zeearend

 

Dertien bergpieken

De Nada Kronieken, deel 1

© Hans Brockhuis – 2000

 

Zeilend op de milde oostenwind wind zweef ik door het zwoele zwerk en trots en kalm kijk ik omlaag naar het groene dal waar ik de akkers en weiden en hogerop de bossen, rotsen, kliffen en de talloze bergbeken kan onderscheiden die zich klaterend een weg zoeken naar de brede ontvangende zee. Maar bovenal bespeur ik de dertien machtige bergpieken die als een omarmend schild in hun volle majesteitelijke pracht met hun besneeuwde flanken omhoogrijzen naar hun verblijfplaats, hoog in de strakblauwe luchten, hun wortels diep in Moeder Aarde verankerd en aldus een verbinding vormend tussen het aardse en het hemelse.

Ik zal mij even voorstellen. Mijn naam is Nada en ik ben wat jullie mensen een Zeearend noemen en hoog vanuit de wolken ben ik in staat om met mijn scherpe blik te observeren wat zich daar beneden afspeelt. Zo kan ik vanuit grote hoogten mijn prooi ontmoeten. Ik moet ook leven, nietwaar? Vanuit mijn hoge gezichtspunt ben ik in staat om andere leden van het dierenrijk, waaronder jullie mensen, te observeren. Met de spiegels die mijn machtige vleugels vormen kaats ik jullie werken en jullie streven en jullie woorden terug. Zo kun je zien wie je werkelijk bent en op welke wijze je – lief mens – in staat bent om je gedrag en de relatie tot je medemens en tot de andere schepsels van de Bron naar een hogere dimensie te brengen. Zo zal het voor anderen mogelijk worden om zich weer aan jou te spiegelen, zodat ook die mens en allen met wie hij of zij in aanraking komt, kan worden aangeraakt.  

Wanneer dat een feit zal zijn is het voor mij niet meer nodig om die spiegel te zijn. Dan ben je je eigen spiegel en zul je in staat zijn om rechtstreeks met de hemelse verten te communiceren.  Op dat krachtige moment zal het mogelijk zijn om je nu nog groene dal groen te houden en om samen met de andere dieren het paradijs te scheppen waarnaar je zegt op weg te zijn.
Terug naar het hier en nu. Ik slaak mijn machtige kreet. Die wordt dertienvoudig teruggekaatst vanaf de machtige bergpieken en vormt een echo van klanken over het gehele dal. Die tonen vertellen over Licht, Vertrouwen en van Vrede. Maar vooral van Liefde. Want lieve vrienden, Liefde is waar het allemaal om draait. Liefde is goedertieren. Liefde is zo Eén-voudig. Liefde is Licht en Vertrouwen en Schoonheid en Geven en Liefde is Ontvangen. Kortom Liefde IS.

Dan kijk ik weer naar de hoge berghellingen en ik zie op elke berghelling een bron. En uit elke bron klatert een stroompje water langzaam maar onverstoorbaar over de groene bergweiden naar beneden. Ik kan zien dat het water, dat zo gestaag de wetten van de zwaartekracht volgt, geen gewoon water is. Het is ook Licht en het is ook Liefde en het is ook Vrede. Alle dertien stroompjes worden beekjes; ze zoeken zich een weg omlaag over de rotsen, langs stroomversnellingen en één voor één komen ze lager op de helling bij elkaar en vormen een steeds breder wordende stroom en tenslotte een machtige rivier.

Deze Lichtrivier baant zich vliedend een weg over rotsen en watervallen, komt uiteindelijk in rustiger vaarwater terecht en wordt breder, daar waar het dal ook breder wordt. Tenslotte stroomt het bedachtzaam tussen de akkers en weiden door en langs de dorpen waar de mensen wonen. De boeren pompen dat deel van het water uit de rivier dat ze nodig hebben om hun akkers te bevloeien en de dorpelingen gebruiken hun portie om te drinken. Het leven van deze mensen is vreedzaam en de grote rivier stroomt sereen door het dal, zodat het oppervlakkig beschouwd lijkt of het aardse Paradijs nu al bestaat.

Daar zie ik een paar bootjes op de stroom die zich naar de grote zee begeven. De vissers gaan vissen, want de dorpelingen eten behalve wat hun vrienden de boeren verbouwen, ook de vis die in hun rijke zee leeft. In het grote dierenbos zie ik een aantal mannen in groene pakken die samen met hun trouwe honden proberen om een rijke buit aan wild te verschalken. Verderop zie ik een groep houthakkers. De bomen die zij van hun statige leven gaan beroven hebben zij hard nodig, verzekeren zij elkaar, want er moeten huizen worden gebouwd en een grote brug over de rivier en ik zie een groot gat in één van de berghellingen waar weer anderen erts uit de Moeder tevoorschijn halen, want dat is allemaal noodzakelijk om hun gemeenschap in stand te houden. Dat vertellen ze allemaal aan elkaar.

Boven dit alles schijnt een uitbundige goudgele zon. Het is aangenaam warm en de mensen koesteren zich in deze hemelse zonneschijn. Een aantal van hen zwemmen in de machtige zee en voelen hoe heerlijk het water is dat hen omspoelt en hun lijven aanraakt met het Licht dat vanuit de dertien bronnen hoog in de bergen is aangevoerd. Doordat het water zo warm wordt, verdampt een deel daarvan en stijgt op en in deze heerlijke thermiek wentel en koester ik, Nada, mij en zweef omhoog naar waar ik mijzelf kan koesteren in de warmte en de Liefde van de Hemelse rijken.

Ik zie dat de opstijgende lucht wolken vormt die door de lieflijke oostenwind in de richting van de dertien bergpieken worden geblazen, waar ze tegen de zich daar bevindende luchtstromen opbotsen en in een malse regenbui leeg regenen tegen de hellingen van onze trotse bergketen. Gulzig slorpt Moeder Aarde deze regen op en voedt dit water met een nieuw Licht. Door onderaardse gangen wordt het weer naar de dertien bronnen geleid en dan is de cirkel rond en zijn deze Wateren der Vrede klaar om opnieuw het mensdom aan te raken om het voor deze schepselen van God/in mogelijk te maken om te groeien naar een nieuw en glorieus bewustzijn.

Wij willen op geen enkele manier het copyright claimen van de diverse kunstwerken/illustraties die wij gebruiken om afbeeldingen voor onze pagina's te maken. Deze afbeeldingen zijn dan wel door ons gemaakt, maar het copyright van de originele kunstwerken/illustraties blijft expliciet eigendom van de individuele artiest.