Loslaten

Judith Leeft!

De Nada Kronieken

deel 15

 


Op 8 november 1973 werd onze dochter Judith geboren. Wat een prachtige en blijde dag had moeten worden, werd een dag van uiterste tragiek omdat het volgroeide kindje, tijdens de bevalling het leven liet, onder andere door de twee maal om haar hals gedraaide navelstreng.

Hoe kom je met zulk een tragedie in het reine. Hoe vertel je het je andere kinderen, op dat moment twee en drie jaar oud. Hoe ga je met je verdriet om in een wereld waarin - in die dagen - nog nauwelijks plaats is voor karma en (re)incarnatie? Waarom mogen we van de medische staf het lichaampje niet zien en wordt het onmiddellijk afgeschermd en naar een andere kamer gebracht?

Twee dagen later bestel ik, want mijn vrouw is noch niet hersteld van de bevalling, samen met mijn moeder en de begrafenisondernemer, Judith - in haar kleine kistje - ter aarde op het grote kerkhof. Ik huil en de hemel huilt met mij mee, want op het moment dat het kistje in de kuil zakt, storten de wolken zich leeg in een hevige zondvloed die mijn tranen wegspoelen, maar mijn verdriet allerminst.

Gedurende de jaren die volgen blijft deze 8e november een dag om te gedenken, samen met de andere kinderen. Judith blijft een, zij het onfysieke, plaats innemen in ons gezin. Intuïtief voelen mijn vrouw en ik echter toch aan dat het niet goed is om ons aan de gedachte aan Judith vast te blijven klampen, maar ze speelt altijd op de achtergrond mee op een uiterst subtiele wijze.

De onvoorstelbare pijn van het verdriet verandert langzaam naar een resonantie daarvan en in de loop van de jaren, waarin wij stapje voor stapje bekend raken met spirituele waarden komt er heel langzaam het besef dat Judith er niet alleen in onze gedachten nog is. Bij stukjes en beetjes wordt het bespreekbaar dat zij - ergens tussen hemel en aarde - nog existeert en verdiepen de gevoelens zich op elke 8e november van pijn, via gelatenheid, naar een begin van acceptatie.

Dan komt er de tijd dat ik langzamerhand met de spiritualiteit in aanraking kom en sterk het gevoel heb dat Judith vlakbij is! Wie kan mij daarin beter raden dan mijn goede geleidegids Magda die ik eind oktober 1998 raadpleeg:

"[…] Nu een andere vraag. Judith zou op 8 november a.s. 25 jaar zijn geworden. Mag ik weten hoe het met haar gaat?".

Het antwoordt luidt letterlijk: “Met veel liefde mag ik je zeggen dat het met de ziel van Judith heel goed gaat. Ze maakt veel kunst in de vorm van mooie bomen en versieringen. Ze doet daarnaast aan wetenschappelijke experimenten en is heel erg gelukkig. Met liefde weet zij ook genoegen te scheppen in muziek."

Ik ben verrukt en zeg: "Dat is heel fijn om te horen. Is het mogelijk om mijn groeten aan haar over te brengen en te zeggen dat ik heel erg blij ben dat het haar goed gaat?" Het antwoord daarop is als volgt: "Maar natuurlijk hoor Hans. Met veel liefde is dit hierbij overgebracht. Mooie momenten zijn dat wanneer de mensen van de Aarde en de mensen van de geest met elkaar in contact kunnen komen."

Ik ben overgelukkig want ik weet nu zeker dat Judith op haar plaats is, waar ze ook is en dat het op 8 november 1973 beter voor haar is geweest om te besluiten niet ter wereld te komen. Ik accepteer!

Judiths fictieve 25e verjaardag valt op een zondag. De dag ervoor wil ik een mooie bos bloemen voor haar kopen. Wanneer ik bij de bloemist arriveer blijkt deze net te gaan sluiten, maar ze hebben nog één boeket liggen, die niet is afgehaald. De hoofdkleuren van dit prachtige boeket zijn twee heel aparte tinten blauw en gedurende enkele weken - hij lijkt maar niet uit te willen vallen - sieren deze prachtige bloemen onze woonkamer.

Die zondag, terwijl ik op zolder mijn ritje op de hometrainer maak, omgeeft mij - vanuit het niets zo lijkt het - een enorm gevoel van liefde, geborgenheid en van trouw. Op korte afstand ontstaat voor mijn ogen een wolk van compassie en wanneer die optrekt verschijnt daar een jonge vrouw die naar mij glimlacht. Ik weet onmiddellijk dat dit Judith is die mij duidelijk maakt dat zij er is en dat zij de tinteling van het leven ervaart en dat dit leven goed is. Judith straalt ook een zekere spijt uit, dat zij ons al deze pijn heeft moeten aandoen, maar dat dit ook een loutering is geweest, een les om te weten te komen dat zonder pijn geen vreugde kan bestaan, zonder angst geen liefde en zonder strijd geen vrede.

Mijn dochter draagt een prachtig blauw gewaad, exact in de tinten van het boeket dat ik de dag ervoor heb gekocht en haar lange blonde haren, die over haar schouders vallen, steken zo prachtig bij deze kleuren af dat zij een fee lijkt, een engel, een boodschapper van God.

Na enkele minuten vervaagt het beeld, mij achterlatend in een opperste vorm van geluk, ja van extase. Beneden vertel ik mijn vrouw van dit wonderbaarlijke voorval, en hoewel zij nog steeds enige scepsis vertoont, ziet zij wel aan mijn stralende gezicht en aan mijn uitstraling dat datgene wat mij is overkomen echt is en zo zijn wij allebei weer dichter gekomen bij het moment dat deze episode in ons leven een steeds betere plaats kan krijgen.

Het voorgaande speelde zich 4½ jaar geleden af. Het vervolg van deze historie ligt op de vooravond van mijn verjaardag, enige jaren later. Ik leg de intentie om - zo mogelijk - met mijn overleden familieleden te spreken. Vrijwel onmiddellijk volgt een affirmatie van mijn geleidegids Magda, en ik krijg - voor het eerst in woorden - contact met o.a. Judith die mij vrolijk aanspreekt met: "Hallo papa, hoe gaat het met jou?"

De conversatie die volgt is kort maar opwekkend en ik kan zeggen dat ik enorm dankbaar ben dat ik al deze dingen kan en mag meemaken. Dit maakt het mogelijk om dit voorval in een ‘normaler’ perspectief te plaatsen en om te zien in liefde. Om te weten dat Judith het zo goed maakt veroorzaakt een onvergetelijke en waardevolle blijheid. Ik dank God/Godin/Bron voor al dit moois dat ons ten deel is gevallen. De pijn is getransformeerd van mededogen, via liefde naar een vergaande vorm van acceptatie en we weten nu zeker dat Judith leeft…

Inmiddels is er weer een nieuwe episode aan dit verhaal toegevoegd. Het speelt zich af in april 2000, na een weekendseminar in Nijmegen, waar ik samen met een aantal co-lichtwerkers “three magic steps” bij Steve Rother heb beleefd. Op de terugreis per trein bouw ik een cocon van stilte om mij heen en maak contact met Magda, die zich onmiddellijk meldt maar zegt dat er iemand anders is die met mij van gedachten wil wisselen.

Kortgeleden zit ik opnieuw in een trein. Schuin tegenover mij, aan de overzijde van het gangpad, zit een jonge blonde vrouw, waarvan ik ‘zeker’ weet dat ik haar zou moeten kennen. Ik kan er echter niet de vinger opleggen omtrent wie of waar, en breek mij er geruime tijd het hoofd over. Totdat op een gegeven moment haar mobiel afgaat. De jongedame neemt hem op met de woorden: “Met Judith.” Op dat moment is het raadsel opgelost. Wanneer ‘onze’ Judith in leven zou zijn gebleven, zo is mijn interpretatie, zou zij er uit hebben gezien zoals deze vrouw. Geschatte leeftijd en uiterlijk kloppen en vanuit de andere wereld wordt mij dat onmiddellijk luid en duidelijk bevestigd. Mijn gevoel is juist. Het behoeft geen nader betoog dat ik hiervoor uiterst dankbaar ben en dat ik dat ook naar ‘boven’ heb door-gecommuniceerd…