spirituele kunst contact

Donaudelta

foto: Hans Brockhuis

 

Donaudelta

De Nada Kronieken, deel 65

Hans Brockhuis

 

 


Ileana schrok zich een ongeluk van een zwerm lepelaars die onverwacht en met veel kabaal vanuit het reusachtige rietveld opvlogen. Het maakte haar nog banger dan ze al was.

In haar kleine gammele en lekke bootje peddelde ze door de schijnbaar eindeloze delta van de grote rivier. Ze was op de vlucht voor de familie aan de andere kant van de grens waar ze jarenlang min of meer als slavin te werk was gesteld. Het enige wat er van haar was verlangd was dienstbaarheid. Water halen, vuile karweitjes opknappen, voldoen aan de grillen van de gezinsleden, nooit vrije tijd.

Ze was het eindelijk spuugzat geworden en op een donkere maan- en sterrenloze nacht was ze er vandoor gegaan in het krakkemikkige bootje dat door de dorpelingen voor oud vuil was achtergelaten en dat ze gedurende de laatste twee maanden in het geheim provisorisch had gerepareerd.

Als zesjarig meisje was Yelena, zoals ze aan de andere kant van de grens werd genoemd (Net als Ileana betekent het: ‘Fakkel’), tijdens een zoektocht naar levensmiddelen verdwaald en in de uitgestrekte moerasdelta, waar ze zonder veel plichtplegingen door Borislav werd gevonden en meegenomen naar zijn dorp dat uit niet veel meer bestond dan een tiental lemen hutten aan een van de zijkreken van de Noordelijke arm van de rivierdelta.

Een gekuifde Ralreiger stond op zijn gemak aan de rand van de smalle kreek en keek Ileana na die, terug onderweg naar huis opnieuw was verdwaald. Ze had geen idee waar ze was. Nog in Oekraïne of al in Roemenië? De reiger wist het ook niet en omdat de zon zich bij het ochtendgloren niet liet zien kon ze ook geen richting bepalen, zodat ze op goed geluk verder peddelde in de richting van een van de kleine zwaar begroeide eilanden in het moeras. Ze had honger en dorst. Misschien kon ze daar iets te eten vinden. Onder een kakofonie van alle vogels in de omgeving, de lepelaars, roze pelikanen en een koekoek hadden het hoogste woord, trok ze haar bootje aan land en ging op zoek.

Het eiland bleek groter te zijn dan ze aanvankelijk had gedacht. Ze moest, met haar blote voeten, oppassen voor de scherpe punten van achtergebleven wilgentakken die her en der verspreid lagen. In kleine poeltjes wemelde het van leven en hier en daar vond ze een insect dat ze herkende en dat eetbaar was. Ze dronk uit een van de poeltjes en toen ze zich weer oprichtte ontwaarde ze plots naast het hare, het spiegelbeeld van een man met een lange baard. Ontsteld keek ze op en  zag dat aan de andere kant van de kleine plas een rijzige man stond die haar met zijn armen over elkaar rustig stond aan te kijken.

Angstig stond Ileana op en geruime tijd staarden de twee elkaar aan zonder iets te zeggen. “W’wie bent u?”, stotterde ze eindelijk. Ze sprak Oekraïens want Roemeens was ze, dacht ze, in de ruim tien jaar bij Borislavs familie compleet verleerd.
Na een hele tijd antwoordde de man rustig in het Roemeens : “Doet het ertoe wie ik ben, Ileana, als het voorbestemd is dat jij hier op een goede dag zou aanspoelen?”

Ze snapte er niet veel van. Hoe kende deze vreemdeling haar naam. Pluspunt was dat ze het dialect dat de man sprak redelijk goed kon verstaan. Het was in ieder geval duidelijk dat ze aan de goede kant van de grens was. Dat was al een hele opluchting.

“Hoe kan het zijn dat u weet wie ik ben en meer nog dat ik hier zou komen terwijl ik dat zelf niet eens wist?,” vroeg ze terwijl ze – bekomen van de schrik als ze was – hooghartig haar armen over elkaar sloeg. Weer een hele tijd niets. Dit was duidelijk een man van weinig woorden. Heel anders dan Borislav die altijd en overal luid en duidelijk zijn meestal verwerpelijke mening wist te verkondigen. Eindelijk zei de man: “Kom mee, je bent welkom.” Hij beende weg en met een kort gebaar liet hij haar weten dat ze kon volgen.

~*~*~*~

De man liep snel maar ondanks dat ze tegen zichzelf zei dat ze dit eigenlijk helemaal niet wilde, liep ze, zo goed de onregelmatige bodem dat toeliet, de man achterna. Ondanks zijn zwijgzaamheid had ze in de twinkeling in de helblauwe ogen van de man gelezen dat dit een goede man was. Heel anders dan Borislav en zijn broers, die haar altijd de huid vol scholden, of ze de opgedragen taak nu wel of niet tot een goed einde had gebracht.

Gedurende de bijna drie jaren dat Ileana op het eiland vertoefde had de man haar nooit zijn naam genoemd. In gedachten noemde ze hem Petre, de steen, want met zijn rijzige gestalte en een grauwe haveloze pij leek hij wel, als hij ’s-avonds bij het vuur zat en in de pot roerde, een rots, die buitengewoon goed in het met wilgen en riet gelardeerde landschap paste.
Meestal aten ze vis, maar zo nu en dan kwam er een parlevinker langs varen die etenswaren en eenvoudige goederen meebracht. Petre scheen nooit te hoeven betalen; blijkbaar genoot hij zoveel vertrouwen of was er in het verleden iets gebeurd waardoor hij krediet had opgebouwd. Ze had geen idee. Mededelingen daarover kwamen nimmer. Maar het gebeurde wel en zo was het goed.

Behalve Gheorghe, de parlevinker, zagen zij vrijwel nooit iemand. Hun enige metgezellen waren de otters, de bevers en de vogels. Pelikanen, reigers, gorzen, ganzen, lepelaars, noem maar op.

Petre was, zoals gezegd, een man van weinig woorden, maar wanneer hij onderricht gaf, gepland of ongepland, veranderde hij ogenblikkelijk in een spraakwaterval. Van het ene moment op het andere, of ze met een karweitje bezig was of niet, placht hij aan te komen benen om met luider stemme over het eiland te bassen: “Ileana, asculta; luister. En dan volgde een uitgebreid exposé over uiteenlopende onderwerpen als filosofie, vogeltrek, menselijke interactie, astronomie, economie, spiritualiteit, noem maar op. De man wist zo ongelofelijk veel en Ileana was uiterst leergierig en zoog alle kennis op als een spons en gedurende de drie jaren van haar verblijf op het naamloze eiland werd het mentale erfgoed van Petre in grote brokken op de inmiddels jonge vrouw overgebracht.

Voor Ileana was het een grote opluchting geweest dat de man op generlei wijze belangstelling voor haar lichaam leek te hebben. In tegenstelling tot Borislav die haar als object had gezien, zag Petre haar als een persoon. Als er klusjes moesten worden gedaan, en dat gebeurde altijd in de ochtend, of vroeg in de middag, vroeg Petre haar altijd vriendelijk of ze dit of dat zou willen doen en in korte tijd leerde ze de routine op het eiland en deed ze de klusjes uit zichzelf. Op deze manier was het absoluut niet erg om te moeten werken. Petre gaf altijd later op de middag of vroeg in de avond les, en dan bij het knapperende vuur dat steeds voor de hut placht brandde. Het voedsel werd daarboven klaargemaakt, waarbij de aan de buitenkant gitzwarte pot aan een driepoot was opgehangen.

De hut bestond uit drie vertrekken. In de voorruimte hadden alle noodzakelijke werktuigen een plaats. Er was een kleine tafel waarop in de winter en als het regende werd gegeten, en twee krukken.  Ook was er een plank waarop een rij oude boeken stonden met filosofische onderwerpen. Achterin de hut waren twee minimale vertrekken, waarin een bed stond en ook een kleine tafel. Als je er wilde zitten, nam je een kruk mee uit het woonvertrek. Gedurende haar hele verblijf op het eiland had ze geen enkele keer bemerkt dat hij in haar vertrek zou zijn geweest, behalve die ene keer dat het lekte en hij het lek zonder een woord te zeggen handig had gerepareerd.

Zij kwam uitsluitend in zijn kamer als er moest worden schoongemaakt. Wat een verschil met de tijd in Borislav’s gezin. Ze moest er niet aan denken hoe het zou zijn geweest als niet Petre maar Borislav haar metgezel op dit eiland zou zijn geweest.
En toch kwam het aan de orde. Petre leek alles wat Ileana in haar ziel bewaarde te onderkennen. Op een dag werd dit issue, want dat was het voor haar, ondanks haar protesten minutieus behandeld. “Als je niet met me meegaat, kom je nooit van dit trauma af!,” was zijn commentaar en vriendelijk moedigde hij haar aan om alles wat zich aan de andere zijde van de grens had afgespeeld, woord voor woord, te benoemen.

Natuurlijk ging dat aanvankelijk moeizaam, maar geleidelijk werd haar woordenstroom heftiger. Terwijl ze alles de revue liet passeren en tegelijkertijd de hele santenkraam opnieuw leek te beleven, huilde ze, jankte ze, schreeuwde ze alles van zich af. Petre liet het allemaal rustig begaan, moedigde haar zo nu en dan aan, gaf hier en daar een zachte hint en liet door een gebaar of een woord blijken dat hij het begreep. Heel geleidelijk werd ze rustiger en toen ze eindelijk was uitverteld was het diep in de nacht en leek het of de loden last, waarvan het had geleken dat die voor eeuwig op haar schouders zou blijven rusten, vele malen lichter geworden. Ze wist dat ze het nooit zou vergeten, maar uiteindelijk begreep ze dat ze er voortaan op een goede manier mee om zou kunnen gaan. Petre, de rots, had ervoor gezorgd dat de rots in haar gemoed was verplaatst, zodat die haar geen schade meer zou kunnen berokkenen.  Toen ze zo eindelijk tot bedaren was gekomen, knikte de man, stond op en verdween in zijn kamertje, Ileana bij het vuur dat bijna was gedoofd met haar opgeluchte gedachten achterlatend….

Toch waren er nog een paar sessies nodig om dit helemaal uit te werken, waarbij Petre zijn wijsheden met haar deelde. Al met al bleek dit de meest waardevolle les te zijn geweest die Ileana tijdens haar verblijf op het eiland van de man had meegekregen. Op een zonnige dag, niet lang daarna, vertelde hij haar dat het moment was gekomen dat ze, voor nu, was uitgeleerd. Ze was er klaar voor om naar de bewoonde wereld terug te keren.

~*~*~*~
Twee dagen later werd ze door Gheorghe opgehaald en naar Tulcea gebracht. Onderweg vertelde ze hem wie haar familie was. Maar de parlevinker bleek al die tijd geweten te hebben dat zij door haar familie heel erg gemist werd. Toen ze jaren geleden was verdwenen hadden zij dagenlang zoekacties verricht in de hoop dat ze haar in het uitgestrekte moerasgebied zouden kunnen vinden. Ook hij, Gheorghe, was daarvoor toen ingeschakeld. Zonder resultaat, maar hij wist hat Ileana’s moeder nooit de moed had opgegeven dat ze haar dochter ooit nog eens in de armen zou mogen sluiten. Dat moment was niet ver meer en Ileana werd met de minuut zenuwachtiger.

De hereniging behoeft niet nader te worden beschreven. Grote vreugde maakte zich van allen die erbij waren betrokken, meester. Twee maanden verbleef ze bij haar ouders, waar ze in de watten werd gelegd en overdag tijd had om door de stad te zwerven, praatjes te maken met wie ze maar tegenkwam en te ondervinden dat het aan één plaats gekluisterd zijn niets voor haar was. Op een van de eerste wandelingen door de stad ontdekte ze aan de oever van de Donau de kleine kerk, gewijd aan de heilige Nikola. Langzaam gang ze naar binnen, ze was helemaal alleen, en werd onmiddellijk enorm aangetrokken door de icoon van de Moedergods met haar zoon aan de Iconostase. De oude schildering straalde haar tegemoet met een ongelofelijk diepe energie. Gedurende lange tijd stond ze daar en verloor zich in de onvoorstelbare krachten die op haar toekwamen, haar omvatten en haar één liet zijn met wat dit schilderij vertegenwoordigde. De eenheid van de moeder met haar kind vertelde Ileana over de krachten die in het leven opgeld doen, over hoe het was, is en zal zijn. Het leerde haar in een flits over het waarom van haar driejarige opleiding bij Petre op het eiland. Ze wist het op dat moment zeker; ze zou het land doortrekken om de opgedane kennis verder te verspreiden onder de kansarme boerenbevolking, die behoefte had aan troost en hoop om verder te kunnen leven en kracht om het spijkerharde leven te kunnen te doorstaan, net zoals Ileana had moeten ervaren in het dorp van Borislav. Zij was toen op zichzelf aangewezen en wist dus uit de eerste hand hoe dat voelde.

Twee maanden later kondigde ze thuis aan dat de vrijheid bleef kriebelen en dat ze weer op reis zou gaan. Een week later verliet de inmiddels jonge vrouw haar ouders opnieuw, trok het land in, vergezeld van vele goede wensen en waarschuwingen; doe niet dit en kijk uit voor dat. De bevolking van de streek waardoor ze in haar eentje trok was ongelofelijk arm. Godvruchtig als ze waren gingen ze elke week te kerke maar behalve de financiële nood heerste er een onderliggende geestelijke nood die door de plaatselijke pope maar gedeeltelijk kon worden gelenigd. Het verwonderde de mensen dat Ileana als jonge vrouw zonder mannelijk gezelschap door het land trok. Was het niet zo dat er overal struikrovers op de loer lagen? Was het niet gevaarlijk om zomaar door het uitgestrekte land te trekken waar het gevaar op elke hoek op de loer lag?

Maar Ileana was niet bang. Ze had Borislav overleefd, was drie jaar lang bij Petre in de leer geweest. Ze zorgde ervoor niet in gevaar te komen; als er al ooit iets dreigde wist ze met haar wijze woorden ontzag af te dwingen en zo eventuele kwaadwilligen op andere gedachten te brengen.

Toch duurde het niet heel lang dat ze op een goede dag Alexandru tegen het lijf liep. Hij was een jaar of drie ouder. Alexandru, wat beschermer van de mensheid betekent, trok net als zij door het land. Hij verhuurde zich als dagloner aan de boeren en in de avonden bespeelde hij zijn fluit en vertelde aan de kampvuren van de herders over wat hij allemaal had meegemaakt. Tussen de twee was het liefde op het eerste gezicht en nadat ze een poosje met elkaar waren opgetrokken besloten ze voor altijd samen verder te gaan.

Een jaar later, terug in Tulcea, trouwden ze, natuurlijk in de kerk van de Heilige Nikola, maar tot verdriet van hun beider ouders, Alexandru kwam van het stadje Somova, tien kilometer westelijk van de grote stad, vestigden ze zich niet op de boerderij van zijn ouders. Gewend aan trekken als ze waren was het voor ze onmogelijk op één plaats vastgenageld te blijven. Samen bedachten ze een manier om de mensen te helpen wanneer die geestelijke moeilijkheden hadden en niet terecht konden bij de plaatselijke pope. Zo trokken ze door het hele land. Ileana, die op het eiland had ontdekt dat ze kon zingen als een nachtegaal zong Roemeense liederen op de lange avonden in een dorpshuis, aan het kampvuur of in een andere gemeenschappelijke ruimte, begeleid door Alexandru op zijn panfluit. Daarna spraken ze met de mensen en kregen dan vaak voor een nacht of voor een week een slaapplaats aangeboden, zodat ze in staat waren om ècht met de mensen in contact te komen. En dan kwamen onveranderlijk de ware problemen van de mensen naar voren.

.

Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/- illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest.

Mochten er op deze pagina's, ondanks onze zorgvuldigheid, onderdelen zijn gebruikt waarop een copyright rust en/of waarvoor wij geen toestemming hebben verkregen, dan verzoeken wij je om ons dit zo snel mogelijk te laten weten. Wij zullen dan direct het betreffende item verwijderen of de gewenste stappen ondernemen om het materiaal wel te mogen gebruiken.