Written with Love Written Speciaal

Egyptian tale

'An Egyptian tale'

Foto: Martha van der Kruit

 

Een relaas uit Egypte

  nl
     
An Egyptian tale   uk
     
Martin Pleiades    

 

 


Een relaas uit Egypte

Het oude Egypte. Een relaas uit ongeveer 2460 voor Christus. In een wereld gehuld in mysterie. In een tijd waarin grote piramides nog altijd in aanbouw waren. Iets wat misschien wel de grootste bouwplaatsen ooit waren. Vandaag neem ik je mee naar één ervan. Laten we eens zien wat er zich achter de schermen zoal afgespeeld kan hebben.

Hoe sterk kan de kracht van een gemeenschappelijke geloofsovertuiging werkelijk zijn? Een weten, zachtjes gekoesterd in de harten van velen? Een dergelijk antwoord kan gevonden worden in een verhaal dat zich afspeelt in de habitat van een civilisatie met vele uiterlijke verschillen. Mensen, op veel manieren schijnbaar verschillend aan, maar toch aan elkaar gebonden door slechts EEN gelijkwaardig verlangen. In een omgeving waar dagelijks voortgang werd gemaakt terwijl een gehele beschaving onvermoeibaar aan de weg timmerde, want zij hadden die visie, dat gemeenschappelijke doel, die spirituele geloofsovertuiging.

Voorspoedig gingen de dagen voorbij ofschoon altijd afgewisseld door dagen van ontmoediging. Dagen vervuld van de gebruikelijke tegenslagen, en zelfs dagen van te betreuren menselijke opofferingen speelden hun rol. Nochtans waren de harten van de mensen altijd vol van vreugde want de uitkomst was eigenlijk al bekend bij hen allen. Dit was natuurlijk ook te danken aan de dorpsoudste, een man met een sterk hart, die zijn wijsheid te allen tijde met ieder deelde. Wijsheid samengaand met richtlijnen die hij naar verluid van de Goden ontving. Volgens de roddels was het iemand die in staat was tot het lezen van de gedachten van zijn medemens. De dorpelingen bezaten een diep respect voor zijn niet te doorgronden excentrieke verschijning, want zij zagen immers een persoon met een tijdloos gezicht, bezet met kleine parelachtige mysterieuze ogen. Ogen vervuld van intense bliksemschichten maar ook van een alles penetrerende duisternis. Zijn gevlochten grijze haar gaf hem iets van het uiterlijk van een verstrooide professor. Een slordig maar betrouwbaar persoon. Als het erop aan kwam wist eigenlijk niemand hoe zijn verschijning exact omschreven zou kunnen worden

Niettemin waren er in die tijd ook andere bronnen beschikbaar. Wezens met weinig menselijke overeenkomsten. Entiteiten die uitsluitend gedurende de nacht werkten. Dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt. Integendeel, want er was één man van middelbare leeftijd, die altijd fascinerend naar de nachtelijke hemel placht te turen. Hij stond goed bekend als astronoom maar ook als schrijver, een gestudeerd man en tegelijkertijd nogal een dromer. Zeker geen gespierde bouwvakker. Zijn bijdrage aan de samenleving was van een geheel andere aard. Hij hield altijd een carneool dicht bij zijn zijde want hij wist dat het zo veel meer was dan alleen maar een edelsteen. Hij wist zeker dat zijn rode metgezel hem daadkracht gaf terwijl die gevoelens van jaloezie en angst verdreef. De meerderheid beschouwde hem als een man met een vervrouwelijkte houding, maar aangezien hij om alle mensen gaf probeerden zij hem niet te veranderen. Toen, op een avond toen hij weer eens naar de hemel staarde zag hij iets… buitengewoon verbazingwekkends.

Het gebeurde op een koude nacht toen hij voor zijn tent zat. Geplaagd door een niet aflatende bedrijvigheid in zijn hoofd was hij niet in staat om te gaan slapen. In een poging zich te ontspannen staarde hij door zijn telescoop, naar een firmament overladen met eindeloze lichten. Als astronoom herkende hij natuurlijk de meeste daarvan. Ook was hij zich scherp bewust van de sterke invloed der sterren op de conventionele mens. Deze keer ontdekte hij echter een klein glinsterend lichtje dat er in het geheel niet bekend uitzag. Iets dat hij niet kon verklaren, het kwam immers niet overeen met wat hij dacht te begrijpen. Desondanks kon hij het niet helpen zichzelf af te vragen of het wellicht verband kon houden met die mysterieuze lichten op de bouwplaats? Die lichten die ‘s-nachts altijd aanwezig waren? Hij greep naar zijn verrekijker en tuurde naar het bouwterrein. Oh ja, die lichten, ze waren er weer. Hoe frustrerend toch, hij kon zijn nieuwsgierigheid gewoon niet langer onderdrukken. Hij moest het weten. Hij wikkelde zichzelf in een deken en ging op zoek om het voor eens en altijd uit te zoeken. Dit ondanks alle waarschuwingen om gedurende de nacht werkelijk nooit de bouwplaats te betreden.

Na tien minuten wandelen klonk er een stem achter hem.
   “Ik bespeur een onhandige ziel met gruis in zijn fysieke hersenen. Dwaze man, dacht je nu echt dat ik er niet achter zou komen?”
Toen hij zich omdraaide zag hij de dorpsoudste vlak voor zijn neus.
   “Ja, ik ben het. Houd alsjeblief toch eens die bemoeizucht van je in toom. Vandaag of morgen brengt het je diep in de problemen. Begrijp dat sommige zaken gewoon niet gemaakt zijn voor begrip door het menselijk brein.”
De astronoom voelde woede na deze woorden en antwoordde:
   “Wiens recht is het waarachtig om de waarheid voor de mensen verborgen te houden? Weet jij er toevalligerwijs niet meer van over alles wat hier gaande is? “
De dorpsoudste fronste en antwoordde:
   “Daar heb je me. Ja, ik weet meer van deze lichten en zo ook over de herkomst ervan. Wees niet bevreesd, het is een goedaardige kracht. Jij maffe astronoom, knijp maar eens in je carneool, zo hard als je kunt. Ik zal je een klein deeltje van de puzzel tonen. Alleen omdat ik de frequentie van je hart kan voelen. Een heilige graal, uitgerust met de ogen der goedheid. Volg me naar de bouwplaats. Ik zal je aan iemand introduceren”. En zo gingen ze samen in de richting van het verboden gebied.

Zodra ze arriveerden werd het ogenblikkelijk duidelijk. Dit licht, de helderheid ervan, de energie die het uitstraalde, het moest wel een kracht van buitenaf zijn. Een hogere macht opgedragen door de sterren. Zeven humanoïde wezens gekleed in het wit waren ijverig aan het werk, allen omringd door een gouden gloed. De astronoom kon zichzelf bijna horen denken:
   “Wezens met een lichaam van licht zo puur als dit, zo zuiver, zouden het vermomde Engelen kunnen zijn? En wat is dat grote ivoren licht dat hen allen omringd? Zou het een soort collectief energieveld kunnen zijn?”

Hij was buitengewoon verbaasd terwijl hij het fenomeen observeerde. Zijn oudere vriend zei toen ineens:
   “Welaan, je hebt gedeeltelijk gelijk. Zij zijn inderdaad een soort van Engelen. Engelen gezegend met een gouden aura. Weet dat hun energievelden slechts gezien kunnen worden door de ogen van puurheid. De gloed van hun ivoren protectieschild kan alleen maar ervaren worden met de ongerepte onschuldigheid van een kind. Je zou deze heren gastarbeiders kunnen noemen. Hoewel, dit is niet geheel accuraat wetende dat het fundament van deze indrukwekkende structuren volledig gebaseerd is op hun kennis. Kom, laten we de voorman van de bouwploeg ontmoeten.”

De ontmoeting ging door. Even later stond de astronoom tegenover een goeduitziende voorman. Hij zag een verwijtende blik en hoorde diens woorden aan.
   “Welaan, een man op een zoektocht. Ik wist dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn alvorens we elkaar zouden treffen. Ik voel de krachtige, strijdende partijen binnenin je. Kinderlijke nieuwsgierigheid versus consciëntieuze liefde. Het is de drank van kennis die je wenst te proeven. Verwacht je nu echt van mij om dat kleine legertje in jouw innerlijk te gehoorzamen? Leer dat hoewel alle Aardse frases geschreven zijn door de handen der tijd, de sterkste uitingen te allen tijde een product van het hart zijn. Jouw geest is wanhopig op zoek naar antwoorden die je hart allang gevonden heeft. Inderdaad, twee intrinsieke legers mijn vriend. Ik weet dat je nog niet geheel kunt varen op de golven van je hart zonder een adequate zeekaart en zal daarom een tipje van de sluier voor je oplichten. Treed binnen in mijn wezen en voel mijn wereld. Wees echter gewaarschuwd, het kan zijn dat je de feiten die je gaat aanschouwen niet plezierig vindt. Een tijger dorstig naar bloed kan het masker van een onschuldig lam dragen. Werkelijk, sommige flessen kunnen het beste ongeopend blijven, aangezien de vloeistof aan de binnenzijde moeizaam te verzwelgen kan zijn.”
Op dat moment voelde de astronoom zich ineens alsof hij flauw zou gaan vallen. Zijn geest werd zwaarder en zwaarder, totdat zijn zicht volledig werd geblokkeerd door duisternis. Toen viel hij in slaap.

Hij werd geleid door een extreem levendige droom terwijl hij een tot dusver ongeziene wereld bezocht. Hij zweefde over adembenemende uitgestrekte landschappen, wonderbaarlijk geelachtige oceanen en bossen van een onvoorstelbare schoonheid. Het vond allemaal in één enkele oogwenk plaats. Hij wist waar hij zich bevond. Zijn lucide droom had hem naar de kern van de Zon gebracht. Dus dit is de wereld waar onze collega bouwers vandaan kwamen? Uiteindelijk zou het laatste hoogtepunt van de excursie de hoofdstad van het ondergrondse koninkrijk zijn. Gebouwen van uitzonderlijke architectuur vergezeld door enorme beelden toonden trots hun grootsheid. Het was een culturele stad met talloze triangulaire tempels als spirituele heiligdommen voor de inwoners. De gepleisterde muren toonden inscripties die hij niet kon ontcijferen. Het enige teken dat hij duidelijk herkende was de Crux Ansata (Ankh) prijkend op de voorgevel van een theater. Hij vond het nogal een verbijsterende ontdekking om het in een dergelijk niet alledaags rijk aan te treffen. In een frequentie van dromen begon hij al zijn geloven in twijfel te trekken. Zijn overtuigingen leken vruchteloos. Maar het maakte niet uit want duidelijk voelde hij de vibratie van liefde. Het kwam in zijn wezen terwijl hij alle imponerende structuren met blijde ogen kon bekijken. Toen zijn avontuur zich voortzette in de steegjes van de stad gebeurde er iets totaal onvoorzien.

Het vredelievende plaatje werd ruw verstoord toen hij een onheilspellend luchtalarm hoorde. Een schel geluid dat door de gehele stad galmde. Mensen renden radeloos voor hun levens, zoekend naar een schuilplaats. De reden zou snel duidelijk zijn. Acht grote spinvormige gevechtsschepen manifesteerden zich in het luchtruim. Terwijl hij het zag gebeuren ontving hij een transmissie zo helder als daglicht. Hij zag de gelaatstrekken van een mensachtige eend en luisterde naar diens monoloog:
   ‘’Ik ben commandant Asraah. Gezagvoerder van duizenden sterrenschepen, verspreid door de gehele ruimte. Zoeken en vernietigen is ons enige doel. Mijn mannen nemen hun positie in terwijl we spreken. Bereid uzelf voor, pak uw wapens op. Veel zal het niet uitmaken. We hebben al vele werelden veroverd. Vandaag veroveren we de uwe. Iedere made die ons in de weg staat zal de mogelijkheid verkrijgen de smaak van onze artillerie te proeven. Onze sabelen zijn hoogstpersoonlijk geslepen door de snode grofsmid van het kwaad. De geweren die we meevoeren zijn geladen door de meester der destructie zelf. De dood staat u nader. Aquí se trata. (Hier komt het)’’

Beelden van machtige legers stroomden door de geest van de astronoom. Hij zag wezens met een breed postuur, lijkend op varkens. Ze plunderden de huizen van de inwoners terwijl hun sterrenschepen alle heiligdommen met zwaar geschut vernietigden. Mensen werden verminkt in man tegen man gevechten. Een klein offensief van de Zonnemensen leek absoluut kansloos. Een totale afbraak was de enige consequentie. Het was een verwoesting veroorzaakt door wezens met hun harten gevoed door duisternis. Een stad, slechts een paar seconden geleden, nog vol van vrede was veranderd in hopen smeulende as. Rook en wanhoop waren de enige overgebleven restanten. Maar wacht… er was nog één lichtschip van de Zon over, het was blijkbaar intact en het scheen in staat te zijn het drama te ontvluchten. Was het misschien op weg naar planeet Aarde? Dat zou waarschijnlijk voor altijd een vraag blijven.

De astronoom ontwaakte uit zijn gruwelijke nachtmerrie. Hij lag aan de voorzijde van zijn tent en vroeg zich af of het allemaal werkelijk plaatsgevonden had of dat hij het slechts had gedroomd? Was het slechts een nare droom? In tegenstelling tot normaal maakte het hem weinig uit, hij had immers een waardevolle les geleerd. Hij had ontdekt dat sommige zaken inderdaad beter in het ongewisse kunnen blijven. Een van zijn intrinsieke legers, degene van kinderlijke nieuwsgierigheid had zijn strijd verloren. Terwijl de strijdmacht van consciëntieuze liefde het overnam voelde hij zich constant omhelsd door de onvoorwaardelijke liefde komend uit de Hemelen, zonder de noodzaak om alle details te kennen. De bloemen van zijn hart stonden vanaf die dag volledig in bloei. Ja, het kon een harde les zijn geweest, maar de astronoom herkende eindelijk de ware betekenis van een gezegde uit zijn vroegere jeugd, namelijk:
   “Voor iedere vreugde moet een prijs worden betaald. (Oud Egyptisch spreekwoord.)

Hetep Hena Ten. (Vrede zij met u.)

terug

Price to me paid'For every joy a price is to be paid'

Photo by Martha van der Kruit

 

An Egyptian tale

Ancient Egypt. A tale from approximately 2460 BC. In a world shrouded in mystery. In a time when great pyramids were still under construction. Something that  may have been the grandest building sites ever. Today, I am taking you back to one of them. Let’s see what may have happened behind those scenes.

How strong can be the force of a common belief system? A knowing, softly cherished in the hearts of many? Such an answer may be found in a story that begins in the habitat of a civilization with many apparent  differences. People seemingly different in many ways on the outside, yet bound to each other with just ONE similar desire. In an environment where daily progress was being made while an entire civilization worked tirelessly and continuously for they had just that one vision, that common goal, that spiritual faith.

Fortunate days went by though always interspersed by days of discouragement . Days filled with the usual setbacks, and even days of regrettable human sacrifice were playing their part. Still, the hearts of the people were always filled with joy, as if the outcome was already known by them all. This was of course also due to the village elder, a man with a strong heart, who always would share his wisdom with everyone. Wisdom along with guidelines he allegedly received from the Gods. According to gossip, he was someone capable of reading the minds of his fellow men. The villagers deeply respected his unfathomable eccentric appearance, for they saw a person with a timeless face occupied by small, pearly eyes of mystery. Eyes filled with intense lightning, yet also with an all penetrating darkness. His braided grey hair somewhat gave him the looks of a distracted teacher. An untidy but trustworthy person. In the end, nobody exactly knew how to accurately describe his appearance.

Nonetheless, at that time there were also other sources of inspiration available. Beings with little similarities to humans . Entities that worked solely during  nighttime. This of course didn’t go unnoticed. On the contrary, because there was one middle aged man, who was always fascinatingly staring at the night sky. He was well known as an astronomer but also as a writer, a studied man and quite a dreamer. Certainly not a muscular construction worker. His contributions to society were of a different nature. He always kept a carnelian closely by his side for he knew it was so much more than just a precious gem. He believed that his red companion gave him decisiveness while dispelling feelings of jealousy and fear. The majority considered him to be a man with a womanish attitude, but since he cared about every single man or woman, they did not try to convert him. Then, one night, when he was once again staring at the sky, he saw something… quite astonishing.

It happened on a cold night when he was sitting in front of his tent. Teased by a continuing bustle in the mind he found himself unable to sleep. In an attempt to relax he gazed through his telescope, at a firmament fully crowded with infinite lights. Of course, as an astronomer, he knew most of them. Also he was keenly aware of the strong influence of the stars on the conventional human. Yet this time, he looked at a tiny shimmering light that didn’t look familiar at all. Something he could not explain for it didn’t match with what he thought to understand. Nevertheless, he couldn’t help himself asking if it perhaps would relate to those mysterious lights at the building site. Those lights that were always present during the nighttime? He grabbed his binoculars and gazed at the construction area. Oh yes, those lights, they were there again. How very frustrating. He just couldn’t suppress his inquisitiveness any longer. He just had to know. And after that thought, he wrapped himself in his blanket and went for a walk to check it out, for once and for all, despite all warnings not ever to enter the building site during the night.

After ten minutes of walking, he heard a voice behind him.
   “I sense a thick headed or dull soul with dust in his physical brain. You foolish man, did you really think I wouldn’t find out?”
When he turned about, he saw the village elder standing in front of him.
   “Yes, it’s me. Get a hold of your nosiness. You‘ll get into trouble one of these days. Understand that some things are not designed for comprehension by the human brain.”
 The astronomer felt anger after he heard these words and said:
   “Truly, who’s right is it really to withhold truth from the people? And, don’t you incidentally know more about all that is transpiring around here?”
The elder frowned and replied:
   “You got me there. Yes, I know about those lights as well as their origins. Do not be alarmed, it’s a benign force. You goofy astronomer, squeeze your carnelian, tightly as you can. I shall show you a tiny part of the puzzle. Solely because I feel the frequency of your heart. Your holy grail, equipped with the eyes of kindness. Follow me to the building site. I will introduce you to someone.”
And so they went together to the forbidden area.

Upon arrival it immediately became apparent.: this light, the brightness of it, the energy it emanated, it couldn’t be other than an outside force. A higher power yielded by the stars. Seven humanoid beings dressed in white were diligently at work, all surrounded by a golden glow. The astronomer could almost hear himself thinking:
   “Beings with a body of light as pure as this, so pristine, could they be Angels in disguise? And what is this immense  ivory light that surrounds all of them? Could it be some kind of collective energy field?”

He found himself extremely bedazzled while he observed the phenomenon. His older friend said suddenly: “Well, you are partially right. They are indeed some sort of Angels. Angels blessed with a golden aura. Know that their energy fields can only be seen through the eyes of purity. The glow of their ivory protection shield can only be experienced with the uncontaminated innocence of a child. You may call these men guest workers. Although this is not fully accurate, knowing that the foundation of these impressive buildings are wholly based upon their knowledge. Come on; let’s meet the foreman of the building crew.”

The meeting became a reality. After a short while, the astronomer stood right in front of a handsome captain. He saw a reproachful look and listened to his words:          
   “Behold, a man with a quest. I knew it would just be a matter of time before we would meet. I sense strong warring factions inside of you. Childish curiosity versus conscientious love. It is the booze of knowledge you wish to taste. Do you truly expect me to obey that tiny army inside of you? Learn that although all of your Earthly sentences are written by the hands of time, the strongest phrases are always a product from the heart. Your mind is desperately searching for answers while your heart has already found them. Yes, two intrinsic armies my friend. I know you still cannot sail the waves of your heart without an adequate charts and therefore I shall lift the veil for you somewhat. Step inside my being and feel my world. But be warned, you may not like the facts you are about to witness. A tiger thirsty for blood may wear the mask of a guiltless lamb. Truly, some bottles are better left unopened for the liquor inside of them may be too tough to swallow.”
The astronomer suddenly felt as if he was going to faint. His mind became heavier and heavier just until his view was fully blocked by darkness. Then he fell asleep.

He was guided through an extremely vivid dream while visiting a before that time unseen world. He soared over breathtaking vast landscapes, wondrous yellowish oceans and forests of unimaginable beauty. It all took place in the blink of an eye. He knew where he was. The lucid dream had brought him to the core of the Sun. So this is the world where our fellow builders are from? Ultimately, the last pinnacle of the excursion would be the capital city of the subterranean kingdom. Buildings of exceptional architecture accompanied by immense statues were proudly showing their grandness grandeur. It was a cultural city with numerous triangular temples. Spiritual sanctuaries to the inhabitants. The plaster walls were showing inscriptions he couldn’t decipher. The only sign he clearly recognized was the Crux Ansata (Ankh) parading on the façade of a theater. He found it a rather mindboggling discovery to find it in such a non mundane realm. In a frequency of dreams, he started to question all of his beliefs. His convictions seemed to be in vain. But it didn’t matter for he distinctly felt the vibration of love. It entered his being as he watched all the impressive structures with joyful eyes. And when his adventure went on trough the alleys of the city, something quite unexpected happened.

The placid image became rudely disrupted when he heard an ominous air-raid alarm. A shrill sound that reverberated throughout the entire city. People were desperately running for their lives as they were seeking for shelter. The reason would soon be evident. Eight big spider shaped battleships manifested themselves in their skies. While he watched it happen, he started to receive a transmission clear as daylight. He saw the countenance of a humanoid duck and he listened to his monologue.
   ’’ I am commander Asraah. Commander of thousands of starships spread throughout the galaxy. Search and destroy is our sole purpose. My men are already occupying  their positions as we speak. Prepare yourselves, pick up your arms. It will be in vain though. We conquered so many worlds already. Today we will be conquering yours. Each and every maggot standing in our way shall be given the opportunity to taste our artillery. Our sables are personally sharpened by the heinous blacksmiths of evil. The guns we carry are loaded by the master of demolition himself. Death is upon ye. Aquí se trata. (Here it comes.)’’

Images of mighty armies were flowing through the astronomer’s mind. He saw beings with a broad posture resembling pigs. They were plundering the houses of the civilians while their starships destroyed all sanctuaries with massive gunfire. People were mutilated in one on one combats. A small offensive from the Sun people looked absolutely chanceless. A total breakdown was the only consequence. It was a destruction caused by beings with hearts fed by darkness. A city so peaceful just a few seconds ago turned into a pile of smoldering ash in the blink of an. Smoke and despair were the only remnants left. But wait… one lightship from the Sun was still there, it was apparently intact and it seemed capable to elude the drama. Was it perhaps heading for planet Earth? That will probably forever remain a question.

 

The astronomer woke up from his horrifying nightmare. He was lying down in front of his tent wondering if it all truly did happen or if he just fell asleep? Was it all a bad dream? Contrary to usual, he didn’t really care, for he learnt an invaluable lesson. He had discovered that some things are indeed better left unknown. One of his intrinsic armies, the one of childish curiosity had lost its battle. And while the army of conscientious love took over, he felt constantly embraced by the unconditional love coming from the Heavens, without any need to know all details. From that day on the flowers in his heart were fully in bloom. Yes, it might have been a harsh lesson, but the astronomer finally recognized the true meaning of a saying he already knew from his early childhood, which is:
   “For every joy there is a price to be paid.” (Ancient Egyptian proverb.)

Hetep Hena Ten. (Peace be with you.)

back