|
In the footsteps of her Mother,
Walked the pretty Indian Daughter,
Wise for one her age,
With wisdom far beyond her. |
|
In de voetsporen van haar moeder,
Doorliep de schone Indiaanse dochter,
Wijs voor haar leeftijd en,
Met grote wijsheid haar leven. |
|
|
|
Tall she was and fair of form,
Slender, lissom, agile,
Graceful as a butterfly,
Lovely as an angel. |
|
Lang was ze, met mooie vormen,
Slank en lenig, behendig en
Gracieus als een vlinder,
Lieflijk als een engel. |
| |
|
|
Like the cattails at the creek,
And the tall, thin reeds that swayed,
Willowy, the maiden was,
So, 'Willow' was her name. |
|
Net als de Lisdodde bij de kreek,
En het wiegende lange, dunne riet,
Slank was het meisje, als een wilg,
En daarom werd 'Willow' haar naam. |
| |
|
|
As if propelled by wind or breeze,
She fairly floated when she walked,
Serene, the look upon her face,
And hushed and quiet was her talk. |
|
Alsof zij werd voortbewogen door wind of bries,
Leek het of ze zweefde als ze liep,
Sereen was de blik op haar gelaat,
En stil en rustig was haar spraak. |
| |
|
|
A child of the forest,
A friend of tree and shrub,
Sister of the birds and beasts,
All of whom she loved. |
|
Een kind van het woud,
Vriendin van boom en struik,
Zuster van de vogels en de dieren,`
Van allen hield ze innig. |
| |
|
|
Birds perched on Willow's shoulder,
Chipmunks nibbled from her hand,
Ferocious bears would let her pass,
And wolves stood back without command. |
|
Vogels landden op Willow’s schouder,
Eekhoorns knabbelden uit haar hand,
Wilde beren lieten haar met rust,
En wolven trokken zich eenvoudigweg terug. |
| |
|
|
All God's creatures came to love her,
And she returned their valued trust,
Held each one in high esteem,
None had reason for mistrust. |
|
Alle schepselen Gods hielden van haar,
En het vertrouwen was wederzijds,
Zij hield ieder hoog in het vaandel,
Niemand had reden tot wantrouwen. |
| |
|
|
Independent, self-reliant
Not fair game for youthful Braves.
More wisdom in her little finger,
Than most men could claim at any age. |
|
Onafhankelijk, zelfstandig, geen partij voor jeugdige Krijgers.
Meer wijsheid in haar pink,dan waarop Anderen, van welke leeftijd ook, aanspraak zouden kunnen maken. |
| |
|
|
From a distance, Braves admired her,
But very few approached,
Fearful of her Big Chief Father,
And fearful, too, they could not cope. |
|
Bewonderd, op afstand, door dappere Krijgers,
Maar slechts weinigen kwamen haar te na,
Bang voor haar Vader, het Grote Opperhoofd,
Waarvan zij niet terug hadden.` |
| |
|
|
Through the years, the lovely Willow
Watched other maidens in her tribe,
Saw them wed and bear their babies,
Felt pangs she could not hide. |
|
Door de jaren heen, bekeek de mooie Willow
De andere meisjes in haar stam,
Zag ze trouwen en baby's dragen,
En voelde een pijn die ze niet kon verbergen. |
| |
|
|
Her Mother said:
"Be patient,child. One day your Brave will come,
He must be special, as you are,
Fleet of foot and soft of tongue." |
|
Haar moeder zei:
"Wees geduldig, kind. Op een dag zal jouw Krijger komen. Hij zal heel speciaal zijn, zoals jij. Vlot van Voet en zacht van tong." |
| |
|
|
"But, more than that," her Father said,
"He must be a worthy hunter, too,
And shoot his arrows, straight and strong,
To bring his bounty home to you." |
|
"Maar meer dan dat," zei haar vader:
"Moet hij een waardig jager zijn,
Die zijn pijlen schiet, recht en sterk,
Om zijn jachtbuit bij jou thuis te brengen." |
| |
|
|
She knew her Father's words were right,
But Willow was disturbed and wept,
The thought of slaying forest friends,
No way could she accept. |
|
Ze herkende waarheid in haar Vader's woorden,
Maar Willow was verdrietig en ze huilde,
De gedachte aan haar dode vrienden
In het bos,kon ze onmogelijk accepteren. |
| |
|
|
Satisfied with grains and nuts,
And fruits from bearing trees,
Well fed by healthful roots and plants,
Willow was content with these. |
|
Tevreden was zij met granen en noten,
En met het fruit van de bomen,
Goed gevoed door gezonde wortels en planten,
Daarmee was Willow totaal gelukkig. |
| |
|
|
Perhaps she should not marry,
What Brave would understand
Her need to save her woodland friends,
And eat strictly from the land? |
|
Misschien kon ze beter niet trouwen,
Welke Krijger zou haar drijfveer begrijpen
Om haar vrienden in het bos te redden,
En uitsluitend te eten van het land? |
| |
|
|
Strange, beautiful Indian lady,
So misunderstood,
Her only chance for happiness
Lay deep within the woods. |
|
Vreemde, prachtige Indiaanse dame,
Zo onbegrepen,
Haar enige kans op geluk
Lag diep in het bos. |
| |
|
|
One day a visiting tribe arrived,
And a young Brave was introduced,
He was a hunter and a warrior,
And a handsome Indian youth. |
|
Op een dag arriveerde een vreemde stam,
Een jonge Krijger werd aan haar voorgesteld,
Hij was een jager en een krijger,
Een knappe Indiaanse jongeling. |
| |
|
|
Overwhelmed by Willow's beauty,
He claimed her as his prize,
And under tribal pressure,
She agreed to be his bride. |
|
Overweldigd door Willow’s schoonheid,
Claimde hij haar als zijn bruid.
En onder druk van de hele stam
Ging ze akkoord om zijn bruid te worden. |
| |
|
|
Their wedding was arranged,
A fine celebration planned,
A feast - a banquet - for them all,
Preparations then began. |
|
Hun huwelijk werd aangekondigd,
Een mooie viering werd gepland,
Een feest - een banket - voor allemaal,
Toen begonnen de voorbereidingen. |
A hunting party left at dawn,
The young Brave led the hunt,
Into the forest went the group,
The handsome groom in front. |
|
Een jachtpartij begon bij dageraad,
De jonge Krijger leidde de jacht,
De groep trok naar het bos,
De knappe bruidegom voorop. |
| |
|
|
Also in the woods that day,
The lovely Willow was,
Communing with her forest friends,
The deer, the bears, the doves. |
|
Ook in het bos die dag,
Was de schone Willow,
Communicerend met haar vrienden van het bos,
De herten, de beren, de duiven. |
| |
|
|
The hunters, spotting wild game,
Approached in soft-soled shoes,
Sweet Willow, hidden by a tree,
Did not come into view. |
|
De jagers, spotten wild,
Zij naderden met zacht gezoolde schoenen,
De lieve Willow, verborgen achter een boom,
Liet zich niet zien. |
| |
|
|
At the same time ... at the same place,
As fate would have it ... as you've guessed,
The hunter's arrow missed its mark,
And came to rest in Willow's breast. |
|
Zelfde tijd ... zelfde plaats,
Het noodlot ... zoals u heeft geraden,
De jager’s pijl schoot zijn doel voorbij,
En kwam tot stilstand in Willow’s borst. |
| |
|
|
An awful accident occurred,
Willow's blood flowed to the ground,
There was disbelief and shock,
And sorrow too profound. |
|
Een vreeslijk ongeval deed zich voor,
Willow's bloed stroomde tot op de grond,
Er was ongeloof en shock,
En diep totaal verdriet. |
| |
|
|
Both tribes went into mourning,
As did Willow's forest friends,
The heavens shed their tears as well,
The grief, it seemed, would never end. |
|
Beide stammen rouwden
Net als Willow's vrienden het bos,
De hemel huilde met hen mee,
Het verdriet, zo leek het, hat geen eind. |
| |
|
|
Willow was buried in the forest
At that spot where she had died,
And people say that at her grave,
A tree took root and thrived. |
|
Willow werd begraven in het bos
Op de plek waar ze was gestorven,
En mensen zeggen dat op haar graf,
Een boom wortel schoot en bloeide. |
| |
|
|
Tall and slender with long branches,
That hung in sorrow to the ground,
Making mournful, quiet sounds. |
|
Lang en slank met lange takken,
Die in verdriet reiken tot op de grond,
En treurig rustige klanken laten horen. |
| |
|
|
Today the lovely tree still weeps
Exquisite in its symmetry,
And this truly is the legend, friend,
Of The Weeping Willow Tree. |
|
Vandaag huilt de mooie boom nog steeds
Uitgelezen in haar symmetrie,
En dit, mijn vriend, is de legende,
Van de treurende Wilgenboom. |
|