| contact | |||||||
Terug naar Farciennes
De Nada Kronieken, deel 19 |
||
- 1 - Het is 22 maart 1996 wanneer
mijn zoektocht door het boeiende rijk van spiritualiteit en bewustwording
een aanvang neemt. Natuurlijk waren er al eerder tekenen geweest
die mij er op hadden gewezen dat er meer tussen hemel en aarde zou
moeten zijn. Tot op dat moment hadden die echter bij mij nog niet
de snaar kunnen raken die nodig was om mij te doen inzien dat dat
‘meer’ wel heel letterlijk diende te worden genomen. - 2 - Mathilde Labruyère werd op 14 augustus 1769
als vierde kind en eerste dochter van Pierre en Agnes Labruyère
geboren in een arm mijnwerkersgezin in de toenmalige Zuidelijke Nederlanden,
thans Wallonië, België. Ze woonden in het dorp Farciennes,
niet ver van Charleroi Moeder Agnes is ziekelijk,
zodat Thila al vroeg voor het huishouden moet zorgen, terwijl vader
Pierre en de jongens - zodra ze daarvoor de leeftijd hebben - in de
plaatselijke kolenmijn hun brood moeten verdienen. De wanhoop van Thila is compleet.
Uiteindelijk komt ze in Aken terecht bij een officiersgezin waar ze
wordt gedwongen om als onbezoldigde dienstmeid jarenlang het vuile
werk op te knappen. - 3 - Het spreekt vanzelf dat ik nieuwsgierig ben naar de roots van dit verhaal, want behalve bovenstaand ‘dictaat’ heb ik geen bewuste herinneringen aan wat zich indertijd heeft afgespeeld. En zo, na ruim 200 jaar, in april 1999, heb ik de gelegenheid om terug te keren naar Farciennes. Wanneer ik vlakbij ben en ik uitkijk over de heuvels aan de overkant van de vallei in de richting van Charleroi, herken ik, wanneer je de daarop staande huizen wegdenkt, het silhouet daarvan. In het stadje Farciennes daarentegen, voel ik aanvankelijk helemaal niets. De straten zijn mij totaal onbekend en ook het langwerpige met jonge bomen omzoomde dorpsplein komt mij totaal onbekend voor. Wat wel frappant is; op het moment dat ik Farciennes binnenrij ‘ben’ ik ineens weer Thila Labruyère. "On est là" is mijn eerste gedachte. "Ik ben thuis". Ik denk min of meer in het Frans en rij rond en probeer de kerk te vinden die wat achteraf staat. Dit Godshuis lijkt echt helemaal nergens naar. Lelijk gemetselde baksteen en bijkans zonder enige architectuur. Ik rij nog even rond door de gewelfde straatjes en voel voor het eerst dat ik híer eerder ben geweest. De huisjes zijn oud en vervallen, de straatjes smal en ik kan mij heel goed voorstellen dat een arm gezin als de Labruyères hier ergens moeten hebben gewoond. Even verderop bevinden zich de
resten van een grote verlaten en vervallen kolenmijn. Het terrein
is afgezet met hekken en borden met ‘interdit’ erop. Omdat het vlak
achter de kerk is gelegen, moet dit de mijn zijn geweest waar Pa en
de jongens hebben gewerkt. Het valt allemaal aardig op zijn plaats.
De onbekende straten en het grote dorpsplein die niet herkenbaar zijn,
moeten stammen uit de tijd na 1794. In 200 jaar kan er veel veranderen. Ik heb echter wel het gevoel dat wanneer ik mijn verstand zou kunnen uitschakelen en op het gevoel verder zou gaan, wel in staat zou zijn om - in ieder geval in het plaatselijke dialect - met de vrouw van gedachten te kunnen wisselen. Dit is echter niet meer dan een gevoel, van uitproberen is nauwelijks sprake. Wel is het prettig om te constateren dat ik voor het eerst niet het gevoel heb een vreemdeling te zijn, in een Franstalig gebied maar iemand die hier ook vandaan komt. Ik speel met de gedachte dat ik in Farciennes zou zijn geboren, maar elders ben opgegroeid. Op dit NU-moment stoeien de verschillende levens door elkaar heen. Later rij ik nog een kwartiertje rond door het stadje en vertrek dan naar Fleurus. Daar is het allemaal wat minder subtiel en komt de lange rechte hoofdstraat erg bekend op mij over. Dit moet echter toch een herkenning van later zijn, want het is duidelijk een lange rechte Napoleontische weg, maar op de één of andere manier geeft dit stadje toch een gevoel van vertrouwdheid. Een plek waar ik eerder ben geweest, hoewel dat zeer zeker niet in mijn huidige incarnatie het geval is geweest. Ik eet Fast food en drink Fanta ‘chez Barbara’ en mijn verblijf in deze contreien is al met al betrekkelijk kortstondig, maar geeft toch ook wel een gevoel van ‘back to the roots’ en dat voelt heel prettig. Het is heel wonderlijk om tijdelijk iemand anders te ‘zijn,’ maar toch ook weer jezelf. Het gevoel is eigenlijk niet te beschrijven, maar ik kan mezelf ervan overtuigen dat het een góed gevoel is. Het bereiken van dit gevoel heeft moeite gekost. De rit hierheen en weer terug was toch langer dan ik had gedacht, maar het is allemaal de moeite waard geweest en ik ben echt heel erg blij dat ik deze excursie heb gemaakt. Ik zal er lang op kunnen teren. Zelfs de naam Labruyère is nog even opgedoken. Even voorbij Fleurus, op de terugweg via Waterloo, hangt een groot bord dat de richting aangeeft naar de golfbaan van een zekere Marc Labruyère. Een marc kan worden uitgelegd als zijnde een merkteken, een baken. De achternaam spreekt voor zich en het woord ‘golf’ geeft voor mij de bevestiging weer van gene zijde. Wanneer er golven in mijn gedachten verschijnen, markeren die voor mij altijd een bevestiging van een voorgaande gedachte. Voor dit alles ben ik dankbaar.
De kerk te Farciennes. (foto Mirjam Coumans). |
||
|
Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/- illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest. Mochten
er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn
gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming
hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk
te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen
of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken. |
||