Aardmannetje

Aardmannetje

De Nada Kronieken, deel 63

 

Door Mara Oldenburg



Kortgeleden kreeg ik het volgende mailtje uit Wales van mijn goede vriendin Mara Oldenburg (zie: Mara in Neveralwaysland), die mij al eerder aan verhalen heeft geholpen. Het luidde als volgt:

‘Omdat ik de grote lijnen even wil vastleggen, stuur ik je deze korte mail over een voorval dat mij vandaag overkwam in de tuin van een vriendin, die hier vlakbij Abergevenny, Wales woont.
De essentie hiervan is een waarneming van een kabouter/aardmannetje in Arianna’s backyard. Terwijl wij onder de magnolia zaten bij te kletsen keek ik naar Missy, de kat die in haar van kleine witte stenen aangelegde cirkel bij het beekje lag te zonnen. Ik zag dat ze opeens abrupt opstond en een hoge rug opzette naar iets wat aanvankelijk niet waarneembaar was. Toen, in een flits, zag ik wat een volkomen groen aardmannetje moet zijn geweest. Arianna, die niets met dit soort dingen heeft, had niets gezien en vertelde me dat Missy wel vaker van die maffe streken uithaalt.
Is het goed dat ik volgende week vrijdag weer naar de Leidse stationsrestauratie kom om mijn verhaal te vertellen? Laten we zeggen 11 uur? Dan heb ik tijd genoeg voor mijn afspraak in Rotterdam.

Liefs, Mara
 
~*~*~*~

Als je mij een beetje kent, weet je dat ik beslist op tijd aanwezig was. Twaalf minuten na het afgesproken tijdstip kwam Mara, die altijd haast lijkt te hebben, aangesneld. Als altijd straalde deze prachtige vrouw zelfvertrouwen uit. We begroetten elkaar uitbundig en toen we ons even later achter onze cappuccino hadden geïnstalleerd, stak ze van wal.

“Moet je horen, Hans; ik heb dus een waarneming gehad achter in de tuin van mijn vriendin in Wales. Als in een flits zag ik daar een aardmannetje, helemaal groen, dat meteen daarna weer was verdwenen. Hoewel Arianna het allemaal wegwuifde, bleef ik achter met een sterke emotie en voelde mij ietwat verward. Ik wil omschrijven wat ik daar voelde en zag en later meen te kunnen reconstrueren. Allereerst is daar bij het water zo’n stenen cirkel die een krachtplaats markeert, waarin Missy in het zonnetje lag te dutten. Het is bekend dat katten graag op plekken liggen waar zich bijzondere energieën bevinden. Kennelijk had het aardmannetje daarover andere ideeën, of was hij jaloers, geen idee. Hoewel Arianna het maar onzin vindt, denk ik toch dat de kat wel degelijk op de aanwezigheid van de kabouter reageerde, die aan de rand van het bosje stond aan de overkant van de beek en in de richting van het huis en dus ook naar de kat keek. Het aardmannetje was daar min of meer gefixeerd aanwezig en leek op de kat te letten, niet op Arianna en mij.”
 
Ik luisterde gefascineerd toe en Mara vervolgde: “De kabouter stond dus aan de rand van zijn bos, onder een wilde struik. Hij was met zijn blikken bezig de kat te verjagen! Daaruit volgt dat hij tenminste zijn territoir bewaakt! Misschien was Missy ooit wel eens te ver in zijn gebied doorgedrongen? Wie zal het zeggen. Het was wel duidelijk dat het de poes allemaal teveel werd, anders was ze nooit opgestaan om een hoge rug op te zetten.”

“Als ik mijn handen vooruit steek,” Mara deed het voor: “En kijk hoe groot het wezen was, kom ik met mijn meetlatje uit op ongeveer 37 cm. Ik weet niet zeker of hij met zijn handen in zijn zij stond, maar ik herinner me zijn puntmuts nog goed. Het was een stoer, groen mannetje. Hij stond daar zeer gefundeerd en gedecideerd. Iets in mij zegt dat hij in een linksdraaiend energiegebied stond, een negatieve krachtplek. Het viel mij op dat zijn muts naar voren helde, aan de voorkant strak was en aan de achterkant een holte vertoonde. Erover nadenkend begrijp ik dat de puntmuts van een aardmannetje een gesloten kruinchakra moet inhouden. En die rechte lijn in zijn muts moet dan zoiets willen zeggen als dat hij als baas over zijn territorium als het ware met een plank voor de kop rondloopt. Geen prettig wezen, o nee!”

Ze huiverde even. “Het corresponderende chakra aan de achterkant is open (de gebogen lijn van de muts). Als je de menstypes bekijkt in het boek: “Licht op de aura” van Barbara Ann Brennan, ik heb het even opgezocht, hoort dat bij psychopathische rechtlijnigheid van met een rechte rug opkomen - eventueel met agressie - vanuit materialistisch eigenbelang. Sterke fundering op zijn plek; ik bedoel die linksdraaiende plek. In de rest van de tuin kan mede daarom de balans juist andersom, sterk positief zijn. Kortom, het is zoals het is en zo is het goed. Het aardmannetje was verder, ik zei het al, volkomen groen, van top tot teen, inclusief zijn puntmuts. De rechte lijn van de puntmuts liep eigenlijk door in het verlengde van de rechte lijn van zijn voorhoofd.”

Het was tijd voor nog een cappuccino; bovendien maakte dit verhaal hongerig. Dus besloten we er een stuk appeltaart bij te nemen. Slanke Mara kon dat makkelijk hebben. Voor mij lag dat iets genuanceerder, maar het is zo lekker...!

“Mijn indruk was,” vervolgde Mara met een flintertje slagroom in haar mondhoek, “dat de kat gebiologeerd was geweest en liggend in haar cirkel naar het aardmannetje had zitten loeren en die eveneens waarnam, opstond, blies en een hoge rug opzette. Toen maakte Arianna een onverwacht geluid en weg waren zowel de kat als de kabouter. In het boekje ‘Kabouters zien? Anders kijken!’ van Henriëtte Gorter, antiquarisch en via het internet is het nog verkrijgbaar, wordt ook gesproken van waarnemingen van o.a. groene aardmannetjes. Die zijn dus totaal afwijkend van het door Rien Poortvliet geschetste beeld in zijn overigens fraaie boek over dit onderwerp. Het boek van Gorter is zeker een belangrijk boekje om te pakken te krijgen en te lezen als je erin bent geïnteresseerd. Ik was dit prachtige boekje laatst tegengekomen op een rommelmarkt en voelde dat het daar op mij lag te wachten. Blijkbaar voor deze gelegenheid."

“Nadat ik jou had ge-sms’t, diezelfde nacht, droomde ik dat ik de tuin in liep, over het beekje sprong en op zoek ging naar ‘mijn’ kabouter. Zoals Henriëtte Gorter en anderen schrijven, is het bij het waarnemen van dit soort wezens noodzakelijk om niet rechtstreeks te willen zien. Wat ik dus in mijn droom deed was, terwijl ik over een pad omhoog tegen de heuvel opliep, expres alleen maar naar de bomen, de struiken en de vogels keek. Als de kabouter zich zou willen manifesteren, zou dat gebeuren. Ik kwam bij een open plek waarop in het midden een grote struik stond, overwoekerd met bramenstruiken. Het was één groot kluwen.”

“Terwijl ik zo mijn twijfels had bedacht ik dat het misschien wel zo is dat een helderziend beeld eerst in het brein van de waarnemer binnenkomt, dan zich via het oogdiafragma naar buiten toe projecteert in een soort mist, en zo de realiteit van alledag als beeld zou wegdrukken, om vervolgens als geziene indruk via dezelfde ogen het brein te bereiken. Maar plotseling zag ik iets bewegen. En dat leek reëel genoeg. Daar was het aardmannetje weer. Ik wist zeker dat het dezelfde was, want zijn energie voelde precies hetzelfde aan als eerder op de dag.”

“Zo, daar ben je weer,” denkpraatte hij tegen me. Hij was duidelijk een beetje kribbig. “Je hebt zo je twijfels of ik wel echt ben, nietwaar! Geef me maar eens een hand. Ik bukte en voelde het kleine handje in die van mij. Het voelde allemaal echt genoeg aan. ’Nee Mara, ik en mijn soortgenoten zijn géén interpretatiebeelden. Het wordt tijd dat jullie mensen dat eens en vooral gaan beseffen!’ “Meteen was hij verdwenen.” Mara zuchtte, het had haar duidelijk diep geraakt. Met een afwezig gebaar veegde ze het restje slagroom weg en vervolgde:

“Ik heb het boek van Gorter er nog eens op nageslagen, Hans. Het kan dan volgens haar zo zijn dat een beeld zich opbouwt dat aansluit bij alle eerder opgebouwde bewustzijnssteentjes van degene, die dit gaat zien. Hoewel het wezen in mijn droom het logenstrafte, zou de kabouter in Arianna’s tuin ook mijn interpretatiebeeld geweest kunnen zijn van een beleven van sterke aarde-kracht op die plek in die tuin in Wales. Dan zag ik dus een beeld dat misschien aansloot bij aarde-kracht.
Het woord ‘waarnemen’ is dan maar een beperkt woord. Want wat is waar, was er echt dit aardmannetje? Of had ik die aarde-kracht geïnterpreteerd in de vorm van een ‘stoer beeld,’ waarvan ik mij een voorstelling kon maken? Het is allemaal nogal verwarrend.” Ze zuchtte.

Over de tafel heen legde ik mijn handen op die van haar. “Waarom al die twijfels, Mara? Het is of waar, of niet waar. Maar waarom maakt je dat zo onzeker? Heb vertrouwen! De wereld, moeder Aarde, de mensen, de wezens, allemaal gaan we gewoon door met ademhalen, hoe jij je waarneming ook interpreteert. Alle – meestal ongeziene – wezens gaan door met waar ze mee bezig zijn, of je dat nu wel of niet erkent. In de middeleeuwen dacht vrijwel iedereen dat de aarde plat was en het centrum van het heelal. Toen Copernicus aan de Paus uitlegde dat het anders was, werd hem dat niet in dank afgenomen. Maar dan, zorgt de een of de andere overtuiging ervoor dat, behalve de interpretatie van de waarneming, er iets verandert aan de feiten dat de Aarde bolvormig is en niet het centrum, maar zich slechts in een uithoek van het heelal bevindt? Natuurlijk niet. Probeer al die bijgedachten eens uit je systeem te bannen, Mara. Je bent daar anders zo goed in. En ga dan eens ècht en diep voelen wat de waarneming met je heeft gedaan. Zoals ik al zei, zonder alle interpretaties die anderen eraan hebben gegeven. Dit is jouw waarneming, niet die van hen!”

Mara glimlachte en stond op. “Je hebt natuurlijk gelijk, maar nu moet ik rennen om mijn trein te halen.” En weg was ze. Drie dagen later mailde ze:

“Bingo, Hans. Ik heb nu wèrkelijk gevoeld dat ‘mijn’ aardmannetje authentiek was. Dank je wel!”


Mara