Sporen in de koude lucht
Door Loes Flendrie
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
“En nu?” vroeg de maker van het T-Blog me toen het laatste hoofdstuk van Sporen in de Koude Lucht was verschenen. Nu is makkelijk te vertellen.
Nu is mijn Personal Webmaster bezig een zogenaamde deep-link te maken voor het boek vanaf mijn website www.magnoliachild.nl Daar kan straks het PDF-je worden gedownload. Dus de deep-link naar dat boek staat in het hoofdstuk <boeken>. Het PDF-je bevat ook de kaft.
Het staat iedereen, die zin, tijd en gelegenheid heeft, vrij om het hele boek + kaft(cover) te printen. Van niets naar iets. Als dat niet toveren is. Het enige dat je staat te doen is niet te lang nadenken over al die onbegrijpelijke termen waar digitale mens van nu zich van moet leren bedienen om mee te spelen.
Trouwens… Het loont misschien ook de moeite om eens een kijkje in de site. Er staat, behalve boeken, veel leuks op. Contact met mij leg je via loes@magnoliachild.nl. Ik ben zeer benieuwd naar jouw opmerkingen etc.
___________________________________________________________________________________________
Het licht was overal. Onder en boven en binnen.
En ze hoorde het licht altijd. Zacht suizend, een lied, dat ze vaag herkende.
Ze zou het zo kunnen meezingen, maar dat deed ze niet. Dat deed ze al die tijd niet.
Hier zwom ze. Hier ontdekte ze de buigzame stok, die haar houvast bood en haar tegelijkertijd op haar plek hield. Een steeds krappere plek. Na een tijdje was er geen plaats meer voor zwemmen en zeker niet voor zingen.
En toen – toen kreeg ze haast. Want dat het tijd was en dat ze nu terug moest, wist ze, zonder het te weten. Heel vaag besefte ze dat er een afspraak was gemaakt. Ze herinnerde zich nu niet meer met wie het was afgesproken en wat er nu precies was afgesproken, maar dat deed er op dit moment niet meer toe.
Het was een afspraak die moest worden nagekomen en zij zou dat doen. Zij en vele anderen.
Ze zou worden geholpen. Ze zou worden vergezeld.
Ze greep om zich heen en voelde warmte en wist dat het nu bijna zover was, want er was geen licht meer. Alleen nog de donkerte, strak om haar heen. Ze kon zich niet meer wenden of keren. Het enige dat ze nu nog kon doen, was wachten.
Heel vaag herinnerde ze zich van alles…de instructies…maar wat….?
Het kloppen werd harder.
Het licht moest toch ergens naar toe zijn gegaan?
Met stijf dichtgeknepen ogen onderging haar soepele lijfje de druk, die toenam en toenam tot ze een ander drukken leerde kennen.
Het drukken van de kou op haar kletsnatte hoofd.
En toen…