'Balancemandala'

Fysieke en geestelijke balans

De Nada Kronieken, deel 47

Door Mara Oldenburg



Terwijl ik als Vesta, de Romeinse Godin van de huiselijke haard, profaan bezig was de afwasmachine leeg te ruimen stak de telefoon zijn gebruikelijke licht irritante riedel af. Mara Oldenburg aan de lijn.

“Hoi Hans, heb jij weer zin in een verhaal?”
“Huh, eh, natuurlijk!” Ik moest even omschakelen. “Wanneer kunnen we afspreken?”
“Schikt jou vanmiddag om 12 uur in hotel de Baak in Noordwijk?” Nou heb ik Mara leren kennen als iemand van het laatste moment, maar dit was wel erg plotseling. “Ik geef daar een cursus ‘Fysieke en geestelijke balans in de werkomgeving,’ en er staat tussen de middag een pauze van anderhalf uur gepland,” verduidelijkte ze.
“Nou, eh ja, even in de agenda kijken; ik geloof dat er niets anders is.”

Twee uur later stapte ik over de drempel van het hotel aan de Koningin Astrid Boulevard en ontdekte Mara even later in de lobby, genietend van een groot glas sinaasappelsap. Met een big smile stond ze op en nadat we elkaar allerhartelijkst hadden begroet en ik de opnameapparatuur had geïnstalleerd, stak ze op haar kordate, bijna zakelijke maar toch hartverwarmende en onnavolgbare wijze van wal.

~*~*~*~

"Het is alweer bijna twintig jaar geleden, ik woonde nog bij mijn ouders, dat ik op een middag terwijl ik van school naar huis fietste plotseling getroffen werd door een hevige stekende pijn in mijn achterhoofd. Verder fietsen was onmogelijk en ik nam haastig plaats op een bank die zich toevallig vlakbij in een klein plantsoen bevond. Met mijn hoofd tussen mijn knieën duurde het lange tijd voordat ik weer een beetje op verhaal was gekomen. De pijn voelde aan alsof er iemand een mes in mijn achterhoofd had gestoken en die vervolgens geniepig aan het ronddraaien was. Niemand bekommerde zich om mij en ik zat daar maar, moederziel alleen en doodsbang, op dat afgelegen bankje.

Hoe ik thuis ben gekomen weet ik niet meer, maar toen ik daar eenmaal was, was er opnieuw zo’n aanval en mijn moeder – Pa was in het buitenland – nam mij acuut mee naar de avonddokter, waar ik weer een aanval kreeg en zelfs buiten westen raakte. Paniek en vertwijfeling. Wat is hier aan de hand. De jonge vrouwelijke dokter, die het blijkbaar ook niet wist, stuurde ons zonder uitstel door naar het ziekenhuis.

Twee dagen later – het was inmiddels vrijdagmiddag en ik zal je de onwaarschijnlijke details besparen van wat er daar allemaal mis was gegaan – luidde de diagnose: Cerebraal aneurysma (zie beneden), en de volgende maandag zou, zo luidde het verdict, mijn hersenpan worden gelicht om de malformatie, zoals ze het eufemistisch noemden, met wortel en tak te lijf te gaan. Tot die tijd werd mij te verstaan gegeven om me koest te houden, geen misbaar te maken en de regelmatig terugkerende aanvallen als een flinke meid te ondergaan.

Ik maakte wel misbaar want het enige wat ik wilde was om uit dit ziekenhuis te raken; als ik hier zou blijven om de operatie te ondergaan zou ik er, ik wist het zeker, niet levend uitkomen. Zover was ik nog niet. Nu kende mijn moeder mij langer dan vandaag en in overleg met pa die inmiddels ijlings was teruggekomen, werd na veel vijven en zessen besloten om op eigen risico uit het ziekenhuis af te nokken. Een alternatief was inmiddels schijnbaar uit het niets opgedoken, een arts-acupuncturist uit een naburig dorp, waar ik lange tijd onder behandeling kwam en die mij met zijn naalden en andere attributen geleidelijk bevrijdde van de vreselijke aanvallen en die me leerde hoe met dit benauwende verschijnsel om te gaan.

De behandelingen, aanvankelijk twee keer per week, kwamen geleidelijk verder uit elkaar te liggen en na een paar maanden was het zover dat ik ‘ontslagen’ werd en slechts één keer per jaar moest terugkomen voor wat een ‘servicebeurt’ werd genoemd. De aanvallen kwamen steeds minder vaak voor en werden ook minder heftig en het zag ernaar uit dat mijn keuze om mij niet te laten opereren, de juiste was geweest.

Gedurende een vijftal jaren kwam ik eenmaal per jaar bij de ‘prikkendokter’,  zoals ik hem noemde en eigenwijs als ik ben vertelde ik hem die laatste keer dat ik het voortaan wel zelf kon. Ik had namelijk ontdekt dat wanneer ik een aanval voelde opkomen, alleen maar aan de betreffende behandeling hoefde te denken, wat iets in mij triggerde, waarna ik de pijn ogenblikkelijk voelde wegstromen. Een zeldzaam verschijnsel, maar het gebeurde wel. Toen ik dat later aan mijn huisarts vertelde keek hij me meewarig aan met een blik die zei: “ja, ja, het zal allemaal wel.” Maar op mijn vraag hoe het dan kwam dat ik geen aanvallen meer had zonder dat ik was geopereerd had hij, behalve een arrogant schouderophalen, ook geen antwoord.

Jarenlang ging het goed, maar twee maanden geleden kreeg ik weer hoofdpijn. En niet zo zuinig ook. Mijn huidige partner bracht mij naar de prikkendokter die me weer behandelde en me aanraadde een neuroloog op te zoeken voor een MRI scan. Inmiddels was ik over het eerdere trauma van alle ellende in het ziekenhuis heen, want het had zich allemaal inmiddels bijna twee decennia geleden afgespeeld. Op een regenachtige dag meldde ik mij daarom op de afdeling radiologie voor de MRI en een week later zaten we bij de Neuroloog voor de uitslag. De man keek me een enigszins verbijsterd aan; hij wist wat er zich in het verleden allemaal had afgespeeld; dat stond luid en duidelijk in mijn dossier. Ook dat ik op eigen risico geen fiducie had gehad in de operatieve vaardigheden van zijn voorganger.

“Mevrouw Oldenburg,” zei de man aarzelend en met een ingehouden kuchje. “Wilt u misschien even meekijken op de computer?” Hij bladerde door de serie plaatjes die het MRI apparaat van het binnenste van mijn schedel tevoorschijn had getoverd. Daar was behalve een ongelofelijk symmetrisch beeld, schone volmaakte aderen en slagaderen, totaal niets te zien. “Zoals u ziet is het aneurysma – eh, verdwenen. Ik moet u feliciteren met een brein als van een twintigjarige!” Ik kon hem wel zoenen.

Aneurysma weg; zorgen weg; gelazer weg. Yippee! Op dat moment werd het me duidelijk dat de hoofdpijnen van de laatste paar maanden een signaal van mijn lichaam waren geweest om eens goed te laten kijken naar wat zich in mijn hoofd had afgespeeld; een algemene verjonging en het volledig verdwijnen van de ‘malformatie’. Èn de wetenschap dat de zelf regenerende functie van het lichaam, tot stand gebracht door zogenaamde ‘alternatieve’ geneeswijzen, wonderbaarlijke dingen kan bewerkstelligen. ‘De wonderen zijn de wereld niet uit’, zou mijn hospita zeggen.

Kortom, ik kan weer jaren mee en nu is het weer tijd voor de ‘Fysieke en geestelijke balans in de werkomgeving’. Kun jij je voorstellen, Hans, dat ik dit verhaal vanmorgen aan de leerlingen als goede boodschap heb meegegeven?"

noot: Onder een cerebraal aneurysma wordt een uitstulping van de wand van een hersenslagader verstaan. Het  aneurysma bevindt zich meestal op de splitsing van twee slagaders, vaak aan de onderkant van de hersenen of hersenstam. Wordt het aneurysma te groot, kan  deze gaan scheuren  en zal er een hersenbloeding ontstaan.

Mara