zeker dat dit voor velen van jullie herkenbaar zal zijn.

Het leven van mijn moeder liet zich lezen als een gedicht. Soms kabbelend op de ritmische rustieke woorden van een kalme woordenvloed. Soms heftig en verlangend naar betere tijden, de strofen worstelend om tot de zoete helling van het kalme strand te geraken. Altijd was daar dat bos met zijn vele bomen waaruit zij maar geen keus kon maken. Maar steeds was haar leven een boeiend woordenspel, doordrongen van een hevig geloof, en immer zoekend naar de bevrediging, naar vervulling, naar een juist getroffen cadans.

Reeds in haar jonge jaren ontdekte zij het onzienbare. Zij was spiritueel avant la lettre en herkende zich al vroeg in de pinksterbeweging. Krishnamurti kwam naar Nederland en op de Paasberg luisterde zij ademloos naar de boodschap van deze verlichte grote kleine man uit het verre oosten. Later leerde zij de Antroposofische beweging kennen, waarin zij gedurende vele jaren datgene vond wat haar gelukkig maakte. De liefde voor een liefdevolle God, de liefde voor mens en dier, de eurhythmie, tekenen en schilderen, muziek.

Dit filosofische gedachtegoed gaven haar een handvat om met de dingen des levens in het reine te komen. Om zich soms los te kunnen maken van de dagelijkse beslommeringen, om zich te verliezen in de grote denker die Rudolf Steiner toch was, in een levensovertuiging.

Zij was een niet onverdienstelijk dichteres die in 1953 het volgende voorspellende gedicht schreef:

“O dit te dragen en te sterven niet
de tijd te lijden die een leven biedt,
te treden van het kruis van tijd en ruim
zich voeden met de wijn, van brood het kruim
te nemen, oogst van overvloed in eeuwigheid.
God neemt ons tot zich en heeft alle tijd.”

In het voorjaar van 1992 gaf zij een dichtbundeltje uit: ‘Proeven van taal en teken,’die onder een klein groepje belangstellenden is verspreid. Zij beschouwde dit als haar levenswerk, maar helaas liep haar gezondheid daarna grote schade op en begon de ziekte van Parkinson haar langzaam te slopen. De laatste jaren van haar leven putte zij troost uit de gedichten van Ida Gerhardt, de bekende spirituele dichteres.

Ik heb haar leven van terzijde kunnen gadeslaan en wat ik zag was een zoektocht. Een speuren naar die enige boom die haar alles had kunnen geven wat zij in dit leven zocht. Vele malen vond zij er een die haar welgevallig was en haar voor kortere of langere tijd vervulling kon schenken. Maar altijd weer was daar, vroeg of laat, die teleurstelling, het afkeren en opnieuw het hunkeren naar iets wat voorbij de einder lag.

~*~*~*~

Plotseling was zij er niet meer. Ineens maakte zij geen deel meer uit van dit ondermaanse. Zij en ik waren 54 jaar lang tijdgenoten. De laatste jaren waren voor haar een zware strijd. Parkinson, diverse hartstilstanden, longembolie, een gebroken heup, borstkanker. Weinig is haar bespaard gebleven.

Mijn vrouw en ik troffen haar aan in een beschut kamertje van het tehuis waar zij haar laatste maanden doorbracht. Enkele minuten daarvoor had zij voor het laatst haar moede ogen gesloten, maar om haar tot rust gekomen gelaat speelde een halve glimlach en ik wist op dat moment zeker dat zij tenslotte die ene boom had gevonden....

Na de crematieplechtigheid gingen mijn vrouw en ik, samen met een twintigtal vrienden en familieleden naar ons huis om wat te drinken en om te praten over de gebeurtenissen van de laatste tijd die hadden geleid tot deze op zich treurige gebeurtenis. Zoals zo vaak na begrafenissen, werd het een geanimeerde bijeenkomst met mensen die je in het drukke leven van alledag niet al te vaak ontmoet.

Maar opeens was daar het moment dat een van ons ontdekte dat een reiger was geland op het dak van de kleine schuur achter ons huis. De vogel was, met zijn snavel wijzend in onze richting, daar neergestreken en keek – zoals reigers dat kunnen doen – gedurende lange tijd met een zeer intense blik in onze richting.
Geleidelijk verstomden de conversaties en er was een moment dat we allemaal in de richting van deze reiger keken en het was duidelijk dat zij zich intens in ons aller aandacht verheugde. Even later vloog de statige vogel weer op en wiekte herwaarts. Ik kan je verzekeren dat de stilte in de kamer langdurig en oorverdovend was. Ieder van ons achterlatend met zijn eigen gedachten, deze gebeurtenis op zijn of haar eigen wijze interpreterend.

Hierop terugkijkend, kan ik niet anders dan aannemen dat dit waardevolle, dit gouden moment, een geschenk uit de hemel was, waarbij duidelijk werd gemaakt dat alles goed was en dat mijn moeder niet zonder intentie was overgegaan naar de andere wereld. Bovendien maakte het voor ons mogelijk om op een positieve manier met dit verlies om te gaan. Ik dank degenen aan gene zijde die hiervoor verantwoordelijk waren, voor de mogelijkheid om me te herinneren dat het leven niet eindigt bij het overgaan, maar veel meer kan worden gezien als een wedergeboorte in een wereld die voor ons nog niet tastbaar is.

terug

Life as a poem

After a turbulent and hard working life and following a long period of illness and peevishness, my mother passed over now 15 years ago. It was not unexpected. Earlier, there had been moments that we, her offspring, did think: “This is it,” but in all those instances it turned out it wasn’t her time yet. But then, when you are ultimately confronted with the inevitable, and all of a sudden the woman who brought life to you isn’t here anymore, it is, to say the least, a shock. I am sure many of you are acquainted with this feeling.

My mother’s life could be read as a poem. Sometimes rippling on the rhythmic rustic lyrics of a calm word flow. At times violent and longing for better times; the strophes struggling to reach the sweet slope of a tranquil seashore. Always there was this forest with its many trees of which she was unable to make a choice. Her life was a vivid word game, penetrated by a powerful belief and always searching for satisfaction, fulfillment, and a well-chosen cadence.

During her younger years she discovered the unseen worlds. She was spiritual avant la lettre and soon recognized herself in the Pentecostal church. Krishnamurti came to the Netherlands and on Paasberg Hill she listened breathlessly to the message of this enlightened little man from the far East. Later she came into contact with the Anthroposophical movement, in which she found happiness for many years. It gave her love for a loving God, love for man and animal, eurhythmics, drawing and painting, music.

This philosophical belief system gave her a lever to come to terms with the things of life. In this way, she sometimes was able to release daily bothers, so that she could lose herself into the great thinker that once was Rudolf Steiner.

She was a poet, not without merit.  In 1953 she wrote the following prophesying poem:

Oh to bear and to die, not
to suffer time that presents life,
and tread from the cross of time and void
to feed with wine, of bread the crumb, to take
harvest of abundance in eternity.
God takes us for himself and has got plenty of time.

During the spring of 1992 a small collection of poems by her hand was released: ‘Probes of language and sign,’ which circulated among a small group of interested persons. She considered this to be her life’s work, but unfortunately her health suffered a great deal while Parkinson’s disease started to meticulously waste her. Throughout her last few years she took comfort by the poems of Ida Gerhardt, a renowned Dutch spiritual poetess.

All the time I have been able to look at her life from the sideline and what I saw was an eternal quest. It was a longing for that one tree that would be able to give her everything she was looking for during this life. Many times she found one who was benevolent to her during some time. But always, early or late,  disappointment came, the turning away and again the yearning for something that surely would exist beyond the horizon.

~*~*~*~

All at once she wasn’t here anymore. All of a sudden she didn’t take part any longer in this sublunary world. She and I had been contemporaries for 54 years. Her last years had been a struggle with Parkinson’s disease, several cardiac arrests, lung embolism, a broken hip, breast cancer. She certainly wasn’t spared!
My wife and I found her in a secluded room in the home for the elderly where she had spent her last months. A few minutes before, she had closed her tired eyes for the last time, yet round her calm face played a half smile and in that moment I knew for certain that at last she had found her one tree.

After the cremation ceremony my wife and I, together with a score of friends and relatives, went to our home to drink a little bit and to talk about the occurrences of the last few months that had led to this. As often is the case after funerals, it became an animated happening with people one tends not to meet very often during hectic daily lives.

Suddenly one of us discovered a heron was perched on the roof of the tool shed behind the house. The bird had settled there and looked for a considerable time with an intense gaze, its long pointed beak aimed in our direction.

By and by conversations subsided and then there was this moment when all of us were silent and looking in the direction of this heron. It was clear the bird was pleased when it at last received the attention of us all. A bit later she flew up and winged hither. I can assure you that the silence in the room was long-lasting and deafening. Everyone left with their own thoughts, interpreting this occurrence in his or her own way.

Looking back I can only assume that this valuable golden moment was a penny from heaven, in which it was made clear that all was well and that my mother had not made this transition to the other world without intention. Furthermore it made it possible for us to get along with this loss in a positive way. I thank those on the other side of the veils who have been responsible, for the possibility to re-member that life does not end at the moment of transition, but all the more can be seen as a rebirth into a world that is not yet tangible.

back