Kabouterbos

uk

K. Bouter c.s.

De Nada Kronieken, deel 61

Door Hans Brockhuis

“Het gesprek dat wij voerden was mooi en indringend. Bovendien hadden we geregeld gesprekspartners die hun eigen duit in het zakje kwamen doen. Gedurende lange tijd zat een eekhoorn met zijn kraaloogjes naar ons te kijken...”

 



K. Bouter
Jaren geleden ontmoette ik de heer Bouter voor het eerst. Het was tijdens een excursie naar allerlei bijzondere krachtplaatsen. Op een zeker moment tijdens die tocht wees de gids ons op een bepaalde bomenformatie en liet ons vervolgens een foto zien van dezelfde plek met ergens in de hoek iets buitengewoon interessants. Als je op een bepaalde manier keek, niet rechtstreeks maar vanuit een bepaalde hoek, leek het wel of zich daar ergens een kabouter bevond.

Omdat we met nogal een grote groep waren, met het bijbehorende ‘makkers staakt uw wild geraas’, was het uitgesloten dat hetzelfde schepsel zich nogmaals zou laten zien. Toch gebeurde dat wel, maar daarover straks meer.

Op een goede dag ging ik terug naar dat sprookjesachtige bos. Toen ik daar in mijn eentje liep te wandelen kwam ik allerlei interessante dingen tegen. Een rennende vos die mijn eigen beeldmerk zou worden, een eikenboom met een afhangende tak waaraan de eikels nog vastzaten (hallo eikels!), een groep konijnen die ik, spiedend vanuit een veilige plek, buiten hun hol met elkaar kon zien spelen en tenslotte ‘mijn’ kabouter. Hij vertoonde zich op dezelfde plek die ik eerder beschreef – op de krachtplaats, ergens in Never ever... eh… Nederland.

Het gesprek dat wij voerden was mooi en indringend. Bovendien hadden we geregeld gesprekspartners die hun eigen duit in het zakje kwamen doen. Gedurende lange tijd zat een eekhoorn met zijn kraaloogjes naar ons te kijken. Dag eekhoorn! Het dier vertelde ons over schoonheid en de kracht van de creatie van Moeder Natuur. Wat later was er een mooie bruine vlinder die ons vertelde dat hoewel het leven eindig lijkt, dat niet het geval is. De vlinder, die voordat hij vlinder werd eerst in een andere gedaante, als pop, ter wereld kwam, beziet in die nieuwe outfit de wereld vanuit het perspectief van iemand die een verheven positie bezit en zo dingen kan realiseren die eerst onmogelijk leken.

Later vloog een gouden adelaar over de plek waar wij zaten. De vogel trok een aantal rondjes boven ons en ontmoette daar en passant een grote blauwe reiger die blijkbaar een boodschap voor de adelaar in petto had. Door middel van een gierende duikvlucht maakte deze ten slotte duidelijk de boodschap te hebben begrepen. Een ontroerend moment.

Liefde voor elkaar.
Ik vertelde Karel Bouter, we tutoyeerden elkaar ondertussen, over een voorval dat ik niet lang daarvoor had meegemaakt terwijl ik door een prachtig bos fietste. Ongeveer zoals het bos waarin wij ons toen bevonden. Het was lekker fris en ik genoot van de omgeving, van de prachtige bomen, de heide, de vogels. Plotseling werd hieraan een extra dimensie toegevoegd en ik hoorde de uitmuntende liederen van de vogels nu met een totaal verschillende betekenis en het voelde alsof deze bewoners van de atmosfeer me iets wilden vertellen, wat op dat moment niet volledig was te bevatten.

“Hm”, zei de minimens tegen mij terwijl hij nadenkend met langzame halen zijn lange witte baard in de plooi trok en er zo bijzonder wijs uitzag.

“Liefde voor elkaar is een manier van leven die je doet denken aan het vrolijke gefluit van de vele vogels die je indertijd in het bos hebt kunnen horen. Jij werd op een bepaald moment geraakt door het wonderschone geluid van deze gevederde vrienden, die speciaal waren gekomen om jou een groet te brengen vanuit de gebieden die meestal niet zichtbaar zijn. Dat waren prachtige momenten, waarop jij en zij elkaar in dat zo vluchtige moment troffen en in staat waren om elkaars taal te verstaan. De Taal van de Liefde!”

Dat was een bijzonder wijze les, maar blijkbaar is het zo dat je dat soort lessen vaker moet ervaren om ze in je wezen te kunnen vastleggen. Om ze in je systeem te integreren en zo deel van je Zijn te kunnen laten uitmaken. Daarom wil ik je nog een kort verhaal vertellen vanuit de beleving van mijn innerlijke kind.

Innerlijk kind.
Dit verhaal speelt zich lang geleden af in een land hier heel ver vandaan. Het is een land vol met magie en bijzondere omstandigheden.

Op de dag, of eigenlijk moet ik zeggen, nacht dat dit verhaal zich afspeelde, bevond ik mij ergens diep in een bos. Hoe ik daar gekomen was wist ik niet maar het was donker en ik had het koud. De maan was achter een dik wolkendek verdwenen en de grond was vochtig. Waarschijnlijk had het zopas nog geregend. Ik scharrelde wat door de bosjes, waarbij een lelijke doorn mij een grote schram op mijn been en een winkelhaak in mijn broek bezorgde. Gelukkig liep even verderop een pad en ik begon op goed geluk te lopen.

Daar was een trage beek, waar ik doorheen moest om aan de overkant te komen. Een zalm stak nieuwsgierig zijn kop boven water om te bekijken wie er langskwam. Het leek wel of hij me een knipoog gaf. Toen ik weer de oever opstapte liep ik in het donker met mijn gezicht tegen een spinnenweb aan. Brr, maar toch was ik niet bang, want ik wist dat dit een teken was dat ik verbonden was met het spinnen- of levenswiel. Mijn levenswiel draaide in deze bijzondere nacht overuren; er gebeurde zoveel en mijn gevoel vertelde me dat er nog veel meer zou volgen. Hoe meer ik mij verbond met het moment van Nu, des te meer zou mijn toekomst worden geopenbaard.

Bij een kruising sloeg ik op goed geluk linksaf. “Misschien was daar wel een hoeve of zelfs een dorp waar ik me kon opfrissen en de rest van de nacht kon doorbrengen,” bedacht ik hoopvol.

Glinsterend meer.
Ik stapte stevig door in het verlaten, inmiddels maanverlichte landschap. Toen ik een lage heuvel had beklommen zag ik aan de andere kant een meer glinsteren. Het was er doodstil. De wind was volledig stilgevallen. De bomen stonden roerloos aan de oever. Op het wateroppervlak was geen rimpeling te zien. Alles ademde verwachting. Ik knielde neer en dronk. Toen hoorde ik machtige vleugelslagen. Een groep zwanen wiekte in een grote cirkel over het kalme water, waarbij hun vleugeltoppen elkaar soms raakten. Dan vormden zij wonderbaarlijk mooi de een-heid, de oneindigheid van een perfecte cirkel. Ik was vol bewondering en volgde gretig de gracieuze bewegingen van deze indrukwekkende vogels.
Er klonk een stem in mijn hoofd:

“Wees je bewust van de ware schoonheid van deze schepsels. Ervaar de macht voor het zelf en laat die je helpen je innerlijke schoonheid naar buiten uit te dragen. Ervaar de boodschap van eenstemmigheid die hier wordt verteld, maak dat waar en verspreid het. Hoewel je dat nog niet beseft zul jij daar heel goed in zijn.”

Ik moest hier lang over nadenken en toen de zwanen allang waren verdwenen merkte ik dat het in het oosten lichter werd. Een nieuwe dag gloorde, ongetwijfeld het begin van een nieuw leven, want niets zou meer zijn zoals het was geweest. Ik had geen idee hoe dat zou gaan uitpakken, maar gebeuren zou het, zoveel was zeker.

Het werd steeds lichter en door een bossage van berken bereikte ik weer de weg. Ik herinnerde me de woorden van de kabouter, die ik ergens in de toekomst zou ontmoeten. Hm, kan dat wel? Hij had me verteld dat de Berk symbool staat voor vernieuwing, reinheid en zuivering. “Als dat geen bevestiging was voor wat ik zojuist had bedacht, zal ik ogenblikkelijk in een berk veranderen.” En omdat dat niet gebeurde liep ik grinnikend het pad weer op.

Een knorrige raaf.
Even verderop stond een eenzame Hazelaar. Op een tak, die over de weg uitstak zat een raaf. Terwijl ik kwam aanwandelen zag ik dat de raaf mij met zijn ogen volgde. “Zal ik jou eens wat wijsheid bijbrengen?,” kraste de raaf. “Dat mag,” antwoordde ik. “Ik kan heel veel wijsheid gebruiken want ik heb zojuist besloten om Liefde in de wereld uit te gaan dragen. Er is zoveel narigheid in de wereld dat het hard nodig is daar wat aan te doen.” Mijn kinderlijke overmoedigheid zorgde ervoor dat ik nergens meer tegenop zag.

“Aha”, zei de raaf. “Dat is een nobel streven, maar het kan niet zo zijn dat jij iedereen Liefde kunt gaan opleggen, want dan is het geen Liefde meer. Dan is het net zoiets als de praatjes van de dikke deuren. Dat is geen liefde, dat is investeren in de eigen portemonnee.”

Ook daar moest ik over nadenken. Was ik niet een kind? Met dat soort moeilijke gedachten had ik me nog nooit beziggehouden. Toch besefte ik wel dat er iets in mijn denken moest veranderen. “Raaf, wil je mij leren wat liefde is?,” vroeg ik. “Nee, dat wil ik niet”, was het botte antwoord. “Vraag dat maar aan de vos die daar aankomt.”

Vos of monnik?
De raaf vloog weg en ik keek om. Een rode vos liep op me toe. Was het dezelfde vos die ik eerder had ontmoet? Het dier aarzelde even en begon toen een praatje.

“Hallo kind”, zei de vos. “Ik hoor van de raaf dat je wilt weten wat liefde is. Maar daar is deze vorm niet geschikt voor.” De vos verzamelde een aantal bladeren die vanuit de hazelaar op de grond waren gevallen. Met zijn bek gooide hij ze in de lucht en ging vlug onder de vallende bladeren staan. En terwijl ik met grote ogen van verbazing toekeek, veranderde de prachtige vos in een jonge groezelige monnik, gekleed in een grauwgrijze pij.

“Hoi”, groette de monnik. “Mijn naam is Thomas.”
Ik kon mijn ogen niet geloven. “Hoe komt het dat jij je in een vos kunt veranderen?,” stamelde ik.

“Zou je niet even hallo zeggen”, zei de monnik. “En dat van dat veranderen; dat is het geheim van de koopman. Dit land zit vol magie en illusie; daar zul je het voorlopig mee moeten doen. Bedenk maar dat de vos je kunt helpen om onafhankelijkheid in je gedachten te ontwikkelen en vertrouwen in je beslissingen te hebben. Dat is waar het hier om gaat, waar of niet? Als vos vond je me mooi, als kloosterling niet, maar wat doet uiterlijk ertoe als het om liefde gaat, heb ik gelijk?”
Van de vos – of moet ik zeggen – de monnik, leerde ik wat Liefde is en samen met wat vele anderen mij hebben geleerd, beleef ik mijn avontuur van het leven, net zoals jullie allemaal ook jullie eigen avontuur van het leven beleven.