Bald Eagle

 

Dertien bergpieken

Thirteen mountain-tops

Nada Chronicles, # 1

© Hans Brockhuis

nl   uk

Dertien bergpieken

Zeilend op de milde oostenwind wind zweef ik door het zwoele zwerk en trots en kalm kijk ik omlaag naar het groene dal waar ik de akkers en weiden en hogerop de bossen, rotsen, kliffen en de talloze bergbeken kan onderscheiden die zich klaterend een weg zoeken naar de brede ontvangende zee. Maar bovenal bespeur ik de dertien machtige bergpieken die als een omarmend schild in hun volle majesteitelijke pracht met hun besneeuwde flanken omhoogrijzen naar hun verblijfplaats, hoog in de strakblauwe luchten, hun wortels diep in Moeder Aarde verankerd en aldus een verbinding vormend tussen het aardse en het hemelse.

Ik zal mij even voorstellen. Mijn naam is Nada en ik ben wat jullie mensen een Zeearend noemen en hoog vanuit de wolken ben ik in staat om met mijn scherpe blik te observeren wat zich daar beneden afspeelt. Zo kan ik vanuit grote hoogten mijn prooi ontmoeten. Ik moet ook leven, nietwaar? Vanuit mijn hoge gezichtspunt ben ik in staat om andere leden van het dierenrijk, waaronder jullie mensen, te observeren. Met de spiegels die mijn machtige vleugels vormen kaats ik jullie werken en jullie streven en jullie woorden terug. Zo kun je zien wie je werkelijk bent en op welke wijze je – lief mens – in staat bent om je gedrag en de relatie tot je medemens en tot de andere schepsels van de Bron naar een hogere dimensie te brengen. Zo zal het voor anderen mogelijk worden om zich weer aan jou te spiegelen, zodat ook die mens en allen met wie hij of zij in aanraking komt, kan worden aangeraakt.  

Wanneer dat een feit zal zijn is het voor mij niet meer nodig om die spiegel te zijn. Dan ben je je eigen spiegel en zul je in staat zijn om rechtstreeks met de hemelse verten te communiceren.  Op dat krachtige moment zal het mogelijk zijn om je nu nog groene dal groen te houden en om samen met de andere dieren het paradijs te scheppen waarnaar je zegt op weg te zijn.
Terug naar het hier en nu. Ik slaak mijn machtige kreet. Die wordt dertienvoudig teruggekaatst vanaf de machtige bergpieken en vormt een echo van klanken over het gehele dal. Die tonen vertellen over Licht, Vertrouwen en van Vrede. Maar vooral van Liefde. Want lieve vrienden, Liefde is waar het allemaal om draait. Liefde is goedertieren. Liefde is zo Eén-voudig. Liefde is Licht en Vertrouwen en Schoonheid en Geven en Liefde is Ontvangen. Kortom Liefde IS.

Dan kijk ik weer naar de hoge berghellingen en ik zie op elke berghelling een bron. En uit elke bron klatert een stroompje water langzaam maar onverstoorbaar over de groene bergweiden naar beneden. Ik kan zien dat het water, dat zo gestaag de wetten van de zwaartekracht volgt, geen gewoon water is. Het is ook Licht en het is ook Liefde en het is ook Vrede. Alle dertien stroompjes worden beekjes; ze zoeken zich een weg omlaag over de rotsen, langs stroomversnellingen en één voor één komen ze lager op de helling bij elkaar en vormen een steeds breder wordende stroom en tenslotte een machtige rivier.

Deze Lichtrivier baant zich vliedend een weg over rotsen en watervallen, komt uiteindelijk in rustiger vaarwater terecht en wordt breder, daar waar het dal ook breder wordt. Tenslotte stroomt het bedachtzaam tussen de akkers en weiden door en langs de dorpen waar de mensen wonen. De boeren pompen dat deel van het water uit de rivier dat ze nodig hebben om hun akkers te bevloeien en de dorpelingen gebruiken hun portie om te drinken. Het leven van deze mensen is vreedzaam en de grote rivier stroomt sereen door het dal, zodat het oppervlakkig beschouwd lijkt of het aardse Paradijs nu al bestaat.

Daar zie ik een paar bootjes op de stroom die zich naar de grote zee begeven. De vissers gaan vissen, want de dorpelingen eten behalve wat hun vrienden de boeren verbouwen, ook de vis die in hun rijke zee leeft. In het grote dierenbos zie ik een aantal mannen in groene pakken die samen met hun trouwe honden proberen om een rijke buit aan wild te verschalken. Verderop zie ik een groep houthakkers. De bomen die zij van hun statige leven gaan beroven hebben zij hard nodig, verzekeren zij elkaar, want er moeten huizen worden gebouwd en een grote brug over de rivier en ik zie een groot gat in één van de berghellingen waar weer anderen erts uit de Moeder tevoorschijn halen, want dat is allemaal noodzakelijk om hun gemeenschap in stand te houden. Dat vertellen ze allemaal aan elkaar.

Boven dit alles schijnt een uitbundige goudgele zon. Het is aangenaam warm en de mensen koesteren zich in deze hemelse zonneschijn. Een aantal van hen zwemmen in de machtige zee en voelen hoe heerlijk het water is dat hen omspoelt en hun lijven aanraakt met het Licht dat vanuit de dertien bronnen hoog in de bergen is aangevoerd. Doordat het water zo warm wordt, verdampt een deel daarvan en stijgt op en in deze heerlijke thermiek wentel en koester ik, Nada, mij en zweef omhoog naar waar ik mijzelf kan koesteren in de warmte en de Liefde van de Hemelse rijken.

Ik zie dat de opstijgende lucht wolken vormt die door de lieflijke oostenwind in de richting van de dertien bergpieken worden geblazen, waar ze tegen de zich daar bevindende luchtstromen opbotsen en in een malse regenbui leeg regenen tegen de hellingen van onze trotse bergketen. Gulzig slorpt Moeder Aarde deze regen op en voedt dit water met een nieuw Licht. Door onderaardse gangen wordt het weer naar de dertien bronnen geleid en dan is de cirkel rond en zijn deze Wateren der Vrede klaar om opnieuw het mensdom aan te raken om het voor deze schepselen van God/in mogelijk te maken om te groeien naar een nieuw en glorieus bewustzijn.

~*~*~*~

Thirteen mountain-tops

Sailing among the humid eastern winds I am soaring through the skies, looking proudly and calmly down upon the green valley where I am able to recognize the fields and the pastures. Higher up are the woods, the rocks, the cliffs and the many mountain streams who seek their way down towards a broad and calm receiving sea. Above all I am aware of the embracing shield of 13 mighty snow-capped mountaintops. In their full majestic splendor, with their snowy flanks, they are rising up, high into the clear blue skies, their roots anchored deep within Mother Earth. In that way forming a connection between Heaven and Earth.

I will introduce myself. My name is Nada, and I am, what you people would call a Grey Eagle, and from high above the clouds I am, with my sharp eyes, capable to observe all that happens on the surface. Hence I can find my prey from high above (yes, I need to eat as well). But it is also possible for me to monitor other members of the animal kingdom, among which humans. With the mirrors formed by my mighty wings, I know how to reflect their aspirations and objectives and in what way they will be able to convey their behavior and conduct towards higher dimensions.  In that way it will be possible for others as well to do the same.

When that will be accomplished, and I know, it will take awhile, it won't be necessary for me any more to be that mirror. Then you will be your own mirror and at that moment you will be competent to communicate directly with heaven and at that time it will be possible to keep your tranquil green valley, emerald and create, together with other animals, paradise towards which you state to be under way.

Back to the here and now. I utter my powerful cry, which is bounced back thirteen times from the mighty peaks. It generates an echo of sounds all through the valley. Those feeling tones tell you about Light, Faith and Peace and above all of Love. Because, dear Friends, Love is where everything revolves about. Because Love is Good-hearted, Love is Simple, Love is Light, Love is Trust, Love is Beauty, Love is to Give and Love is to Receive. In short, Love IS.

And I look again at the high slopes and on every incline I distinguish a spring. And from each spring a little stream of water originates. Slowly but surely streaming through the green mountain pastures, always downwards. I can see that the water, which follows faithfully the laws of gravitation, is no ordinary water. It also is Light, and Love and Peace. All thirteen little brooks become creeks and one by one, lower down the slopes, they come together, forming an always broader stream and at last a grand river.

This River of Light goes its own way across rocks and cascades and slows down at last and becomes broader still, there where also the valley broadens and finally flows deliberately in between the fields, the pastures and the villages of the places where the people live. The farmers pump that part of the water they need to irrigate their fields and the villagers use their share to drink and the life of these humans is peaceful and the grand river serenely flows through the vale, so that to all appearances, it already seems that Paradise on Earth is here for the taking.

I can see a few boats on the river, sailing towards the large sea. The fishermen are out fishing, because the villagers eat, in addition to the food their friends the farmers grow, also the fish living in an abundant sea. And in the great woods, where the animals roam, I can make out a few men, whom in their green outfits, together with their faithful dogs, try to capture a profuse catch of game, because also the human beings need to eat as well, is it not so?

Further on I perceive a group of lumberjacks. They are, they assure each other, very much in need of the trees they are going to deprive of their stately lives. Houses have to be built and above all a huge bridge, crossing the river. And I can see an enormous gap in one of the mountain slopes, where others are busy digging ore out of the Mother, because all this is essential to keep their community alive. At least this is what they tell to each other.

And above all this, an exuberant Golden Yellow Sun is shining. It is nicely warm and the people bask themselves in this heavenly sunshine and a number of them swim in the powerful sea and feel the rich waters surrounding them, touching their bodies with the Light from the thirteen sources, supplied from high above in the mountains. And because of the warmth of the waters, part of it evaporates and raises to high altitudes and in these delightful up-currents I, Nada, am revolving and cherishing myself and again I soar to where I can bathe myself in the warmth and the Love of the Heavenly Realms.

I observe the up-currents, becoming clouds, which are blown by the lovely eastern winds towards the thirteen mountaintops, where they collide with the local drifts and then rain themselves out in a tender shower against the slopes of our proud range. With certain greed, the Mother sips of this rain en nurses it with fresh Light. By means of subterranean passageways this is subsequently directed towards the thirteen sources and at that moment the circle is complete at last and these Waters of Peace are ready to again touch the human Beings and to make it available for these creatures of the Creator for their growth, in order to reach a brand new and magnificent consciousness.

I, Nada, greet you all and I thank you Heartily that you have been willing to listen to me.

Namasté